Week 37 -2005
Als ik alleen thuis ben is het bed te groot. Het is me niet meer duidelijk hoe ik er in moet liggen en als een kompasnaald begin ik te draaien op zoek naar een oriëntatiepunt. Het is een groot bed en soms word ik 's morgens wakker met mijn hoofd aan het voeteneinde en mijn voeten op het kussen. Wie weet hoe vaak ik gedurende de nacht een ronde gemaakt heb? Door de rusteloosheid ben ik de volgende dag vermoeid en een beetje chagrijnig uit zelfmedelijden.
Bij de slijter zocht ik een mooie fles Amarone uit en besloot dat ik het die avond heel gezellig zou hebben in mijn eentje. Onderweg naar huis zag in de verte een groep mensen lopen. De jonge vrouwen hoog als ooievaars op hun mooiste schoenen met hakken en de mannen zeulden zware lasten voort. Mijn eerste gedachte was dat het asielzoekers moesten zijn. Het had er alle kenmerken van. Ze liepen. Andere Nederlanders hebben een OV-jaarkaart of een auto, op z'n minst een fiets, maar asielzoekers hebben niets en lopen langs onze tochtige wegen, tegen de wind van de voorspoed in. Ze sleepten al hun bezit met zich mee. Ze waren in een groep. De vrouwen op hun mooist, want in hun eigen cultuur werd daar waarde aan gehecht. Goud om hun polsen, om hun nek, in hun oren. Een oogverblindende schittering om de waarde van die wonderbaarlijke godsgeschenken te benadrukken. En alle generaties leken vertegenwoordigd te zijn.
Alleen, ons dorp is niet echt een plaats waar men zo snel een asielzoekerscentrum op zal zetten. Bij ons is er een sterrenrestaurant en een verbod op het fokken van varkens, maar voor zo ver ik weet, geen schuilplaats voor vervolgden.
Toen ik dichterbij kwam zag ik dat ik me vergist moest hebben. Deze mensen waren op weg naar een feestje, hoogstwaarschijnlijk een bruiloft. De lasten die ze voortzeulden waren in kleurrijk cadeaupapier verpakt. En hun kleding was bedoeld voor een eenmalige exorbitante gelegenheid, welke tot in de vroege ochtend zou duren en onvergetelijk moest worden. De twee jonge vrouwen die voorop liepen waren geen ervaren hoge hakken draagsters. Alsof ze voortgeduwd werden en een last om hun nek bewogen ze zich voort en leken al blij niet te struikelen. Maar de lengte van hun rokken maakte ze toch aandoenlijk. Veel gratis been.
Even dacht ik bij mezelf dat het ongepast en zeer vrouwonvriendelijk was zo lang naar die benen te kijken en richtte met enige wilsinspanning mijn ogen op de woning van een vage kennis om te zien of hij thuis was. Al snel vond ik dat belachelijk. Ik stond het mezelf toe weer naar de benen van die vrouwen te kijken. Als er toch één ding is dat ik geleerd heb van mijn castratieperiode, dan is het wel dat het zonder gêne kijken naar dat wat ons opwindt een privilege is dat we niet zo maar op moeten geven. Het liefst zou ik zelfs de auto gestopt hebben en al die vermeende asielzoekers een hand gegeven hebben om ze een prettig feest toe te wensen. Dat ging nu net weer iets te ver. Daarom reed ik door zonder ooit te zullen weten hoe de twee jonge vrouwen er aan de voorzijde uitzagen.
Het had van alles kunnen zijn, maar het was onbelangrijk. Die benen, daar ging het om en die waren een pars pro toto. Bewegende pilaren van zongebruinde passie die in mijn archief van half vergeten herinneringen beelden opriepen waardoor ik de geile jongen geworden was die ik ben. Als ik niet alleen thuis ben heb ik de natuurlijkste hoge hakkenloopster ter wereld in mijn omgeving. Ze loopt op gewaagde schoenen alsof het slofjes zijn. In de opbergladen waar het materiaal voormijn te schrijven memoires is opgeslagen zie ik haar lopen op Bali, door Barcelona, langs de Copacabana, maar ook in huis, en bij de bakker om de hoek. Duizend beelden van benen die nooit meer uit mijn hoofd willen. Waren die hersenen van mij maar eens in staat om met het zelfde enthousiasme de namen van allerlei nieuwe geneesmiddelen te onthouden.
Nooit trekt ze zich iets aan van wat andere mensen van haar vinden. Hoewel ik weet dat haar uiterlijk niet weg te denken is, beken ik dat ik tot over mijn oren verliefd ben geworden op haar houding van volkomen onafhankelijkheid. De trots, de arrogantie van een koningin, iemand die in staat is tot royale gebaren.
Op mijn bureau liggen uiteenlopende zinloze onderzoeksverslagen. Eén daarvan gaat over de relatie tussen seksuele bevrediging en onderdrukking bij vrouwen. Het blijkt dat vrouwen die seksualiteit sterk met onderdanigheid in verband brengen de meeste moeite hebben klaar te komen. De onderzoeksters weten precies hoe het allemaal in elkaar zit. Vrouwen internaliseren het door de buitenwereld gewenste gedrag in de manier waarop ze hun seksuele identiteit vorm geven. Het is een door opgewonden mannenblikken opgelegd format waardoor hun capaciteit opgewonden te raken dramatisch ondermijnd wordt. Betekent het dat die hoge hakken en die korte rokken bijdragen aan de onderdrukking van mijn vrouw omdat ze doet wat ik het liefste van haar zie? En betekent het dat ze daardoor haar ware zelf heeft onderdrukt en slechts de helft van het mogelijke aantal orgasmen in haar leven heeft bereikt? Of is de brutaliteit waarmee ze in wat dan ook rondloopt juist een bewijs dat ze absoluut vrij is en zich niets aantrekt van anderen? Ik ben geneigd voor het laatste te kiezen, maar moet bekennen dat het niet helemaal gespeend is van een zeker eigen belang.
Misschien moet ik ook een ander onderzoek vermelden dat op mijn bureau rondslingert. Onthouding maakt zwak sperma sterker. Dat heb ik altijd wel gedacht. Veel yoghurt, pompoenpitten en tarwekiemen, samen met geduld maken het mogelijk je geliefde van haar sokken te blazen, voor zo ver ze daarin geïnteresseerd is. Onderzoekers die in andermans zaad zitten te neuzen hebben het gezien aan de beweeglijkheid van de zaadcelletjes. Gemiddeld leveren mannen het beste zaad na een week onthouding. De onderzoekers hebben er 9000 spermamonsters voor doorgewerkt. Na een week is het mannelijk zaad op z'n best, maar na tien dagen is het sterk op de terugweg.
Als ik de wijsheid van de natuur probeer te doorgronden betekent het dus dat een weekend vakantie van je geliefde net verdraagbaar is en dat het draaien van mijn hijgerige kompasnaald door ons bed op zoek naar haar benen, slechts de kwaliteit van mijn nageslacht bevordert.



Terug