| Week 49 -2005 Als je een beetje kunstenaar bent moet je seksueel erg actief en een klein beetje gek zijn. Anders tel je niet mee. Onderzoekers hebben dat aangetoond in een onderzoek. Ze vroegen beeldend kunstenaars die in belangrijke kunsttijdschriften geadverteerd worden en willekeurig gekozen dichters uit 'Who is who in Poetry' mee te doen. Die vergeleken ze met mensen die ze zo maar in het telefoonboek vonden. Kunstenaars bleken gemiddeld twee keer zo veel seksuele partners te hebben en naarmate ze serieuzer met hun kunst bezig waren hadden ze er nog meer. Om het cliché compleet te maken hebben ze veel gemeen met mensen die aan schizofrenie lijden. Schizofrenen en kunstenaars delen volgens deze psychologen een unieke kijk op de wereld. Het houdt het midden tussen droom en werkelijkheid, waarbij de kunstenaar ook nog overweldigd wordt door eigen gevoelens. Het verschil tussen schizo's en kunstenmakers is wel dat het kunstenaars creatief maakt. Waarom neukten Lord Byron, Dylan Thomas en Picasso er dan ook nog op los, want schizofrenen zijn daar minder in geïnteresseerd en planten zich dan ook nauwelijks voort? De onderzoekers denken dat het komt omdat artiesten zoiets unieks hebben dat het andere mensen aantrekt. Iedereen wil in de buurt van het genie zijn. Het werkt als een afrodisiacum. Is het andersom ook? Is een rondneuker ook een groot kunstenaar? En zou mijn interesse in seks misschien ook verklaard kunnen worden omdat ik eigenlijk onder mijn doktersjas een echte kunstenaar zou willen zijn? Of is Marion juist de kunstenaar bij ons in huis waar ik dolgraag bij in de buurt wil zijn? Ik dacht dat mijn nieuwsgierigheid naar hoe mensen het samen doen een privé-geheim was. Op een dag werd ik ruw verrast. Met veel familieleden waren we ergens in Bangladesh en omdat de televisie in zo'n land niets brengt dat je graag wilt zien en we zuinig moesten zijn met de boeken die we mee hadden genomen, deden we 's avonds gezamenlijk spelletjes. Bij een van die gezelschapsspelen kreeg de deelnemer een vraag voorgelegd, waarbij uit vier alternatieven moest worden gekozen. Zonder dat de anderen het weten houdt hij onder de tafel het aantal vingers op van het alternatief dat hij heeft gekozen. Daarna schrijven de andere deelnemers op wat ze denken dat die persoon zal kiezen. De vraag aan mij was: Aan welke drugs zou u de voorkeur geven? 1. drugs die een roes geven, 2. drugs die oppeppen, 3. drugs die de seksualiteit opwindender maken, en d. drugs die de waarneming veranderen. Laat nu alle aanwezige familieleden precies weten waar ik voor had gekozen. Ik voelde me enorm betrapt en merkte dat ik rood werd. Niemand had zich vergist, zelfs de allerjongsten niet. Ben ik echt zo doorzichtig? Homan, de arts die over mijn prostaat waakt, zei me vorige week nadat hij me onderzocht had en vond dat alles goed was: "Is er nog wel weer eens een scan van je botten gemaakt?" De andere dokter, die op mijn hormonen let, ziet namelijk mijn psa oplopen. Waar zitten die kankercellen als de prostaat zo lekker zacht aan blijft voelen? "Het heeft geen haast hoor," zei Homan. "Laten we het bij de volgende controle nog eens na laten kijken." Natuurlijk heeft het geen haast, want ik zie dat witte doosje met het gele randje liever niet in de ijskast tussen de eieren en de tube wasabi liggen. Drie keer per dag ernaar toe om een pil te slikken die niet het beste met mijn seksleven voor heeft. Een pil die me een groot deel van wie ik ben afneemt. Hoe was het die eerste anderhalf jaar dat ik die medicijnen slikte? Vreemd genoeg herinner ik het me nauwelijks. Het is goed dat ik het soms op heb geschreven. Daarom weet ik dat ik tevreden was dat het biologisch allemaal nog functioneerde, maar de lust was verdwenen. Het is als pijn. Als je terug denkt aan hevige pijn, weet je nog wel dat je pijn had, maar je kunt je de pijn niet als pijn herinneren. Ik weet nog dat ik vooral erg naar mezelf keek, hoe ik functioneerde, dat ik me zorgen maakte over wat Marion van me vond, dat ik op mijn tenen liep omdat ik absoluut de man wilde blijven die zij al zoveel jaren kende en dat ik trots was vanwege het feit dat in ieder geval fysiologisch mijn geslachtsdelen nog werkten. Kijk een erectie. Zie je wel. Ik kan het nog. Maar de dag daarna was er weer een examen en als dat afgelast werd dan volgde er wel weer een de dag erna of zondagochtend om half tien. Zo lang dat doosje niet in de ijskast ligt blijft het vanzelfsprekende vanzelfsprekend en hoef ik me geen zorgen te maken of ik zal slagen. Verloor ik ook mijn interesse? Las ik nog steeds automatisch een stuk dat over mijn favoriete onderwerp ging als eerste indien dat in de krant stond? Zou ik als we dat spelletje nog eens spelen weer onmiddellijk doorzien worden? Ik weet het niet meer. Vreemd dat ik in iets meer dan een jaar al die dingen vergeten ben. Verdrongen? Wie we zijn bepalen we voor een groot deel zelf. Dat maakt de postmoderne mens zichzelf in elk geval wijs. Ik denk dat er met kunstenaars iets heel anders aan de hand is. Een beetje gek is een artiest wel en dus wil er niemand lang bij hem blijven. De echte kunstenaar is omdat geen enkele partner het uithoudt dus geheel afhankelijk van wat zich toevallig aandient en dat is telkens iets anders. Geen vast menu, maar á la carte. Het hoort bovendien bij de reputatie, want hoe serieuzer je met de kunst bezig bent, des te meer seksuele partners je zult moeten hebben. Ik vraag me af of mensen wel echt weten wat er in je omgaat als je het zelf al niet goed weet. Bij het zelfde spelletje dat we in Bangladesh speelden kreeg ik de vraag wat ik het liefst drink als ik erge dorst heb, coca cola, water, ijsthee of warme thee. Door het lezen van te veel Engelse romans heb ik altijd mooie gedachten gehad over ijsthee. Een bediende brengt dat op een warme namiddag als we in een luie stoel zitten en op een grasveld uitkijken. Een beetje citroen erin. Er is niets beter tegen de dorst. Splendid squash James. Dus ik koos spontaan de ijsthee. Maar mijn familieleden hadden me nooit anders meegemaakt dan iemand die snel een flesje coca cola naar binnen slokt en dan verzucht "de beste frisdrank van de wereld". Het mocht zelfs nooit pepsi zijn. Dat is voor een andere generatie, niet voor mij. We kregen bijna ruzie bij het spel omdat ik ervan verdacht werd de anderen expres te willen laten verliezen. Maar nee, ze wisten gewoon niet waar ik echt over droomde. Terug |