Week 2005 04
Het was maar een klein berichtje in de krant: Man vergat spijker in zijn hoofd. Het stond op de pagina buitenland tussen de Britse foto's van martelingen van Irakese krijgsgevangenen, problemen bij de hulpverlening in Aceh en nieuws over de katholieke kerk en het condoom in Spanje. "In de staat Colorado hebben artsen gisteren uit het hoofd van een bouwvakker een spijker van tien centimeter gehaald. De man klaagde over hoofd- en kiespijn en bleek vorige week de spijker met een spijkerpistool in zijn hoofd te hebben geslagen. Dat was hij vergeten."
Wat een zegen om zo goed in staat te zijn om wat vervelend is uit je leven te bannen. Of had de man een stevige hersenschudding opgelopen met het bijbehorend geheugenverlies en wist hij gewoon niet meer wat er vlak voor de klap op zijn hoofd gebeurd was? Zulke stukjes in de krant maken alleen maar nieuwsgierig en vertellen niet wat je eigenlijk zou willen weten.
De kunst van het leven is te weten wat je vergeten wilt en wat je onthouden moet, maar het lijkt of het een niet zonder het andere kan. Ik kan een lijst maken van alle dingen die ik liever vergeten zou zijn en veel van wat ik vergeten ben zou ik me willen herinneren. Het zit allemaal aan elkaar vast. Net als de hijskraan die de grachten schoon maakt en iets omhoog haalt zelden alleen maar één voorwerp opvist, zo blijkt ook het geheugen een verzameling van oude fietsen, paraplu's en onbruikbare ongewenste voorwerpen die samen een netwerk zijn gaan vormen dat helpt er een verband in te brengen.
Van de week kreeg ik een brief van weer een man die ook een eigenzinnige prostaat heeft. Het lijkt erop of we een geheimzinnig genootschap vormen. De man wilde me bedanken voor mijn boek. Bovendien kent hij me van vroeger, toen ik begin jaren zeventig aan een kweekschool voor kleuterleidsters les gaf om m'n studie te betalen. "Jij was, geloof ik, toen nog student en ik pedagoog en hield me onder meer bezig met leerplanontwikkeling. Ik overhandigde je een exemplaar voor 'Gezondheidsleer voor 't jonge kind', maar jouw eerste reactie was zowel komisch als in-de-roos-geschoten: "Ik zal die meiden eerst eens leren hoe de pil werkt, want dat lijkt me erg noodzakelijk…." Iemand die me zo'n herinnering schrijft, stuurt een geschenk, want ik wist niet meer dat ik ooit anders ben geweest dan nu. Ik zie mezelf weer voor die klas staan: arrogant en jong, pratend over de eisprong, condooms. Blijkbaar wilde ik toen al alles wat ik leerde met anderen delen en vroeg me nooit af of die het eigenlijk wel wilden weten.
In mijn medische weekblad wordt deze week een onderzoek beschreven waaruit blijkt dat vrouwen die één glaasje alcohol per dag drinken als ze ouder zijn een beter geheugen hebben dan vrouwen die nooit drinken. Het zal vast ook wel voor mannen gelden. Meer dan dat ene glas drinken blijkt geen zin te hebben. Misschien weer wel als je veel te vergeten hebt. Is er een garantie, dat als je dan ouder bent je alleen de leuke dingen nog weet?
Om eerlijk te zijn ben ik vergeten wat er met mijn prostaat gebeurd is. Alleen als mensen me vragen hoe het met me gaat, schiet het me te binnen. Verder is er nooit een moment waarop ik eraan moet denken. Alleen deze week heel even toen ik op de hoge bank van de sauna stapte en besefte hoe gemakkelijk dat ging. Een half jaar geleden kostte me het nog zo veel moeite. Het leek slechts een kwestie van tijd tot ik een trapje zou moeten laten maken.
Het vergeten gaat vanzelf en wat ik me herinner is een keuze die ik zelf maak. Na meer dan twee jaar ben ik gewend aan de klanken van het woord prostaatkanker en het is niet zo interessant lang stil te staan bij wat er gebeurd is. Als mensen naar mijn welzijn informeren vragen ze meestal ook of 'het' nu weg is, genezen is, en mijn gezwel zonder sporen na te laten is verdwenen. Ik weet het echt niet en denk er ook nooit over na. In elk van ons zit toch al bij de geboorte de zekerheid dat we dood zullen gaan. Hoe die zekerheid verder zijn naam zal krijgen is niet zo belangrijk: kanker, aids, auto-ongeluk.
In Walvis spelen heb ik geschreven dat ik me 2003 als een goed jaar zal herinneren. Daar heb ik inmiddels vaak verantwoording voor af moeten leggen. Hoe kon ik nu het jaar waarin de kanker zich aan me opdrong een goed jaar vinden?
"Je gaat toch niet zo ver dat je ook vindt dat je het niet gemist zou willen hebben?" vroeg iemand me. Het deed me denken aan Pat. Ze kwam niet uit Colorado, maar uit de buurt van San Francisco. Ik leerde haar man op een congres in Auckland kennen. Na afloop huurden we samen een auto en reden door Nieuw Zeeland. Hij vertelde hoe Pat en hij een voettocht in Alaska maakten. Pat liep vooruit en toen ze over een heuvel kwam zag ze twee schattige jonge beertjes, waar ze een foto van wilde maken. De moeder grizley was vlak in de buurt en haalde uit, waardoor Pat's gezicht op slag verdwenen was. Haar man vertelde me dat ze zevenendertig keer geopereerd was. Ze geeft nu lezingen aan zakenmensen over haar ontmoeting met de beer. Cruyff zou hier beslist weten op te merken dat elk nadeel zijn voordeel heeft. Eén van de dingen die ze in die lezingen zegt is: "If I would have the choice to meet the bear again, I would choose to meet him." Ik vond dat wel bizar, maar ik begrijp nu dat je ook houdt van het lot dat in je geprogrammeerd lijkt te zijn. Je hoeft er niet eens mee bezig te zijn, het wel of niet te onthouden. Het is er gewoon en het is jouw verhaal, jouw levensloop, de spijker in jouw hoofd. Wat kun je anders doen dan te doen of die spijker daar hoort?



Terug