| Week 31 -2005 In de auto op weg naar Ter Apel kan ik mij niet concentreren. Of ik het nu wil of niet, mijn gedachten gaan steeds terug naar het artikel dat ik die morgen in een wetenschappelijk tijdschrift gelezen heb. Onderzoek heeft aangetoond dat het niet gaat om de hoogte van je PSA, maar om hoe snel het toeneemt. Verdubbelt het zich eens per drie maanden en was je gleasing factor hoog, dan weet je dat na de bestraling de kans dat je er over vijf jaar nog bent vijftig procent is. Tussen februari en juni is die PSA bij mij verdubbeld en tijdens mijn vorige bezoek aan hem was ik de onderhandeling met mijn uroloog al begonnen over hoe lang dat zo door mag gaan voor ik verstandig moet zijn en weer met die castrerende medicijnen moet beginnen. Ik ben nu zevenenvijftig. Tweeënzestig jaar is niet oud. Mijn vader is nog een jaar ouder geworden en daarvan zegt men altijd dat hij veel te jong overleden is. Zal ik verstandig zijn, mijn leven een paar jaar rekken om het langer uit te houden dan hij? Maar helaas wel met huilbuien, opvliegers en een lichaam zonder hormonen, waar Marion telkens van schrikt en dat mij geen plezier meer verschaft. Of houden we het kort maar krachtig, neuken we nog zo veel als we kunnen en neem ik op tijd afscheid als te oud geworden jonge held die door een onafwendbaar noodlot door de goden tot hen geroepen wordt? Ter Apel ligt ver weg en ik heb veel tijd om alle mogelijkheden tegen elkaar af te wegen. De asielzoekers hebben de hele dag gekookt om hun gasten te verwennen. Gerechten uit allerlei landen staan op tafels te wachten. "Lekker spul," hoor ik een autochtone bewoner van Ter Apel zeggen en zij neemt voor de tweede keer iets dat me veel te zoet lijkt. Drie jongens uit Liberia, vanwaar ze voor het aanhoudende geweld gevlucht waren, slaan op hun trommels. Een geheime boodschap voor hun geliefden ver weg: het gaat goed met mij; Nederland is een gastvrij land; ik krijg vast nog wel een verblijfsvergunning. Marion is gevraagd deze bijeenkomst van asielzoekers, mensen die met ze werken en plaatselijke politici bij te wonen. Het verzoek is met name van de asielzoekers gekomen. Zij mochten een lijstje maken van Nederlanders die ze het liefste op dit feest zouden willen zien en Marion stond bovenaan die lijst. De koningin van het pardon. Ze spreekt met de hongerstakers, die te zwak zijn om nog uit hun stoel overeind te komen. Die voeren een uitzichtloze strijd tegen politici die over ze stemmen zonder te weten wie ze zijn. Tegen kanker vechten is niet altijd eenvoudig, maar het opnemen tegen politici die gezichtsverlies vrezen als ze hun beleid veranderen is veel zwaarder. De asielzoekers zijn opgewonden. Ze willen iets menselijker behandeld worden. Dat staat los van of ze in dit land mogen blijven. Een vrouw die hier samen met twee kinderen in een asielzoekerscentrum zit had deze week de dokter bezocht. Haar kind moest met spoed in het ziekenhuis worden opgenomen. De arts gaf haar een verklaring waarmee ze een buskaart van tweeënveertig euro om haar kind op te kunnen zoeken kon ophalen. Dat weigerden de medewerkers in het asielzoekerscentrum. De vrouw moest het zelf maar voorschieten en dan zou ze het over een maand terug krijgen. De toelage voor haarzelf en twee kinderen is veertig Euro per maand. Hoe moet ze dat doen? De medewerkers benadrukken steeds dat het haar eigen verantwoordelijkheid is en dat ze zelf de keuze gemaakt heeft hier te komen. Alsof ze propaganda moeten voeren voor een politieke visie waarbij alles wat de mens overkomt z'n eigen schuld is. Ze lijken geprogrammeerd te zijn om wat er anders uit ziet te vernederen. Geen mogelijkheid laten ze onbenut om hun macht te tonen. Daarmee gaan ze vermoedelijk door tot de mannen op hun trommels naar huis seinen: het gaat hier slecht met me; kom nooit naar dit land waar ze rijk zijn maar niet willen delen; je krijgt hier vast geen verblijfsvergunning; ze sturen je terug naar de oorlog en de onderdrukking. Een dag eerder zijn een Chinese vrouw met haar kind en een Syrische man voor een gesprek uitgenodigd. Hen is niet uitgelegd waarvoor het gesprek bedoeld is, maar ineens krijgen ze handboeien om en worden ze weggevoerd naar de gevangenis. Waarom die handboeien? Ze moeten naar een land terug waar niemand ze wil hebben. De andere bewoners van het asielzoekerscentrum schrikken en beginnen te protesteren. De politiemannen raken daarop in paniek en roepen om versterking. Twintig agenten verschijnen daar razendsnel in dat afgelegen Oost Groningen, waar er twee politiemensen gewoonlijk verantwoordelijk zijn voor de patrouilles in een kwart van de provincie. Nederland op zijn dapperst: het voert oorlog tegen mensen die nergens meer naartoe kunnen. De VVD burgemeester zegt die avond waar we bij aanwezig zijn dat hij denkt dat het veel verstandiger geweest zou zijn als deze mensen die er zo lang zijn een pardon hadden gekregen en dat die politieactie eigenlijk niet kon. Maar wat hebben de mannen die in hun trainingspakken rondlopen alsof ze op een zomerse camping zijn aangekomen en de vrouwen die hun mooie jurken dragen eraan? Als Marion iets voor wil lezen uit het boek 'Een royaal gebaar' blijkt dat er geen standaard voor de microfoon is die ze in haar hand heeft. Ze roept de burgemeester en zegt dat ze het boek aan hem wil overhandigen, maar dat hij eerst nog even de microfoon voor haar op moet houden. Daar staat hij, naast haar met de microfoon in zijn hand en weet niet welke kant hij op moet kijken, terwijl Marion vol vuur en passie over vrijheid en waardigheid spreekt. Noodlot kan ik niet wat langer leven, maar wel met al mijn hormonen, om nog veel van zulke momenten mee te maken? Op weg naar huis vertelt Marion over haar gesprek met een mooie jonge geblondeerde Iraanse vrouw. In het land waar ze ooit vandaan kwam willen ze haar geen papieren geven en daarom kan ze niet weg uit dat kleine stadje aan de rand van Nederland. Ze heeft de hele middelbare school hier gevolgd. Als haar vroegere dorpelingen haar nu zouden zien met haar naveltruitje en een taal sprekend waar ze niets van begrijpen, zouden ze beslist niet weten wat met haar te doen. Een vrouw die weet wat ze wil. Stenigen? Handboeien omdoen? "Ach," had ze aan Marion gezegd. "Ze krijgen me niet zo snel weg. Over twee jaar is die mevrouw Verdonk verdwenen, maar ben ik nog hier." Ik hoop dat ik dit kabinet ook overleef en net als zij kan zien dat het anders kan. Terug |