Week 41 -2005
Snurkers hebben een slechter seksleven. Dat beweert een professor uit Pennsylvania die er onderzoek naar gedaan heeft. Het is een mevrouw en ik probeer me voor stellen wat voor vreselijke partner zij heeft om op het idee te komen de relatie tussen lust en snurken in kaart te brengen. Vooral mannen die aan slaapapnoe lijden en de wonderlijkste geluiden in hun slaap maken schijnen behoorlijk te kort te komen. De professor denkt dat de heren na hun versnurkte nachten te uitgeput zijn om het nog te doen. Misschien geldt het voor haar persoonlijke thuissituatie. Zelf vermoed ik dat het omgekeerde juist het geval is. Het doet er niet toe of de man wel of niet moe is. Als je naast zo'n snurker de nacht moet zien door te komen, ontwikkelt zich volgens mij een intense haat jegens degene die je uit je slaap houdt. Zo'n man hoeft echt nergens meer op te rekenen. Vooral de wat zwaardere en stevig drinkende mannen lijken het over zichzelf af te roepen. Zij snurken het luidst. Het geluid dat ze voortbrengen is bovendien onregelmatig. Een grasmachine is tot daar aan toe omdat de monotonie mild is voor de vermoeide mens, maar improvisaties van in elkaar gezakte luchtwegen met lange stiltes en wisselende plotselinge explosies van luchtpassage, dat is wel even iets anders. De vrouw luistert naar het wegblijven van de ademhaling. Doodse stilte. Als die toch eens gewoon voor altijd weg zou blijven! Maar nee, ineens ontploft het geluid vanachter uit de keel. Hij is terug op aarde en de droom dat ze eindelijk met haar eigen leven kan beginnen, spat uit elkaar. Morgenochtend staat hij gewoon weer op en begint alles opnieuw. Als zo'n snurker zich naar zijn vrouw toedraait maakt hij vrijwel geen kans. Zijn echtgenote neemt niet eens de moeite meer om hoofdpijn voor te wenden. Ze heeft gewoon helemaal geen zin.
Of ik nu snurk of niet, ik mag geen enkele keer meer overslaan. Er is steeds minder tijd. Ik zie het op me afkomen. Deze week werden er weer nieuwe resultaten bekend over de behandeling van prostaatkanker met hormoon onderdrukkende medicijnen. Het nieuws is met spoed op het internet geplaatst, want het wordt erg belangrijk gevonden. De procenten zijn niet meer te negeren. Drie maanden slikken: 35% meer kans om langer te leven; zes maanden slikken: 45% om je kleinkind te zien opgroeien. Maar zonder die hormonen is het leven anders. Vooral het seksuele leven. Ik hoop dat mijn uroloog die onderzoeken nog niet gelezen heeft als ik bij hem op het spreekuur kom. Het is echter waarschijnlijker dat ik binnenkort bij hem zal zitten en dat hij me zegt dat het onverantwoordelijk is om nog langer te weigeren de pillen te slikken. Dan ben ik geen held meer maar een Don Quichote.
Uiteindelijk zal alleen de herinnering aan de geilheid nog blijven. Een warm gevoel over iets dat er ooit was toen alles nog gewoon leek. Veel meer tijd om musea te bezoeken en boeken te lezen, maar de ochtenderecties zijn voorbij. De zucht verdwenen en geen zoektocht meer om haar te bevredigen, haar even het zwijgen op te leggen om een paar uur later te merken dat ze niet te onderdrukken valt. Ook tijd om boeken anders te lezen.
Naar Kuala Lumpur had ik het boek van Philip Short over Pol Pot meegenomen. Vanaf mijn eerste bezoek aan Cambodja heb ik me altijd afgevraagd hoe het mogelijk was dat die vriendelijke glimlachende mensen in dat land zo wreed konden zijn geweest. Misschien geeft een biografie van Pol Pot me een antwoord op die vraag. Maar ik was pas bij het moment dat Saloth Sar, zoals Pol Pot werkelijk heette, vijftien was en zijn zus in het koninklijk paleis in Phnom Penh opzocht, dat mijn aanvankelijke interesse geheel naar de achtergrond verdween. In die tijd - 1940 - was Sihanouk nog geen koning, maar voerde - voor zo ver de Fransen dat toelieten - koning Monivong het bewind. Naast een aantal officiële vrouwen had Monivong talloze concubines en dienstmaagden tot zijn beschikking. Ze verbleven in een harem, maar omdat Monivong oud en ziekelijk was bezocht hij ze zelden. De auteur van de biografie veronderstelt dat de vrouwen in een voortdurende staat van opwinding verkeerden. Toen Saloth Sar al oud was en Pol Pot genoemd werd, herinnerde hij zich met weemoed zijn bezoekjes aan het paleis. Uit de mond van twee dames die in die harem vertoefden en hun laatste dagen in Parijs doorbrachten tekent Philip Short op dat ze zich Pol Pot herinnerden en hem een lekker ding vonden. Hoe de vrouwen bij zijn bezoekjes om Saloth Sar heen kwamen staan, hem aanhaalden, de korte schoolbroek van de vijftienjarige losmaakten, zijn geslachtsdelen streelden en hem aftrokken. Het verschaft een heel andere kijk op de man die verantwoordelijk wordt gehouden voor de dood van een miljoen van zijn landgenoten. Misschien ga ik door het gebruik van die pillen zulke stukken in boeken wel overslaan. Vallen ze me gewoon niet meer op. En zijn de gedeelten die ik nu vervelend vind, zoals de politieke vergaderingen die Sar bezocht en wat daar besloten werd, ineens heel boeiend.
Met een stevige verkoudheid ben ik uit Kuala Lumpur teruggekomen. Zodra ik in bed ga liggen begin ik te hoesten. Het zou me niet verbazen als dat in de categorie hinderlijke geluiden net zo hoog scoort als snurken en dat ik daarmee de paar kansen die ik nog heb aan het verspelen ben. Wat ik nu mis moet ik toch nog in kunnen halen. Dat zou eerlijk zijn. Het lijkt me redelijk dat ik nog een paar weken tegenstribbel voor ik weer met die medicijnen begin en mijn tweede puberteit voorgoed voorbij is.



Terug