Week 2005 20
Zoals gebruikelijk als ik van een reis terug kom, bel ik mijn moeder even. Ze vertrekt bovendien zelf naar Griekenland voor een korte vakantie. Daarom kan ze deze week ook niet op mijn verjaardag aanwezig zijn.
"Ik ben blij dat je weer veilig thuis bent," zegt ze. "Als moeder blijf je toch altijd bezorgd."
"Je hoeft je over mij geen zorgen te maken," antwoord ik.
"Het gaat toch wel goed?"
"Ja, lekker druk."
"Toch niet te druk. Je denkt toch ook wel aan je zelf?"
Wie denkt er nu niet aan zichzelf? Terwijl ik in Jakarta aan het werk was dacht ik maar al te vaak of ik wel met dit werk door moet gaan. Wordt het niet te veel? Wordt het geen tijd om eindelijk eens te leren kiezen en niet zo hebberig alles te willen doen dat op mijn weg komt?
De training die ik in Jakarta gaf, moet uiteindelijk leiden tot een jaarlijks rapport met gegevens over de gezondheid van migranten in Azië. Lastig, want we weten niet zoveel en er is dus heel wat speurwerk nodig. Dat moet gebeuren door mensen van organisaties die met migranten werken en die hebben geen wetenschappelijke opleiding gehad. Het beste is het als ze de gegevens allemaal op de zelfde manier vergaren, zodat ze ook nog te vergelijken zijn. Vier dagen heb ik om met ze te werken. De spanning rond de vraag of ze na die vier dagen ook werkelijk in staat zullen zijn dat waar te maken zindert voortdurend door mijn lichaam. Het is een enorme stroom adrenaline, waardoor ik 's nachts strak in bed lig en niet kan slapen en overdag te snel praat in de hoop dan beter begrepen te worden.
Op de voorlaatste avond is er een feestetentje en moeten er liedjes worden gezongen. Ik ben daar niet zo'n held in, hoewel ik in de auto wel leuk met de radio mee kan zingen. In de lijst met vele karaokeliedjes waaruit we moeten kiezen, zie ik niets dat me aantrekt. Het lijkt of ze gestopt zijn muziek te sparen nadat de Beegees Saturday Night Fever zongen. Die hoge stemmen moet ik vooral niet proberen te imiteren. Alle liedjes gaan over de liefde. Veel onder de Y van you en de W van why. Het zegt veel over de wanhoop die met liefde samengaat. Bij de D is er maar een kort lijstje. Don't let me be misunderstood. Dat oefende ik vroeger voor de spiegel. We zouden op onze middelbare school een band oprichten. Ik speelde alleen de blokfluit en daar was geen behoefte aan.
"Kun je zingen?" vroeg de jongen die ook niet zo muzikaal was en daarom de manager zou worden.
"Natuurlijk," antwoordde ik omdat ik dolgraag in de band mee wilde doen.
"Wat is je repertoire?" wilde hij weten.
Wat bedoelde hij in hemelsnaam?
"Nou eh, de Animals, Yardbirds," somde ik op.
Dat viel in goede aarde en zonder dat ik verder nog een zangexamen af hoefde te leggen was ik de zanger van de band. Ik beseft maar al te goed dat ik veel moest oefenen als ik niet volledig door de mand wilde vallen tijdens de eerste repetitie. Die is er nooit gekomen. Het was één van de vele jongensdromen die blijkbaar niet bedoeld was om realiteit te worden. Nu, eindelijk, na lange tijd had ik misschien iets aan de oefeningen voor de spiegel.
Toen ik uitgezongen was en de aftiteling op het karaoketelevisiescherm verscheen - Animals 1965 - hoorde ik iemand fluisteren: "1965, toen was ik nog lang niet geboren." Op dat moment begreep ik dat ik veel te oud ben om zo hard te werken. Ik moet het wat rustiger aan gaan doen.
In de loop van de volgende dag begon ik door te krijgen dat het zou gaan lukken om alle deelnemers van de training naar huis te laten gaan met voldoende zelfvertrouwen om in elk geval te proberen de gegevens op juiste wijze bij elkaar te brengen. Geleidelijk ontspande ik me en tegelijkertijd nestelde zich een enorme moeheid in mijn lichaam. Alles leek uit me weg te vloeien. Slapen lukte me nog steeds niet, en de volgende dag, toen we moesten vergaderen, was ik tot niets meer in staat. Af en toe dutte ik in.
Dit kan nooit goed zijn voor een man zoals ik. Wat moet dat gezwel in mijn prostaat wel denken van de signalen die ik verspreid? Als de baas in z'n hoog tempo aan het werk gaat, dan mag ik ook?
Maar dit ben ik en dit wil ik ook graag zijn: iemand die zich enthousiast overgeeft aan waar hij mee bezig is.
Als ik 's morgens thuis kom vanaf Schiphol doe ik onmiddellijk weer mee met het werk aan Marion's Royaalgebaar boek. Het moet voor het einde van de maand af zijn zodat het naar de drukker kan. Gelukkig hebben zich vrijwilligers gemeld om mee te helpen. Er blijft echter genoeg werk over.
"Kom je nog even langs om je verjaardagscadeau op te halen?" informeert mijn moeder.
"Ach mam, daar heb ik echt geen tijd voor. Dat komt wel na je vakantie."
"Doe nou toch rustig aan. Nou gaat het goed met dat ene, en dan draaf je al weer heen en weer."
"Het is goed mam. Ik weet wel wat ik doe. Maar let jij een beetje op daar in Griekenland?"



Terug