Week 47 -2005
Ze staat bij de deur en kijkt zoekend over het schoolplein tussen de vele ouders naar een bekend gezicht. Zesentwintig jaar geleden, toen ik Kaja ophaalde stonden er vooral moeders en hoogstens twee of drie vaders te wachten als de school uit ging. Het waren werklozen of bewuste huisvaders, die hun echtgenote 's morgens uitzwaaiden als die naar haar werk ging. De jongens uit zijn klas moeten er iets van gezegd hebben, want mijn zoon vroeg op een dag "Waarom ben je geen gewone vader? Waarom ga je 's morgens niet in de auto naar je werk?"
Nog altijd staan er meer jonge vrouwen op hun kind te wachten, maar ik zie ook heel wat opa's op hun kleinkinderen wachten. Een kindermeisje dat op het oog uit de Filippijnen afkomstig is omhelst twee blonde kinderen met gigantische rugzakken en zet ze in een soort bakfiets. Au pair heet het, een modern woord voor slavenarbeid, want die meisjes uit het Oosten maken lange uren en hebben weinig vrije tijd. Waar moeten ze 's avonds ook heen? Ze kennen niemand. Als ze in het weekend mee genomen worden naar de Efteling voelen hun werkgevers zich nog geweldig ook omdat ze de meisjes uit een arm land, waar ze natuurlijk geen kans maken, zo veel mogelijkheden bieden. Het is alleen maar logisch dat ze ook in het pretpark op de kinderen letten.
Als Feline me eindelijk tussen al die mensen ziet staan lichten haar ogen op. In de auto vraag ik haar hoe het op school was.
Sofie was jarig en had haar niet gekozen bij het uitdelen van de traktaties, terwijl ze het gisteren nog wel beloofd had. Ook Nikkie niet. Dat is nog erger, want Nikkie zegt dat Sofie haar beste vriendin is, maar Sofie vindt Nikkie niet aardig.
"Het is net als soms bij de liefde van grote mensen," zeg ik. "Dan is de een verliefd op iemand, maar dat is niet andersom ook zo."
Waarom moet ik het gesprek zo nodig weer in een algemene les over het leven veranderen? Ze snapt er met haar zes jaar natuurlijk niets van. Daarin vergis ik me toch een beetje.
"Valentijn is een beetje op me," zegt Feline. "Nou ja. Niet zo heel erg hoor."
Ze houdt duidelijk niet van al te veel drama.
"En dan zit zijn broer hem altijd te plagen en zegt "Vind je Feline lief?"
"En jij?" vraag ik. "Vind jij Valentijn ook leuk?"
"Echt niet," zegt ze beslist.
Ja, ze snapt het grote drama al precies. Ze begrijpt waar de pijn zit en hoe die nog eens aangewakkerd kan worden.
Met zijn drieën gaan we later naar de bioscoop: 'Het paard van Sinterklaas'. Voor Marion en mij is het onze eerste vrije dag in lange tijd. Geen computer in de buurt. Op de Dam suikerspin en poffertjes bij de ijsbaan, die er is opgezet. Twee Marokkaanse jongens gaan razendsnel op hun schaatsen in het rond. Een Moluks meisje staat op kunstschaatsen en houdt haar gezicht in de zon, ogen gesloten. Kan ze het wel? Of wil ze er gewoon bijhoren? Als ik langs twee stadswachten in uniform loop hoor ik er een zeggen: "We hebben de Dam weggegeven." De rest van hun gesprek kan ik niet volgen. Ik kan er ook moeilijk bij gaan staan.
In de bioscoop loopt Feline onmiddellijk naar een stapel plastic dozen toe en neemt er een mee naar haar zitplek. Ze plaatst geroutineerd de doos op de zetel zodat ze hoger komt te zitten. Wij kijken naar de film over een kleine Chinees meisje dat zich probeert aan te passen aan een nieuw land met z'n andere gewoontes. Haar ouders werken hard in hun Chinese restaurant en begrijpen niets van de school en Sinterklaas. Gelukkig is er een Marokkaanse jongen die bij haar vader werkt en af en toe met de blonde dochter van de boze buurman vrijt in de schuur van het restaurant. Hij begrijpt het allemaal wel, want hij heeft het ook meegemaakt en hij kan het meisje soms iets uit leggen.
Wat ben ik toch een vreselijk sentimentele dwaas. De tranen lopen over mijn wangen. Een kinderfilm nota bene! Ik ga mijn zakdoek niet pakken, want dan zien al die kinderen in mijn omgeving een oude grijze kerel, die zich als een kleuter gedraagt. Vooral tegen het einde van de film lukt het me niet mezelf een beetje onder controle te houden. Terug met die tranen. Binnen houden. Ik wil niet dat als het licht straks weer aan gaat mijn ogen nog glimmen en dat ik door een dikke haag wachtenden voor de volgende voorstelling moet lopen. De mensen kijken nieuwsgierig naar de gezichten van degenen die de film net gezien hebben om in te schatten wat voor film het geweest is.
Ik huil niet om dat schattige Chinese meisje met de twee staartjes dat in haar eenzaamheid van een oud paard gaat houden, dat nog dood gaat ook. Nee, ik huil om mijn eigen onnozelheid. Dat we geleerd hebben te geloven in dromen, dat we durven denken dat een betere wereld mogelijk is als we het samen willen. Ik huil om de mensen die jaren lang gedacht hebben dat als we maar mensenrechten hebben, we weten hoe we anderen met respect kunnen behandelen. Mijn ziel is verscheurd omdat ik besef dat dit een sprookje is, dat dit bedrog is, dat dit Chinese meisje in werkelijkheid teruggestuurd gaat worden. Dat als de Chinese regering haar niet wil en geen papieren wil geven, ze met haar ouders in een detentiecentrum gezet wordt. Dat zo'n centrum brandgevaarlijk is omdat het in de haast opgebouwd is door wat noodgebouwen bij elkaar te zetten. Die zijn niet zo veilig als de gevangenissen voor gewone Nederlandse criminelen omdat er neergekeken wordt op mensen zoals de ouders van het Chinese meisje. Als ze verbranden worden mijn landgenoten niet eens allemaal vreselijk boos, maar halen ze onverschillig hun schouders op. Menselijkheid is vergeten. De leraren die geprobeerd hebben de kinderen een droom mee te geven hebben gefaald.
Daarom wil ik niet meer huilen als het licht aangaat. Ik wil niet betrapt worden als een naïeve dwaas. Ik wacht tot de hele titelrol langsgekomen is en ik weet wie wat gedaan heeft bij het maken van deze film. Zelfs wie het eten verzorgd heeft. Daarna kan ik de wereld wel weer aan. Misschien. Feline heeft haar plastic doosje al weer op de stapel voor in de bioscoop gezet. Marion en ik zitten er nog steeds. Net als een paar andere ouders of grootouders.
"Wat vond je van de film?" vraagt Marion.
"Mooi," zegt Feline.
"Ik moest erg huilen," zegt Marion. "Jij ook?"
"Nee hoor," zegt Feline.
's Avonds bij ons thuis wil ze in haar eentje de hele afwas doen. Ze heeft in de film gezien dat het Chinese meisje dat ook deed omdat ze hoopte dat Sinterklaas haar dan op 5 december een paard als cadeau zou geven. Het zit er zo diep in. We willen graag geloven dat onze dromen uit komen. We dromen alleen niet allemaal hetzelfde.



Terug