| Week 2005 22 Na het anale ritueel dat mijn Iranese bestralingsarts en ik altijd uit voeren, zegt hij: "Het voelt zacht aan. Geen knobbels. Ongeveer twee centimeter." Zo wil ik dat mijn prostaat is. Ik was drie maanden te laat voor deze afspraak. Dat is logisch want ik ben geen prostaat met een mens erom heen, en dus kan ik niet voortdurend over dat orgaan lopen na te denken. Juist toen ik druk met 'Een royaal gebaar' bezig was realiseerde ik me dat ik echt naar mijn radiotherapeut moest gaan, al was het alleen maar om van hem te horen of hij tevreden over de actie was. Misschien was hij wel trots dat hij me daarvoor in leven had weten te houden. Ik belde naar het ziekenhuis om snel een afspraak te regelen. Daarbij verontschuldigde ik me verschillende keren en vroeg of ik spoedig mijn arts mocht zien. Ik voegde eraan toe dat ik hem zo aardig vond en dat dit op zich al voldoende reden was om te komen. De man die de afspraak moest regelen lachte en zei: "Ja, hij is de liefste die hier rond loopt." Nog maar net de schuifdeuren van het ziekenhuis door, zegt een dame bij de receptie "Goedemiddag mijnheer Wolffers." Dat klinkt niet goed. Mijn grootste wens is het altijd anoniem te blijven in supermarkten, ziekenhuizen en op begraafplaatsen. "Ga maar zitten. Hij kom er zo aan." Het hele personeel is blijkbar op de hoogte dat de Iranese arts en ik iets hebben. Niets onbetamelijks, maar we begrijpen elkaar. Hij gaat het gebruikelijke lijstje met me af. "Plassen?" Braaf vertel ik dat ik elke morgen om kwart voor acht wakker wordt door de aandrang. "Ontlasting?" Hardlopen en bestraald worden, dat blijft een moeilijke combinatie. Volgens Homan - dat is zijn voornaam - ben ik de enige van zijn patiënten die dat speciale probleem heeft. Maar hoeveel van zijn patiënten willen met alle geweld 's morgens een eind hard lopen? Vervolgens lachte hij een beetje onhandig. "Ik zou willen dat je niet over me had geschreven," zegt hij. "Want nu is het zo lastig vragen." Hij vraagt me altijd naar de primaire lichaamsfuncties: plassen, poepen, neuken. "Mijn collega's hier vragen me of ik echt door vraag over de seksuele functies. Dan zeg ik maar dat je een schrijver bent en dat die nu eenmaal een beetje overdrijven." Homan en ik weten dat auteurs het inderdaad mooier maken dan het is, maar we weten ook allebei dat hij een goede arts is en de moeilijke dingen niet uit de weg gaat. "Het gaat goed," lach ik. Het gaat me wat te ver om hem precies te vertellen hoe veel keer per week, maar met mijn mimiek laat ik weten dat ik weer net als vroeger een beest geworden ben, die weet wat de prioriteiten in het leven zijn. "Maar van alle artsen die ik gehad heb, ben je de enige die er met mij over gepraat heeft. Gewoon echt: van man tot man." "Toen ik net in Nederland was," zegt Homan, "wilde ik zo snel mogelijk de taal hier spreken. Ik leerde allerlei mooie spreekwoorden. Bijvoorbeeld 'spreken is zilver' en ik dacht 'goh, je kunt hier zeggen wat je wilt'. Maar later besefte ik het belang van het tweede deel van dat gezegde: 'zwijgen is goud'. De meeste mensen houden liever hun mond dicht, want dan kunnen ze ook geen fouten maken." De seksuele castratie heeft een jaar geduurd, maar het kostte me daarna zeker anderhalf jaar voor ik weer helemaal de oude was. Nu pas herken ik weer mijn benen met die donkere haren er op. Niet langer schrik ik als ik omlaag kijk en de tijd is voorbij dat ik verbaasd ben dat er heel iets anders onder mijn lichaam zit. Ik moet me weer elke dag scheren. Een keer een dagje overslaan verandert me in een oude zwerver, waar Marion niet mee wil vrijen. Het kan allemaal zo weer voorbij zijn: een lang weekend pret. Maar op maandagochtend herneemt de realiteit zijn rechten. Of misschien is het meer dan een weekend: een vakantie, die niet voorbij lijkt te gaan. Alleen maar dagen waarop de zon van 's morgens vroeg tot 's avonds laat schijnt. Oktober lijkt nog heel ver weg. Maar geldt dat niet voor iedereen? Ook voor de mensen die gewoon nog niet weten dat ook zij uiteindelijk zullen sterven? Komt oktober niet altijd als een verrassing en te vroeg? Het liefst zou ik Homan vragen: "Wat vind je van onze actie?" Ik durf er niet over te beginnen, maar kan uiteindelijk mijn mond toch niet houden en vraag of hij over de royaal gebaar actie gehoord heeft en wat hij ervan vindt. Hij is immers mijn ere asielzoeker en zijn goedkeuring zou ik erg op prijs stellen. "Ik heb de laatste zes maanden geen televisie meer gekeken," zegt hij. "Mijn vrouw heeft darmkanker en daar zijn we erg mee bezig." Op dat moment voel ik me belachelijk met die uitsloverij over mijn seksuele leven en met de tevredenheid over hoe goed de royaal gebaar actie verloopt. Hij glimlacht verontschuldigend. "Wat erg," zeg ik nog, maar dan gaat de telefoon. "Met Homan," hoor ik, maar zoals hij het uitspreekt klinkt het als Human. Onmiddellijk gaat hij over in het Farsi. Misschien zijn vrouw. "Ik ga," zeg ik om hem niet te storen en zwaai naar hem, knijp mijn ogen nog dicht om hem daarmee op mijn manier sterkte te wensen. Verwens mezelf dat ik hem niet bij zijn arm heb gepakt om hem echt te laten voelen hoe ik met hem mee leef. Niet iedereen kan een even goede dokter zijn. Terug |