Week 36 -2005
Het thema van die dag was 'How to make a good doctor', maar dat wist ik pas toen mijn voorganger sprak. Ik was de tweede spreker van de drie die het congres moesten openen. Omdat ik meestal hard aan het werk ben, lees ik mijn mails niet altijd even goed en de titel van deze sessie had ik daardoor nu juist gemist. Een half jaar daarvoor was ik opgebeld met de vraag of ik tijdens het congres van de Europese organisatie voor medisch onderwijs iets over culturele vaardigheden zou willen vertellen. Nu keek ik terwijl buiten de zon uitbundig scheen een donkere zaal van de RAI in waar honderden artsen moesten zitten. Geen gezichten die ik er uit kon pikken om af en toe voor een beetje steun naar te kijken. Het was of ik weer examen moest doen en ik wist dat ik me onvoldoende had voorbereid. Ik zou zeker zakken, want ik heb er geen idee van hoe je goede artsen opleidt. Wel wilde ik graag uitleggen dat het belangrijk is dat mdische studenten in hun opleiding meer horen over hoe mensen met een heel andere culturele achtergrond met ziekte en gezondheid, dood en leven omgaan. Als ze daar naar leren luisteren, zullen ze vast beter worden, ook voor alle andere patiënten die graag hun verhaal kwijt willen.
Omdat ik bang ben iets een tweede keer te vertellen had ik ook al niet veel voorbereid. Als uitgangspunt voor het houden van lezingen hanteer ik de regel dat het pas goed wordt als ik mezelf ook weet te verrassen. Het kan echter ook wel een drogreden zijn om goed te praten dat ik de tijd niet neem me behoorlijk te prepareren. Na wat algemene opmerkingen over cultuur en vooroordelen, vertelde ik over mijn prostaatkanker en over Homan mijn Iranese bestralingarts die vervelende gesprekken niet uit de weg gaat, ondanks het feit dat hij een heel andere achtergrond heeft dan het merendeel van zijn patiënten. Ik beschreef hoe ik hem voor het eerst ontmoette en hij, nadat ik al acht maanden behandeld werd, als eerste in het ziekenhuis over de bijwerkingen van de behandeling op de seksualiteit begon te praten. "Toen ik zijn voornaam vroeg, dacht ik dat hij human zei." Die zin had ik ook niet thuis kunnen bedenken, op een papiertje zetten en dan voorlezen. Hij kwam vanzelf te voorschijn op het moment dat het nodig was. De artsen in het donker lachten. "We weten de betekenis van de woorden, zoals castratie en impotentie meestal wel met ons hoofd, maar niet met ons hart." Die opmerking begrepen al die artsen ook. Na een half uur gesproken te hebben denk ik dat die aanwezigen in de zaal me wilden laten slagen zonder dat ik ze nu precies uitgelegd had hoe je goede artsen maakt.
De derde spreker moest zich na mijn enigszins emotionele uiteenzetting wat ongemakkelijk hebben gevoeld. Hij had ook een bijzonder moeilijke taak. Hij moest uitleggen of artsen nu juist veel moeten leren of veel ervaring dienen te hebben, om een goede diagnose te stellen. Want, zo hoorde ik tot mijn schrik, pas tien jaar na het afronden van een specialisatie is een arts enigszins in staat behoorlijk te functioneren. Maar daar begon de man niet mee. "It's always good to start a lecture with a moving personal experience," zei hij. "Well, I was helping my son moving..." Later probeerden twee aardige mensen zich te verontschuldigen over wat de man gezegd had. Ik had het me echter helemaal niet aangetrokken. Zelfs als hij het persoonlijke deel van mijn lezing had proberen te bespotten, vergaf ik hem onmiddellijk, want ik weet nu eenmaal dat artsen vaak niet goed met gevoel om kunnen gaan.
Op het terras van het restaurant waar we 's avonds aten, probeerde ik het aan Marion te vertellen. Ze kent mijn verhalen echter wel een beetje.
Voor veel artsen ben ik een lastpak. Als je vaak iets zegt over je vakgenoten, kom je tenslotte in de categorie gekke artsen terecht. Uiteindelijk hebben ze een soort Don Quichotte van je gemaakt, waar ze niet meer naar hoeven luisteren. Jarenlang vonden ze het blijkbaar zo vervelend wat ik te vertellen had, dat ze me consequent omschreven als 'alternatief arts' Ivan Wolffers. Het interessante is dat een deel van de media die omschrijving zonder nadenken overnam. Er is geen dodelijker affiche in de reguliere geneeskunde denkbaar. Ik heb me nooit verdiept in de alternatieve geneeskunde en heb uitsluitend wetenschappelijke geneeskunde gestudeerd. Daarom was het die ochtend zo prettig geweest om serieus genomen te worden door artsen van buiten Nederland, die me gelukkig niet kennen en niet denken dat ik een soort melaatse kliniclown ben.
Terwijl Marion en ik zaten te eten kwamen er twee mannen langs. Ze hielden elkaar goed vast. De een was blind en de ander spastisch. De roodwitte stok voor ze uit. De mannen kwamen aan het tafeltje naast ons zitten en vanaf dat moment kon ik mijn ervaringen van die dag niet meer goed vertellen, gefascineerd als ik was door de twee heren. De spastische man bekeek de wijnkaart en koos. Het was een warme dag geweest en de rosé van Domaines Ott was een heel goede keus. Ik had het ook op de kaart zien staan, maar had het wat te duur gevonden. De blinde man moest voorproeven. Hij knikte enthousiast. De spastische man wilde tussen het voorgerecht en het hoofdgerecht een sigaartje. Hij koos daarna ook een mooie fles bourgogne uit en liet de blinde man opnieuw voorproeven. Marion en ik voelden ons bijna kleuters in de kunst van het genieten. Zij neemt één glaasje rood en ik twee, maar geen sigaar. Ik was nieuwsgierig en probeerde iets van hun gesprek op te vangen, maar de spastische man sprak vrijwel onverstaanbaar en de blinde man had afgeleerd zijn gesprekspartner aan te kijken en keek alle richtingen in, waardoor ik zijn lippen niet goed kon lezen. Wel kreeg ik door dat ze onder andere over de orkaan die New Orleans bijna vernietigd had spraken, maar de blinde man zei: "Al die ellende! Daar wil ik het vanavond niet over hebben."
Toen we vertrokken vertelde de eigenaar van het restaurant ons dat ze er wel eens vaker eten. Ze komen met de auto en bezoeken alleen de goede restaurants in de omgeving. Ik vroeg me af, wie er naar huis zou rijden, maar besefte dat de blinde wel niet de bob zou zijn. De spastische man was veroordeeld om altijd wat minder te drinken.
Door het donker liepen Marion en ik hand in hand naar huis. Ik wilde weer vertellen over die dag, maar besefte dat ik alles al weer aan het vergeten was. Terwijl ik sprak wist ik dat het nergens op sloeg, maar ik zei nog wel: "Patiënten en artsen zijn tot elkaar veroordeeld zoals de lamme en de blinde. De een met z'n schreeuw om hulp en de ander bang voor onzekerheid en emotie. Maar ze moeten het toch met elkaar doen. Het zou alleen mooi zijn als veel van die artsen door hadden dat ze blind zijn en niet altijd achter het stuur van de auto willen gaan zitten."



Terug