Week 2005 06
In de lounge op Schiphol hoor ik de wat oudere Filippijnse dame die lege kopjes en slordig achtergelaten dagbladen ophaalt tegen niemand in het bijzonder 'I miss you", zeggen. Misschien verbeeldt ze zich met haar kinderen ver weg te praten. Terwijl ik mijn dagelijks portie nieuws probeer tot me te nemen, gaan mijn ogen af en toe in haar richting. Wat voor verdriet, dromen, plezier spelen in haar hoofd?
In het urinoir van de luchthaven, dat ik nog even snel bezoek voor het vliegtuig in te stappen, zie ik een man overdreven bezig met het uitdruppelritueel. Zijn lichaamstaal zegt "kijk mij eens met mijn ding". Het ziet er uit alsof hij zich met de blik gericht op de witte tegelwand tegenover hem aan het bevredigen is.
Van mijn vrienden op de lagere school leerde ik al die praktische dingen rond het onhandige aanhangsel onder aan de buik. Als we op een rij stonden te plassen en we nauwelijks naar elkaar durfden te kijken, merkte je toch iets op van dat uitschudden en je begreep dat je dat ook moest doen. Je vader of moeder zal dat nooit uitleggen. "Kijk jongen. Even goed ermee zwaaien, korte en krachtige bewegingen heen en weer, op en neer zodat alle urinedruppels eruit zijn en dan pas opbergen zodat je ondergoed niet vies wordt." Een goed advies in een tijd waarin onderbroeken nog wit waren. Als we deden wie het verste kon plassen verloor ik het stelselmatig. Boon legde uit dat ik dan mijn velletje naar achteren moest trekken om een sterkere straal te krijgen. Ik heb dat nooit gedaan, tot ik op een dag, een paar jaar geleden, op een vliegveld ergens in Afrika voor de zoveelste keer naar het toilet moest en gek werd van dat slappe straaltje, dat meer had van aan aaneengesloten serie druppels. Ik trok de voorhuid naar achteren en zag wat een verstandige raad Boon me ooit had gegeven. Als ik toch geen vrienden had gehad zoals Boon, waar had ik dan al mijn geheime jongenswijsheid op moeten doen?
De neergang begon bij mij toen het plassen vaker kwam en de straal slapper, maar werd pas goed ingezet toen ik ontdekte dat ik als ik klaar kwam nooit meer sperma produceerde. Het was geen ramp, zolang ik het aangename gevoel dat bij een orgasme hoort maar behield. Gek was het wel, omdat het er zo bij hoorde. Het is ook blijkbaar zo belangrijk voor mannen dat in de porno-industrie het mannelijk orgasme nooit onopgemerkt mag passeren. In plaats van de arme ziel lekker zijn gang te laten gaan en zijn spul te laten lopen op de plek waar hij zo ijverig bezig was geweest, moet de acteur op het moment suprème zijn lid uit het foedraal trekken en de partner overdadig laten delen in zijn productie. Ben ik een ouderwetse romanticus als ik zeg dat het me tegen staat te zien hoe het zaad op borsten of nog erger in het gezicht wordt geloosd? En wat moet die partner met mooi opgemaakte haren daarna beginnen? Een eenvoudige douche helpt in zo'n geval niet. Dat wordt helemaal opnieuw watergolven en met haarlak of gel bewerken. Het moet zo zijn dat mannen dit geweldig vinden. Kijk eens wat ik kan maken?
Dat is ook vast de basis van de geheimzinnige internetadvertenties die ik soms krijg. Het is me een groot raadsel hoe ze me weten te vinden. In de periode dat ik trouw mijn medicijnen slikte kreeg ik ongevraagde boodschappen uit cyberspace waarin me verteld werd dat ergens anders dan waar ik ze betrok mijn 'prescription drugs' goedkoper te krijgen waren. En sinds de zaadaanmaak het heeft opgegeven, krijg ik junkmail waarin me gevraagd wordt of ik mijn spermaproductie zou willen verdubbelen. Goh, wat leuk twee keer zo veel. Twee keer nul is nog steeds nul. Voor mij is het dus niet interessant, maar ik denk na over mannen die wel nog een aanzienlijk kwatje maken. Willen die wel graag nog meer daarvan?
Zelf wil ik vooral meer van het leven en daarom ben ik alles aan het doen wat ik ook deed voordat de blaas ging druppelen en de bron voor nageslacht opdroogde. Ik reis, praat mee over hoe de mensheid gered moet worden door veilig vrijen en schoon drinkwater, en ik slaap tot ik wakker word en dan merk dat ik sinds de vorige avond mijn blaas niet geleegd heb. Ik stel dat nog even uit. Eerst nog theewater opzetten. Alles om niemand in het bijzonder te laten zien: kijk eens, ik kan mijn plas weer ophouden en ben eigenlijk weer de oude.
Deze week zei mijn vrouw: 'volgens mij maak je weer sperma'. Ze toonde me op een tissue iets dat ook uit een bijna lege tube rubber cementlijm kon zijn geknepen om me te troosten, maar ik geloofde haar onmiddellijk. Ik lachte. Alles komt weer terug en wordt weer als vroeger. De afgelopen twee jaar zijn alleen maar een droom geweest. Ik pak de draad weer op. Tegelijkertijd bekruipt me een onaangenaam gevoel. Als die hormonen nu ook mijn zaadballen weer aan het werk hebben gekregen, gaan ze dan niet vervolgens aan die prostaatcellen zitten rommelen? Is het voor eeuwig of heb ik een pauze gekregen?
In Accra zit ik in een hotel waar een Christelijke organisatie een workshop houdt over evangelisatie. Ze leren elkaar hoe je mensen doopt en hen een geloofsbelijdenis uit de mond trekt. De meeste Ghanezen zijn brave Christenen. Op hun auto's staat groot en duidelijk 'Jezus loves you' en de winkels hebben namen als 'God can do everything' of 'Three kings, we believe in God'. Naa komt voor de vergadering en heeft bij haar werkmateriaal een boek getiteld 'Mountains moving faith'. Met geloof kun je alles en misschien is geloof ook wel de meest tolerante overleefstrategie, want anders ben je overgeleverd aan geluk of goede vrienden. Dus geloof ik dat het voor eeuwig is en niet slechts een pauze. Daarom ben ik nog niet toe aan de vergadering in de ruimte met drie gigantische airconditioning apparaten en loop door de hitte van Afrika om nog even vanaf een rustige plaats naar huis te bellen en in gedachten zeg ik de woorden al half luid, als een gebed voor niemand in het bijzonder.



Terug