Week 28 -2005
Zesennegentig uur zonder slaap, maar met nachtelijke Japanse televisieprogramma's. Volledige vervreemding omdat tijdens het congres dat in het hotel waar ik ben plaats vindt, de dag van de nacht niet is te onderscheiden. Het regent buiten altijd en de luchten zijn donker. Stemmen klinken onverwacht op om te waarschuwen voor afstapjes en opstapjes van roltrappen en automatische trottoirs. Dat denk ik althans, want ik versta geen woord Japans. Ik moet afgaan op mijn interpretatie. Soms klinkt ijle zachte muziek op plaatsen waar niemand is. De WC is al verwarrend met z'n bedieningspaneel in een armleuning aan de rechterzijde. Daar kan de brilverwarming worden geregeld en ook het water dat van onder alle kanten op kan stralen tegen de onderzijde van je lichaam, net zo warm als je het wilt. Het lezen van de Japanse karakters is uitgesloten en ik ben afhankelijk van de symbooltjes. Ik zie billen en een waterstraal en begrijp waar dat toe zal leiden. Er is ook een tekeningetje met een damesgezicht. Na lang piekeren veronderstel ik dat drukken op dat knopje de waterstraal richt op de vrouwelijke delen. Maar hoe laat je deze toilet gewoon spoelen? Bij vrienden in Kyoto, die ook zo'n geavanceerd toilet bezaten moest ik eens ten einde raad de gastvrouw vragen naar de WC te komen, naar het resultaat van mijn darmgymnastiek wijzen, geluiden van stromend water maken en wanhopig kijken om duidelijk te maken wat ik wilde. Zo verwarrend is Japan. Het is meteen ook de reden waarom mensen wel of niet gek zijn op dit land.
De vier dagen in Kobe lijken op een poging een persoonlijke remake van 'Lost in translation' te verfilmen, met mijzelf in de rol van Bill Murray. Ik kijk in de spiegel van mijn hotelkamer en wijs naar mezelf: "Santori for relaxing times." De enige zin uit de film die in uit mijn hoofd ken. Het vrolijkt me niet op.
Wat je nodig hebt is iemand met wie je om de gekke gebeurtenissen kunt lachen. Marion ligt thuis in bed, maar ik ben hier met Maurice. Hij zit ook in het aidswerk en met hem ben ik al op heel wat van deze gelegenheden geweest. Vancouver, Chiangmai, Manilla, Bangkok, Genève. Omdat men ons vaak samen ziet informeren nieuwsgierige mensen wel eens naar onze relatie. "Dit is de broer van mijn vrouw," zeg ik. Ik zie ze ongelovig kijken. Zelfs op een aidscongres durft die man niet uit de kast te komen, denken ze.
Maurice heeft kaartjes voor een feestje van de Aziatische organisatie van seks werkers. Wij gebruiken die term om steeds te benadrukken dat het om werk gaat. Het is politiek correct en het is niet de bedoeling dat we prostituees zeggen, laat staan hoeren. Door de stromende regen gaan we ernaar toe en arriveren tien minuten voor negen, als het bijna afgelopen is. Alles sluit vroeg in Japan. Het is een hard werkend volk dat weer vroeg op moet om slapend in de trein naar hun kantoren te gaan. Het feestje wordt gehouden in een drop-in centrum in de binnenstad van Kobe, waar de werkers een kop warme soep en voorlichting kunnen halen. De Japanse mannen en vrouwen hebben zich op allerlei manieren verkleed. Net als geisha's willen ze daarmee vermoedelijk aangeven dat ze, als ze werken, een cliché worden, waarop mannen hun verlangens en dromen mogen projecteren. Of vrouwen, want een toenemend aantal Japanse vrouwen maakt gebruik van de diensten van seks werkers.
Hirofumi van de universiteit van Tokyo is er ook. Hij voelt zich verantwoordelijk voor me. Bij mijn vorige bezoek aan Japan was hij mijn begeleider en tolk. Nooit week hij van onze zijde. Tot Marion en ik het soms zat werden en hem uitlegden dat we van wandelen houden en echt de weg naar ons hotel wel terug konden vinden. Nu zoekt hij snel naar een restaurant dat nog een uurtje langer open is en daar gaan we met wat mensen naartoe. Twee Japanse vrouwen zijn meegegaan. Ze zijn verkleed als feeën in witte jurken en hebben roze pruiken en grote zonnebrillen op. Eén van de twee heeft met een zwarte viltstift een klein zwart snorretje op haar bovenlip getekend. Net als Hirofumi zijn ze mee om te vertalen.
Ze weten uit ervaring al wat buitenlanders leuk vinden. In hun gebrekkige Engels leggen ze uit dat men in het Engels zegt 'I come', maar in het Japans 'I go'. We lachen omdat we moe zijn en helemaal los van plaats en tijd. Ik zou niet weten hoe oud deze vrouwen zijn. Aan hun gebit is te zien dat ze een zwaar leven leiden. Aan de achterzijde ontbreken tanden. Als ze een tapbiertje voorgezet krijgen zegt één van hen: "This beer we call beer without condom." Weer lachen we. Een Thaise prostituee vertelt via haar vertaalster dat in Thailand 'Flying your kite' een uitdrukking voor masturbatie is. Ja. Ik zie de jongetjes in Thailand en Indonesië bezig hun kleine vliegertjes de lucht in te krijgen en daarin te houden. Het is een prachtige uitdrukking. In de loop van de tijd heb ik veel van die schitterende termen gehoord tijdens de aids workshops die ik gaf. Ik liet de deelnemers lijsten met synoniemen voor lul, kut, neuken maken. Daarna bespraken we wanneer je die termen gebruikt, tegen wie en in welke omstandigheden. Het ging erom te laten zien dat mensen die altijd beweren dat in hun land men niet zo gemakkelijk over seks praat dat helemaal niet waar is. Elke keer lukte het weer, maar ik ben alles vergeten. Vooral in de preutse landen had men schitterende woorden en soms wel veertig synoniemen. Het enige dat ik nog weet is dat karaoke in het Indonesisch voor orale seks staat. Maar wat ik hoorde in Turkijke, Bangladesh, Kambodja of Vietnam ben ik vergeten.
Een Nederlandse jongen van één of andere internationale hulporganisatie, die de wereld van aids komt bevrijden, wil na afloop best met één van de Japanse vrouwen mee. Een beetje afgezonderd staat hij met haar te praten. Maurice neemt er een foto van. Een Engelse vrouw zegt streng dat je nooit een foto mag maken van een seks werker die met een klant staat te onderhandelen. Er schijnen regels te zijn die wij niet kennen.
De regen is gestopt en Maurice en ik besluiten naar huis te lopen. Voor Aziaten is dat volkomen onbegrijpelijk. Lopen.
In mijn hotelkamer probeer ik te lezen in het boek van Foucault dat ik heb meegenomen. Daarmee hoop ik slaperig te worden, maar ik ben niet erg succesrijk. Uiteindelijk zet ik maar weer de televisie aan, waar een presentator met lichtgroen haar hoog lacht om dingen die ik niet begrijp. Af en toe neemt hij een telefoon op en zegt Moshi Moshi. Wat doe ik hier in Kobe?
Als ik terug ben in Nederland heb ik geen jet lag want mijn lichaam had onze eigen tijdzone nooit verlaten. Met Marion ga ik naar de dokter, die ik woord voor woord begrijp als hij uitlegt dat de ontsteking van Marion voorbij is en dat een kijkoperatie van de baan is.
"Nog wel rustig aan doen," zegt hij tegen Marion. Ik snap dat wel, maar ik weet niet of zij dat wel begrijpt.



Terug