| Week 11 De boekenweek van 2003 heeft als thema de dood. De kranten en de weekbladen staan er vol mee. Op de vrijblijvende manier waarop men wekelijks stukjes over van alles en nog wat in elkaar zet om de ruimte tussen de advertenties te vullen, heeft men nu een aantal losse gedachten over dit onderwerp op papier gezet. Daarbij valt vooral de onverschilligheid op, want de mensen die nog niet weten dat ze dood gaan, zien sterven hoogstens als spectaculair vermaak, misschien als kans diepzinniger te lijken dan ze zijn, maar de meeste levende mensen houden zich er bij voorkeur ver van. Natuurlijk is het niet zo dat alleen mensen die een moord hebben begaan een detectiveboek mogen schrijven en voor het schrijven van een historische roman hoeft men de middeleeuwen niet mee te hebben gemaakt. Anderzijds is er ook geen enkele garantie dat verliefde mensen betere liefdesverhalen schrijven of dat psychiaters per definitie waanzinnige boeken schrijven. Maar onverschilligheid, dat maakt alles wat geschreven wordt onbelangrijk. Geef mij maar duizend maal liever de vertellingen van Primo Levi over zijn tijd in Auschwitz dan Schindler's List of de veel geprezen film die Spielberg van dat boek maakte. De pijn van migranten bij hun pogingen zichzelf te blijven en tegelijkertijd zich aan te passen, maar die voortdurend merken dat ze het nooit goed doen, wordt het doordringendst in literatuur omgezet door die migranten zelf. Daarover hoef ik niet te lezen van iemand die denkt dat het aardig is om daar ook eens iets over te schrijven. Behalve begrafenisondernemers en stervensbegeleiders zijn er geen mensen die dicht genoeg in de buurt van de dood komen om er vanuit ervaring over te kunnen schrijven, maar van hen heb ik nog nooit een goed boek gelezen en dat wil ik geloof ik niet ook. De doden zelf schrijven niet. Daarom moeten we het doen met de verhalen van buitenstaanders. Zij die weten dat ze gaan sterven denken er niet over om over de dood te schrijven. Het is als een premature ejaculatie: klaarkomen voor het moment suprème. Waarom zou je al met de dood bezig zijn als je het nog niet bent? Zij die gaan sterven willen zo lang mogelijk leven en schrijven daarom koortsachtig over alles wat er aan deze lijn van die definitieve grens ligt. De noodzaak het leven te bezingen is groter dan ooit. Gabriel Garcia Marquez kreeg drie jaar geleden te horen dat hij kanker had en niet lang meer zou leven. Hij begon te schrijven. Het eerste deel van zijn memoires heet 'Leven om het te vertellen'. Het is minder een boektitel dan een programma voor schrijvers, die de waarschuwing gekregen hebben. Het boek is een poging om tijd te rekken geworden. Met vertedering laat Marquez alles uit zijn leven nog een keer de revue passeren. Na drie jaar schrijven heeft hij bijna zeshonderd pagina's geproduceerd en is pas op een derde. Het lijkt wel of hij onderhandelt. Nog twee van die delen en dan heeft hij er zes of zeven jaar bij veroverd. Net als Scheherezade probeert hij zijn vorst te bedwelmen met verhalen in de hoop dat deze hem in leven laat. Nooit heeft Marquez het gelukkig over zijn ziekte, want die is volkomen onbelangrijk. Het is niet meer dan een gezwel in zijn darmen. Hij weet het: de Latijns Amerikaanse god moet veroverd worden met tientallen kleurrijke figuren en hun anekdotes. De details, daar gaat het om. Achter elk persoon die Marquez in zijn leven ontmoet heeft zit een verhaal. Probeer dat eens bij de Nederlandse god. Die wil het op twee A-viertjes of nog liever kort in een mailtje. Als je mazzel hebt kijkt hij er naar. Ik schrijf. Elke dag. Het is belangrijker dan ooit. Ook als ik niet achter mijn tekstverwerker zit ben ik voortdurend bezig met mijn verhaal. Het maakt me afwezig. Ik gooi de schoongemaakte groenten in de afvalbak en de schillen in de pan. Mensen om mij heen beginnen het gevoel te krijgen dat ik niet in ze geïnteresseerd ben omdat ik niet luister. Ik kan het ze niet goed uitleggen, maar ik heb een belangrijke taak: ik moet mijn verhaal vertellen en wat volkomen onbegrijpelijk is een plaats geven in een vertelling die alles op slag zal verklaren. Wie schrijft is nog niet dood. Terug |