| Week 2005 03 De avonden zijn het moeilijkst door te komen. Tot tien uur kan ik werken, maar na het nieuws op Nederland 3 bekeken te hebben lukt het me niet meer om naar mijn computer terug te keren. Dan zap ik van zender naar zender om te zien of er iets is waar ik naar wil blijven kijken. Alles ziet er oninteressant uit, zeker nu de tsunamiramp door de nieuwsprogramma's bijna niet meer gevolgd wordt. Zoals Susan Sontag schreef dat foto's van ellende een bijzondere esthetiek hebben, zo kun je over de reality-tv die zich aan de Aziatische kusten nestelde stellen dat het voldoet aan alle eisen waaraan pakkende televisie moet voldoen: echt drama dat te maken heeft met leven en dood, het lot dat zich tegen de mens keert, onschuldige slachtoffers, helden die uittrekken om de wereld te redden en acties die we opzetten om geld te storten zodat het allemaal ook nog interactief wordt: als we voedsel uit zien delen denken we dat dat gebeurt door de euro's die wij hebben overgemaakt. Goede Tijden, Slechte tijden kan er nooit tegen op. Wie is in staat te bedenken dat acht ouderparen in Sri Lanka ruziën over één teruggevonden baby. Salomon, waar ben je? En breng een DNA-test setje mee. Doelloos van zender naar zender bewegend bekruipt me het gevoel dat mijn leven eveneens doelloos geworden is. Gelukkig komt Marion aan het einde van de week terug uit Egypte en is er weer iemand om mee te praten, ruzie te maken en te vrijen. In de radiogids zag ik dat 'American Graffiti' vertoond zou worden. Het is een klassieker uit 1973, die ik nooit heb gezien. Waarschijnlijk was er in dat jaar door de geboorte van Kaja en daarna zijn hartziekte een soort filmpauze in ons bestaan, waardoor we van alles dat onmisbaar voor onze cinematografische ontwikkeling is, gemist hebben. Het leek me een mooie gelegenheid om de afstandbediening weg te leggen en die avond zinvol te gebruiken door mijn gebrek aan educatie te herstellen. De film speelt zich af in een onbenoemd en onbetekenend stadje in de Verenigde Staten, waar de bewoners en vooral de jonge mensen, die nog geen zin hebben thuis bij de tv te zitten, 's avonds in hun auto's rond rijden. Daar ontmoeten mensen elkaar, ze krijgen er ruzie, worden verliefd en wedijveren wiens auto het mooist of het snelst is. Sommige jonge mensen willen echter meer. Lukt het ze om ooit uit dat stadje waar de mensen volledig gelukkig zijn met het rondjes rijden weg te komen? Kun je de dromen die buiten het stadje gesitueerd zijn ooit vervullen? Na afloop van de film bleef ik verslagen op de bank zitten. Mijn leven lang heb ik mezelf wijs kunnen maken dat ik verantwoordelijk was elke droom die ik had na te jagen en dat ik nooit iets zou doen omdat ik het al zo lang doe of er handig in ben geworden. Sinds me twee jaar geleden duidelijk werd gemaakt dat ik niet uitgekozen ben voor het eeuwige leven, is mijn tijdsplanning echter veranderd. Daar horen bepaalde gedachten bij over welke dromen ik nog wel en welke ik niet meer achterna ga. Aanvankelijk wilde ik alleen nog maar afronden om op een beetje eervolle wijze het feest te verlaten, maar geleidelijk veranderde dat en ik kreeg weer een ruimer tijdsbesef. Ik was immers nog niet klaar. Toch had zich iets hinderlijks in mijn hersenen vastgezet: het idee dat ik wat ik nu doe waarschijnlijk wel tot mijn tijd gekomen is blijf doen. Iets heel nieuws en groots zal ik waarschijnlijk niet meer aanpakken. Ooit nog die grote roman schrijven die mijn hele oeuvre bekroont en verdere woorden overbodig maakt. Waarom is dat altijd zo hardnekkige verlangen verdwenen? Ik durf er zelfs niet meer over na te denken. Onverwacht had ik ook de kriebels gevoeld toen ik beelden van de ramp in Azië op de televisie zag en de mails las van de mensen waarmee ik werk. Ze schrijven over de Birmese migranten en vluchtelingen die sinds 26 december verdwenen zijn, maar waar niemand naar zoekt omdat ze officieel niet bestaan. Kunnen we niet een netwerk van betrokken organisaties opzetten? Als het mogelijk is voor vermiste Europese toeristen internetsites met portretten te organiseren, kan dat dan ook op een simpelere manier met foto's in de vluchtelingenkampen, in de havens waar illegale Birmese zeelieden aanmonsteren, in de bordelen waar ze komen en in de kraampjes van rond trekkende handelaren? Maar ik zag op tegen de worsteling met de arrogante samenwerkende hulporganisaties, die al weten wat ze willen doen en ik had het lef niet om zo maar het vliegtuig te nemen om daarginder iets te coördineren. Besluiteloos bleef ik rondjes zappen langs de televisiestations. De telefoon ging. Er zijn weinig mensen die zo laat bellen. Wel het laatst van iedereen had ik Naïma verwacht. Ze vroeg of ze weer mocht komen werken. "Natuurlijk," zei ik, want we hadden haar gemist als een familielid dat zo maar van de aardbodem verdwenen was, waarbij je je voortdurend afvraagt hoe het nu met haar zou zijn. "Maar hoe gaat het me je?" vroeg ik. "Wat heb je al die tijd gedaan? Ben je in Marokko geweest?" Ze was in Marokko geweest, maar ook al weer een tijd terug in Nederland en hoewel ze veel rugpijn had en haar relatie met Mohammed nog steeds moeizaam was, wilde ze niet meer thuis op de bank zitten. "Ik moet weer uit huis en wat doen," zei ze. Hoeveel dromen heb ik nog? Hoeveel dromen heb ik me af laten nemen? Waarom ga ik morgenochtend als Naïma aan het stofzuigen is niet achter mijn computer zitten om een prachtige nieuwe roman te schrijven. Het is een reis die me voert naar plaatsen die ver weg zijn van het stadje waar de mensen in hun auto's rond rijden met op de achtergrond het voortdurende geluid van de autoradio. Ik zal een verhaal vertellen over een man die naar de vissershavens van Thailand gaat op zoek naar een Birmese vrouw die hij ooit heeft gezien. Hij spreekt haar taal niet, maar haar glimlach en de manier waarop ze haar ogen neersloeg toen hij haar aankeek hebben een nabeeld in zijn geheugen achtergelaten dat hij nooit kwijtraakt. Nadat hij het nieuws over de alles meesleurende vloedgolf vernomen heeft, beseft de man dat hij haar moet gaan zoeken. Hij begrijpt het zelf nauwelijks, maar het voelt alsof dit de laatste kans om iets van zijn leven te maken is. In de verte hoor ik Naïma bezig met het schoonmaken van de oven. Ik ren mijn rondje, knik vriendelijk naar de mensen die in het bos hun hond uitlaten en bekijk daarna mijn mail, die ik braaf beantwoord. Vanavond ga ik naar Schiphol om Marion op te halen. Wie wil er nog een boek lezen over een romantische dwaas die op zoek gaat naar een fantasie? Wie zou er nu nog een film als 'American Graffiti' financieren? Wat we willen zien zijn geen films over auto's die rondjes rijden, maar over auto's die elkaar achterna jagen. In de voorste auto de terroristen die ons genoeglijke leventje in ons dromerige stadje verstoren. In de achterste auto de helden die de orde proberen te herstellen, daarbij helaas van alles vernielend dat we koesteren. Vanaf de behaaglijke bank kijken we ernaar. Misschien ga ik het boek volgende week schrijven, of in het voorjaar, of als ik weer wat meer tijd heb, of als Marion weer een week naar het buitenland moet. Terug |