| Week 40 -2005 De reis begint verkeerd. Op het vliegveld ontdek ik dat ik mijn ticket thuis heb laten liggen. De dame bij de incheckbalie kijkt zuinig. "Dan zult u wel niet weg kunnen," laat ze minzaam weten. Ze schept zichtbaar genoegen in de lichte paniek die in mijn ogen te lezen moet zijn. Mensen met de minste macht proberen meestal het meeste te maken van de weinige invloed die ze hebben. De manager van de luchtvaartmaatschappij schrijft echter tegen de administratiekosten onmiddellijk een nieuw ticket uit. Betekent het dat mijn missie in Kuala Lumpur toch goed zal verlopen? Als ik in het vliegtuig zit komt er een jongen van een jaar op vijfentwintig naast me zitten. Luid praat hij in zijn mobiele telefoon om een vriend opgewonden te laten weten dat hij is opgewaardeerd en business class mag reizen. Betekent dit dat mijn slechte geluk zich voorzet? Hij is vastbesloten om maximaal te genieten van de plotselinge luxe. Pas bij een derde gesprek om het nieuws triomfantelijk te verspreiden komt een stewardess hem vertellen dat het gebruik van de mobiele telefoon hier niet is toegestaan. Zodra ze is weggelopen drukt hij op het belletje om haar terug te laten komen en bestelt een gin tonic. De jongen haalt zijn videocamera te voorschijn en filmt de hand van de stewardess die het glas voor hem neer zet. "Business class opname één," zegt hij daarbij. Als de vrouw later langs komt en de glazen ophaalt vraagt hij haar een martini on the rocks te brengen. Ook de komst daarvan wordt op video vastgelegd. Voor het eten wil hij een glas champagne, hetgeen eveneens ten behoeve van de verslaglegging van zijn reis naar Azië wordt gedocumenteerd en van zeer eenvoudig commentaar wordt voorzien. Tijdens het eten drinkt hij uitsluitend water, maar daarna volgt een lange reeks gin tonics. Af en toe moet hij langs me om naar het toilet te gaan. Dan kijkt hij me in mijn ogen en lacht ontwapenend, waardoor mijn ergernis snel verdwijnt. Als ik net ingedut ben hoor ik hem ineens luid praten in de telefoon waarmee je vanuit het vliegtuig voor een astronomisch bedrag kunt bellen en laat iemand weten dat dit een historisch moment is omdat hij in de zakenklasse in de lucht zit. Het lukt me niet in slaap te vallen. Rust is juist noodzakelijk, want ik arriveer om zes uur 's ochtends in Kuala Lumpur en om negen uur begint de vergadering. Deze bijeenkomst is belangrijk omdat het bepalend is voor wat ik beschouw als een van de belangrijke dingen die ik in mijn leven heb gedaan. Het gaat om het onderzoek naar aids bij migranten in Azië en het netwerk van organisaties dat ik daarbij heb opgezet. Gaan we aan ruzies, tegengestelde belangen en intriges ten onder of slagen we erin om een nieuwe structuur te ontwikkelen zodat we met fris elan verder kunnen? Indien we er niet in slagen tot goede oplossingen te komen dan verdwijnt nog voor ik zelf begin af te takelen een deel van mijn werk. Bij mensen met ernstige diabetes verdwijnen langzaam maar zeker lichaamsdelen, aangevreten door gangreen. Eerst tenen, dan een voet, dan wordt er net onder de knie geamputeerd. Schrijvers vrezen niet zo zeer de dag dat ze hun ledematen verliezen, maar dat het product van hun geestelijke arbeid verdwijnt. Soms kom ik op koninginnedag een van mijn oude titels op straat tegen. Voor een euro te koop aangeboden omdat oma is overleden of vanwege een verbouwing. Boeken die jarenlang trouw in iemands kast hebben gestaan komen op het kerkhof van papieren dromen terecht. Het is een boek dat al lang niet meer herdrukt wordt. Daar lig je. Het is voorbij. Dat boek heb je ooit met overgave geschreven, maar nu is het afgeschreven. Ongeliefd komt het ten einde tussen boeken die geen asiel meer vinden in een bewust gekozen verzameling. Toen ik vijftien jaar was duwde ik eens per week een schrijfster in haar invalidenwagentje voort door de lanen van haar statige woonwijk. Ze werd geplaagd door een darmaandoening waarbij ze regelmatig luide winden liet en bewoonde twee kamers. Eén daarvan was geheel gevuld met boeken. In het andere stond haar bed. Ze liet me een oud exemplaar uit de salamanderreeks zien. "Dat is het laatste boek dat ze nog van me herdrukt hebben," zei ze. "Als dat nergens meer is, is het voorbij." Ik geloof dat het een biografie van Hendrikje Stoffels was. Het maakte me bang, want als je vijftien bent lijkt het of de vrouw van Rembrandt en een schrijfster in een rolstoel met een ontstoken gasuitwisseling uit de zelfde eeuw stammen en die behoort voorbij de zijn. Hoewel ik me voorgenomen had om mijn leven in te zetten voor nobele ondernemingen, iets dat naast mijn koortsachtige interesse in de meisjes op mijn school voor enige compensatie moest zorgen, hield ik het slechts een paar weken vol. Ik was niet toe aan wandelingen met de dood. Gelukkig heb ik zelf nog een paar boeken die gedrukt worden en soms kom ik iemand tegen die me vertelt dat hij genoten heeft van iets dat ik ooit heb geschreven. Bovendien ben ik van plan om ten minste nog één roman te schrijven. Ik heb de beginzin al ergens genoteerd. "Het begon allemaal op een namiddag in Jakarta toen de lucht boven de stad door het roet van de bosbranden op Sumatra en Kalimantan verduisterde en de president het vuur voor de Aziatische spelen met behulp van een gigantisch vergrootglas en de zon zou ontsteken." Helemaal verdwenen ben ik nog niet, maar de tijd begint te dringen. Het ineenstorten van het netwerk rond aids en migratie lijkt me net zo erg als mijn verdwijning uit bibliotheken of onvindbaarheid op de lijsten van zoekmachines als je 'migration and aids' intypt. Ik schrijf, dus ik ben. Ik duik op in google, dus ik besta. Zonder sinds mijn vertrek een moment te hebben geslapen zit ik bij de traag verlopende vergadering. De Zuidaziatische mannen spannen met elkaar samen om hun kandidaat voor het bestuur verkozen te krijgen. Pakistani en Indiërs vinden elkaar zonder enig probleem. De vrouwen uit de Filippijnen maken plannen hoe ze er zeker van kunnen zijn dat er voldoende vrouwen worden geselecteerd. De vertegenwoordigster van Indonesië verstaat de kunst om door iedereen aardig te worden gevonden. Ik zie hoe de Vietnamese mevrouw vanachter haar bril alles koel aanschouwt. Gewend als ze is om zich nooit te uiten, houdt ze zich bij alles wat we bespreken op de vlakte. Alles kan immers tegen je gebruikt worden. En de man uit Cambodja is nieuw, kent de gevoeligheden niet en zegt steeds precies de verkeerde dingen. Als dat allemaal maar goed af gaat lopen. Iedereen probeert de moeilijke onderwerpen die we moeten bespreken uit de weg te gaan. Moet ik ze dan aan de orde stellen? Ik word er moe van en mijn gedachten dwalen af naar het vorige weekend. Zondag hadden we babyshower, waar mijn pasgeboren kleindochter bewonderd kon worden. Ik ben een beetje allergisch voor de naam van deze festiviteit en ben bang dat het past in de categorie 'bachelor party', 'Valentijnsdag' en de vervanging van onze goede oude reumatische Sint met schimmel door de vitale Kerstman en Rudolf the red-nosed raindeer. Regent het baby's of is het woord rain een verwijzing naar het water van de doop, welke vroeger samen ging met de introductie van een nieuw kind aan god en de wereld? Mijn vijfentachtigjarige moeder was aanwezig en de volgende dag belde ik haar op om te horen wat ze van haar achterkleinkind vond. Het mooiste ter wereld. "Ze had haar ogen open en ik heb erin gekeken," zei ze. Wat moest ik nog zeggen na zo'n eenvoudige les over de prioriteiten van het leven? In de pauze van de vergadering stuur ik een sms'je aan mijn zoon. "Hoe gaat het met mijn kleindochter?" "Al twee nachten vrij van darmkrampjes en goed geslapen," antwoordt hij. Met het netwerk komt het wel in orde en met mij en de roman waar ik al één zin voor heb ook. Terug |