Week 15
De televisie in het appartement in New York heeft 116 kanalen. Het zijn er teveel om nog te begrijpen wat er allemaal geboden wordt en wat het verschil tussen de kanalen is. Gelukkig zijn de zenders enigszins gegroepeerd. De vijftien sportzenders zitten achter elkaar. De muziekzenders zijn buren en de kanalen die alleen maar met gezondheid bezig zijn, zitten ook vlak bij elkaar. Er zijn een tiental nieuwskanalen, die wedijveren om de gunst van de kijkers. Ze melden wat de Amerikaanse kijkers willen horen en slechts met tegenzin laten ze het ongewenste nieuws door sijpelen. De een verslaat nog luidruchtiger dan de andere televisiezender hoe de glorieuze Amerikaanse opmars naar Bagdad verloopt. In de bars en winkels in de stad valt de uitzending van CNN, NBC of Fox ook voortdurend te bekijken. Het is onmogelijk deze gigantische soap met Amerikaanse helden te missen. Het lijkt ook of men een beetje door slaat. Als er een kort stukje nieuws over iets anders is, wordt het gebruikt als propaganda voor het nationalistische circus van de Amerikaanse mariniers tegen de rest van de wereld. De minister voor gezondheid wordt gevraagd commentaar te geven op de nieuwe virusziekte SARS.
"Heeft de Wereldgezondheidsorganisatie niet zeer adequaat opgetreden in deze crisis?" informeert de interviewer. Hoe kan men nu zo iets aardigs zeggen over de in Amerika intussen verafschuwde VN organisaties?
"Gaat wel," zegt de minister. "Maar het zijn toch de Amerikaanse onderzoekers die het virus geïdentificeerd hebben en als Amerikaan moet je blij zijn in een land te wonen waar men de beste onderzoekers ter wereld heeft."
Met mijn zoon loop ik door de straten, waar overal Amerikaanse vlaggen hangen en in de etalages militaire kleding te zien is, want dat is de mode in een land in oorlog, naar het National Museum of Natural History. Het is een van de leukste musea ter wereld als je zeven bent en opgezette dieren en dinosaurusskeletten met eigen ogen wilt zien. We hebben een reden om daar naartoe te gaan, want ik heb een kans om iets dat ik in mijn leven verkeerd gedaan heb te herstellen. Het betreft ons eerste en tot nu toe enige bezoek aan dit museum. Ik had mijn zoon beloofd dat we het museum zouden bekijken, maar net een paar dagen eerder had ik mijn enkel verzwikt en lopen was pijnlijk. We gingen het museum binnen en liepen rond. Ongeduldig als ik ben keek ik niet eerst op een plattegrond waar ik een en ander kon vinden, maar dwaalde zo maar van zaal naar zaal, denkend dat we de dinosaurussen van zelf tegen zouden komen. In het leven heb ik geleerd dat alles op een gegeven moment vanzelf gebeurt, of je er nu om vraagt of niet.
Na een paar zalen begon mijn enkel pijn te doen. Het ging niet meer en ik zei tegen mijn zoon van zeven dat we naar huis moesten. De teleurstelling op zijn gezicht was onverdraaglijk. Hoe moest ik dit oplossen? Ik had hem immers beloofd dat ik hem voor die prehistorische monsters zou fotograferen.
"Goed," zei ik tegen Kaja. "Ik zit bij de ingang en jij gaat even alleen naar die dinosaurusafdeling."
Ik had te weinig zalen doorgewandeld om te beseffen hoe groot het museum was. Toen hij langer dan een half uur weg bleef begon ik me zorgen te maken. Ik strompelde licht hinkend door de zalen en ontdekte tot mijn verbijstering de enorme omvang van het gebouw. Hé, daar waren die dinosaurussen ook. Ik had er geen interesse in.
Mijn wanhoop groeide. Waar was Kaja? In lichte paniek ging ik uiteindelijk naar de ingang en informeerde daar of er misschien een zevenjarige Nederlandse jongen gevonden was. Men telefoneerde wat en gaf me vervolgens te kennen dat er een 'lost child' was. Ik kon hem uit een kamer zonder ramen halen en zag ik hem zitten tussen twee veel te dikke agenten. Het leek wel of hij opgepakt was wegens bezit van cocaïne en wachtte tot zijn vader de borgsom voor hem kwam betalen. Wat een opluchting. Mijn zoon was vooral boos dat ze hem een 'lost child' hadden genoemd. Hij was helemaal niet verdwaald, maar toen hij in de lift stapte om van de eerste naar de tweede verdieping te gaan, had men hem tegen gehouden en meegenomen. We zijn die middag in alle opwinding niet meer naar de afdeling van de dinosaurussen gegaan.
Nu is hij dertig en hebben we de foto kunnen nemen. We lopen de zeventig blokken terug naar Bleeckerstreet en praten over van alles. Als we zwijgen denk ik na over het Museum, over de evolutie en over de strijd om het bestaan. Dat is immers wat het museum uitdraagt: alleen de sterksten blijven leven en iedere soort is uiteindelijk gedoemd uit te sterven. Maar er zullen ook altijd weer nieuwe levensvormen zijn, al was het alleen maar het virus dat de Amerikanen geïdentificeerd hebben en dat SARS veroorzaakt.
Teruggekomen in het appartement kijken we, voor we uit eten gaan, nog even naar de televisie om zeker te weten dat we niet iets heel belangrijks gemist hebben. Tussen de schijnbaar doelloos heen en weer rijdende tanks in de nachtelijke woestijn, de uitleg gevende grijze generaals en de peptalk van Amerikaanse overheid zitten lange reclameblokken.
Een van die advertenties toont een grijze man die de kijkers recht aan kijkt om onmiddellijk hun vertrouwen te winnen en die eerlijk zegt: "Ik bleek prostaatkanker te hebben. Het komt binnen bepaalde families vaker voor. Dus heb ik mijn drie zoons gezegd dat ze Prosvivar moeten gebruiken. Het bevat alles waarvan aangetoond is dat het prostaatkanker kan helpen voorkomen."
Vervolgens komen de drie grote zonen van de grijze man in beeld. Vader en zonen slaan de armen over elkaar's schouders en lachen alsof ze samen een belangrijke strijd gewonnen hebben. Het deed me denken aan het beeld van Laokoon en zijn zonen die samen verwikkeld zijn in een heftig gevecht tegen de gemene slang van de dood. Nou ja, Laokoon had maar twee zonen. En ik heb er een, die aan me vraagt of het verstandig is om ook iets aan preventie te doen.
"Ja," zeg ik. "Het is altijd lullig om later te horen dat als je iets gedaan had je de ellende misschien had kunnen voorkomen. Dan maar veel tomaten en soja eten. Of eventueel zo'n pilletje slikken."
Bij het eten bestellen we later allebei een glaasje tomatensap.

Terug