Week 2005 21
Er zaten ogen in, een neus. De mond was ook zichtbaar. Vanuit een andere hoek twee voeten met teentjes.
"Het kind lijkt op jou," zei Marion, maar daar moesten we toch een beetje om lachen.
De afbeeldingen van de echo, die Elle en Kaja van de verloskundige hadden meegekregen gaven echt niet zoveel informatie. Ik had geen foto's meegekregen van mijn klompje cellen. De uroloog kon zich waarschijnlijk niet voorstellen dat ik de echo van mijn prostaatkanker thuis zou willen tonen aan mijn gasten.
Oog in oog met mijn kleinkind zie ik plotseling heel concreet het pad dat onze genen afleggen van mijn grootvader, die zich graag liet fotograferen met jonge dames in exotische Europese kuuroorden, naar mijn vader die altijd leek te glimlachen maar op een dag gewoon moe was en er mee stopte, via mij, naar mijn zoon met die zelfde lach in zijn mondhoeken naar een kind dat ik wil vullen met verhalen om door te kunnen geven.
Wij vieren twee verjaardagen: die van mijn schoondochter en die van mij. Mijn verjaardag was er op de dag zelf volledig bij ingeschoten omdat we door moeten werken aan het Royaal Gebaar Boek. De asiel zoekende medemens gaat momenteel voor. Marion moest die avond ergens over het royaal gebaar spreken. Daaraan voorafgaande aten we in een restaurant. "Hieperdepiep" stond in letters van chocoladepasta op de rand van mijn bord. Zodra de serveerster uit het zicht was, gaf ik het bord aan Marion, want ze had onze desserts per ongeluk verwisseld.
Met de grootste moeite maken we twee dagen later een avond vrij. Kaja heeft twee fotoboeken voor me gekocht. Die liefde voor de foto delen mijn zoon en ik. We houden van het betrapte leven, het drama dat vereeuwigd wordt, de geënsceneerde toevalligheid, het vergeten moment dat toch door een wonderlijk toeval bewaard is gebleven. Want het is allemaal zo mooi dat het recht heeft te blijven bestaan.
Nog vier maanden moet ik wachten voordat ik kan beginnen met het vertellen van verhalen aan mijn kleinkind. Kaja heb ik elke avond voorgelezen. Tot hij twaalf was. De verhalen die ik hem mee moest geven als bagage. Je moet vroeg beginnen zodat de baby al aan je stem went. De betekenis in de woordenstroom komt later wel.
Op vrijdag moet ik een zaal vol apothekers, beleidsmakers en mensen die bij de farmaceutische industrie werken toespreken. Of die mijn verhalen wel zo leuk vinden weet ik echt niet. Het is in de namiddag en de helft van de mensen die voor de studiedag zevenhonderdnegenennegentig euro heeft moeten betalen is al vertrokken om de file te ontlopen. Met die mensen winnen we geen enkele oorlog, zelfs niet die voor betere medicijnen. Onverschillig en zonder passie laten we de geschiedenis over ons heen komen. Het enige dat telt is dat we op tijd thuis zijn. Men heeft me gevraagd om een luchtige gesproken column te presenteren als afsluiting van de bijeenkomst waarin ik het perspectief van de patiënt vertegenwoordig. Al het andere is serieus geweest, maar de patiënt, dat kan wel luchtig.
Wel vaker is die dag de patiënt genoemd. De makers van de medicijnen vragen zich bijvoorbeeld af of hun medicijnen wel snel genoeg bij de patiënt zullen zijn en of die wel uit voldoende van het zelfde te kiezen hebben. De autoriteiten hebben het over de veiligheid van de patiënt. De verzekeraars maken zich zorgen of de patiënt niet te veel voor zijn medicijnen zal betalen. De apothekers weten uit goede bron dat de patiënt goede service wil. Kortom, iedereen heeft zich de belangen van die patiënt al toegeëigend. Als ik de zaal in kijk, begrijp ik voor het eerst in mijn zevenenvijftig jaar dat patiënt zijn ook enige voordelen heeft. Ik kan bewijzen dat ik een echte ben. Dus ik begin zo luchtig mogelijk.
"Toen ik tweeëneenhalf jaar geleden hoorde dat ik prostaatkanker in een ver gevorderd stadium had, wist ik dat ik patiënt was." Zo, dat moeten die mannen en vrouwen in de Jacob Pronkzaal van het Kurhaus me maar eens verbeteren.
"Mijn uroloog besloot onmiddellijk dat ik chemisch gecastreerd moest worden," vervolg ik. "Het kiezen van een behandeling is eigenlijk niet aan de orde geweest. Over de voordelen en nadelen van de behandeling heeft hij het nooit met me gehad, ervan uitgaande dat iedereen zo lang mogelijk wil leven en dat elke man met iets meer dan lagere school wel ongeveer weet wat de gevolgen van castratie zijn."
Mijn gehoor kijkt me aandachtig aan. Zij willen horen hoe dat is afgelopen. Leef ik nog lang en gelukkig?
"Toevallig kwam ik ook nog een arts tegen die uit Iran gevlucht is," vertel ik. "Hij werkte op de bestralingsafdeling en was de enige die met me over de gevolgen van de behandeling sprak. Het was niet eens zijn taal, maar hij maakte me in helder Nederlands duidelijk dat ik moest blijven neuken om de vitale zenuwen in vorm te houden. Die arts had begrepen wat het is om over de kwaliteit van een behandeling te communiceren. Wat een zegen toch dat er zulke asielzoekers zijn."
Als alles voorbij is dan resten wat foto's en verhalen. Ik moet er nog veel vertellen en schrijven. Voor mijn kleinkind. Volgens mij herkende ik die glimlach op de echo.



Terug