| Week 34 -2005 Bij mijn terugkeer van vakantie vond ik tussen de post een in rood leer gebonden boek. 'Van Jeruzalem tot Rome' met veel lelijke niet ter zake doende foto's, geschreven door ene Ellen White. Onze wijk is al een tijd doel van een intensieve evangelisatiecampagne. Regelmatig verschijnen er teams van vijf of zes mensen die systematisch van huis naar huis gaan en indien er niet op hun bellen gereageerd wordt een folder achterlaten. Als Marion en ik aan het werk zijn negeren we de bel vaak en zo hebben we de roep van de heer misschien gemist. Daarom heeft men waarschijnlijk besloten om bij ons wat zwaarder geschut in te zetten. Het is moeilijk om zo'n heel boek de weg van de onaantrekkelijke folders naar de grijze container te laten volgen. Het is en blijft een boek. Het komt van uitgeverij Veritas uit Den Haag en met potlood is voorin 24,50 geschreven. Het zijn dus Nederlandse evangelisten die het niet na kunnen laten te speculeren op gevoelens van spaarzaamheid. Het boek is bij ons blijven liggen tussen de vele glossybladen waarin de makers van onze creditkaarten, koffiezetmachines, de stroomleverancier, de ziektekostenverzekeraar of de plaatselijke makelaar ons hun boodschappen ongevraagd sturen. Het voorwoord van het boek vertelt: "In het begin van het boek Handelingen treffen we de apostelen aan te Jeruzalem, waar ze wachten op de gave van de Heilige Geest. Zodra de Geest is gekomen, begint het zendingswerk." Bij mij is de Geest er elke dag en ik hoef er nooit op te wachten. Ik word wakker en mijn vingers popelen om het toetsenbord te beroeren. Er is altijd wel iets in mijn hoofd dat er uit wil. Mensen die eerst op de Geest moeten wachten heb ik nooit begrepen. Dat wordt nooit iets. Het was Pinksteren toen ze de Geest kregen. Niemand in Nederland kan nog vertellen wat Pinksteren voor Christelijke feestdag is. In Portugal heb ik in de kerken er afbeeldingen van gezien. Mensen met doffe uitdrukking op het gezicht dragen een vuur op hun hoofd. In mijn antropologieopleiding heb ik geleerd dat je om te communiceren niet met antwoorden moet komen, maar met vragen. Zo'n ongevraagd boek lijkt me dan ook een heel verkeerde aanpak. Na de inleiding laat het boek er geen twijfel over bestaan, want het begint met: "De kerk is het door God aangewezen werktuig om mee te werken aan de redding der mensheid." Dat is even schrikken: God heeft niet mij maar de mensen die dat boek bij me in de brievenbus hebben gegooid aangewezen als werktuig. Iemand heeft er blijkbaar ook nog 24,50 voor over om mij te redden. En het gaat door tot de laatste woorden op pagina 438: "En de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag…" Ergernis en nieuwsgierigheid strijden bij mij om voorrang. De bemoeizucht van anderen met mijn leven stinkt, maar tegelijkertijd vraag ik me af wat er in hemelsnaam in de hoofden van deze mensen omgaat te denken dat ze met het sturen van zo'n boek iets kunnen bereiken. Zijn het misschien lezers van mijn weekboek, die weten dat de dood wel degelijk op me wacht en daar nog een evangelisch slaatje uit willen slaan? Hebben ze gelezen dat ik net een reisje door Portugal heb gemaakt waar ik kerk in kerk uit ben gegaan? Daar heb ik geprobeerd David en Feline uit te leggen waarom er overal bloed te zien is, Jezus aan een kruis hangt en Sint Sebastiaan doorzeefd is met pijlen. Goed voorwerk voor een laatste poging me te redden. Of geven ze gewoon iedereen zo'n boek? Die lagen toevallig nog in grote voorraden ergens op een zolder in Den Haag en ze gaan verbouwen. Die 24,50 betreft ook geen bedrag in Euro's maar in guldens van voor de oliecrisis. Om eerlijk te zijn hou ik meer van zondaars dan van mensen met de Geest. Zoals ik ook bij het lezen van de Divina Commedia met meer plezier over hel en vagevuur lees dan over de hemel. De werkelijkheid interesseert me meer dan het ideaal. Het interessante aan de mens is dat hij in elke nieuwe omstandigheid zich toch weer moet gedragen op een manier, die spijt en schaamte voorkomt. Laten die evangelisten hun boeken bij Balkenende en Verdonk in de brievenbus gooien. Dat zijn zondaren die dagelijks zonder hun's naaste vrouw te begeren en zonder af en toe een beetje te echtbreken, alles wat we in onze samenleving over waarden en normen geleerd hebben, overtreden. Bewust kleineren ze mensen met een andere achtergrond, ontnemen hen hun gevoel van zelfwaarde en sturen ze naar landen waar ze ernstige risico's lopen. In de krant zag ik foto's van jonge mensen die naar Keulen waren getrokken om de zegen van de paus in ontvangst te nemen. In de behoefte aan religieuze ceremonie hadden velen zelfs besloten half in de Nijl te gaan staan alsof het de Ganges zelf was, om de zegen extra goed in zich op te nemen. Op die foto's zag ik een paar leuke meiden. Als ik nog twintig was had ik daar best bij willen zijn. Op die leeftijd was ik tot alles bereid als ik maar in de buurt kon zijn van de Thea's, Trudy's, Carla's, Suusjes die in de heer geloofden, maar toch tegelijkertijd ook alle geslachtskenmerken hadden die mij wisten op te winden. Zonder probleem zou ik die paus mee begroet hebben als er maar half een kans was geweest dat in de euforie van de Geest een aanraking uitgewisseld zou kunnen worden, die het leven zin kon geven. Toen ik die foto zag, kon ik alleen maar bedenken dat het in Keulen een leuke boel zou worden. Daarom begrijp ik niet goed dat de condoomproducent die in Keulen gratis condooms uit kwam delen zo onaardig behandeld is door de jonge gelovigen. Ze voelden zich beledigd, want zij hebben dat niet nodig. De paus houdt niet van condooms, want die zouden juist zorgen voor meer ongepaste seksualiteit, neukpartijen zoals de evangelisten ze niet voorstaan. Ik wil niet horen bij een club die van te voren al weet nooit te zondigen en dus geen condoom bij zich wil hebben. Het is als leven zonder te willen beseffen dat je je steeds bloot stelt aan de risico's die erbij horen. Dat boek is verkeerd bezorgd. Dat zal het zijn. Mijn buurman is directeur van een verzekeringsmaatschappij en heeft meer verstand van risico's. Ik zal het bij hem in de brievenbus gooien. Terug |