| Week 52 -2005 Een cadeautje dat ik aan mezelf heb gegeven: De foto's van Leni Riefenstahl over Afrika. Op de doos waarin het boek bewaard wordt staat dat het 'een mythische visie vastlegt van deze hof van Eden voor de zondeval'. Een paradijs, waar de mannen met hun vuisten vechten en waar de vrouwen verleiden. De krijgers slaan elkaar tot het helder rode bloed tussen hun zwarte kroeshaar opkomt en over de donkerbruine rug vloeit. Zo stellen ze samen vast wie de baas is. Daarna, als ze zijn gaan zitten, verschijnen de maagden van de Nuba om een dans uit te voeren. Hun naakte lichaam is ingesmeerd met olie, zodat ze glimmen als gepoetste beelden van ebbenhout. De billen naar achteren, de benen wijd uiteen. Een ritmische beweging van het bekken. Steeds dichter benaderen ze de mannen met hun opzwepende bewegingen. Die zitten met gebogen hoofd en kijken naar de grond. Alsof al dat heftig bewegende oestrogeen er helemaal niet is, hen niets doet. Het geluid van de trommels voert de jonge vrouwen steeds dichter bij de krijgers, die alleen maar met een been, waaraan een belletje vast zit, trillen. De hoge frequentie van de geilheid, die verborgen wordt maar niet te ontkennen is. Dan versnelt het geluid van de drum en legt de maagd één been op de schouder van de man die ze heeft uitverkoren. Naast mijn schrijftafel staat de kinderwagen. De ademhaling van mijn kleindochter klinkt regelmatig. Ze weet nog niets, alleen dat als ze honger heeft ze te eten krijgt. En als haar luier vies is wordt die verschoond. Als het te lang duurt, huilt ze een beetje en dan komt het vanzelf in orde. Als we voor haar zingen schenkt ze ons een glimlach, waardoor we nog meer ons best voor haar doen. Het is het eerste sociale gedrag dat ze vertoont. Ze wil dat ik haar rond draag en daarbij zing tot ze in slaap valt. Haar kleine warme lichaam tegen mijn borst. Ze is waarschijnlijk de enige die het prettig vindt als ik zing. Op mijn schrijftafel de foto's die ik van haar gemaakt heb en af liet drukken. Gedurende de kerstdagen kan ik die in het honderd twintigste fotoboek van ons gezin plakken. Alles vastgelegd. Niets was onbelangrijk. Het menselijk leven is vol betekenis. Kasten vol boeken met herinneringen, een mythische visie van mensen van verschillende kleur die elkaar ontmoeten en een paradijs proberen te maken samen met hun omgeving. Deze week las ik een onderzoek waaruit blijkt dat gelukkige mensen meer succes hebben. Het omgekeerde ligt voor de hand en komt ongetwijfeld ook voor. Gelukkige mensen hebben een positief zelfbeeld, maken gemakkelijker contact en ondernemen meer. Natuurlijk geeft dat een grotere kans op succes. Fatima stuurt een kerstkaart. Zou ze gelukkig zijn? Is dat mogelijk met de voortdurende dreiging dat je op je elfde jaar elk moment weggestuurd kan worden naar een land in Afrika waar je nog nooit geweest bent, waarvan je de taal niet spreekt en nooit zul je je vriendinnen terug zien. Pariya uit Iran. Zou ze gelukkig zijn? Dertien jaar is ze en zes weken zat ze in de gevangenis. Welk land zet onschuldige kinderen in het gevang? Welke minister doet dat en schaart zich daarmee onder de populairste politici? Hoe kan het dat je op je twintigste vanuit Soedan op Schiphol aankomt en daarna alleen maar negen maanden lang in een gevangenis zit. Wat was er zo strafbaar aan het uitspreken van het woord asiel? Waar krijg je hier in Nederland normaal gesproken negen maanden gevangenisstraf voor? Dan moet je toch wel heel wat misdaan hebben. Vol verwachting kwam de jongen uit Afrika. Dat continent is al lang niet meer een hof van Eden. De krijgers zijn weggetrokken naar de havensteden en de mijnen, waar ze werken voor grote internationale bedrijven. De maagden zijn achtergebleven en moeten 's avonds naar de plaatselijke bar waar vrachtwagenchauffeurs langs komen. Misschien kunnen de vrouwen daar iets verdienen. De helft van de vijftienjarige meisjes die we met al onze ontwikkelingshulpinspanningen naar de middelbare school hebben gestuurd moet af en toe seksuele gunsten verlenen. In ruil voor een rit van hun dorp naar de stad waar hun school staat, in ruil voor de aanschaf van schoolboeken, in ruil voor wat bijles. Ze kunnen niet om de hoek bij een vestiging van MacDonalds werken. Er is niet eens een winkel. Alleen een soort kiosk beschermd door tralies, waar iemand zelfgestookte alcohol verkoopt. Achter me hoor ik Helena geluidjes maken. Ze is wakker geworden. Geen idee wat ze me wil zeggen. Wel merk ik dat ze graag communiceert. Als ik voor haar zing maakt ze klanken alsof ze meedoet. Wat ze me wil zeggen is vast iets over gezinnen, families en gemeenschappen. Hoe je daarin samen moet leven. Wat je moet doen om te voorkomen dat mensen uitgesloten worden. Dat we samen een opdracht hebben het goed te doen. Haar geluidjes dicteren me een nieuwe verklaring van de rechten van de mens. Ingezonden stukken voor kranten. Om uit te leggen dat je bepaalde dingen echt niet mag doen met andere mensen, ongeacht of ze wel of niet papieren hebben. Als ik naar haar kijk zie ik twee wijd opengesperde ogen. Vol verwachting. Een brede glimlach. Haar vader vult het cryptogram van Vrij Nederland in en leest the Economic Review. Met Helena ga ik intussen de wereld redden. Ik ben gelukkig, maar weet niet of ik daardoor ooit succes zal hebben bij het bereiken van wat werkelijk belangrijk is. Helena begint te huilen. Ze wil verschoond worden. Ik wens iedereen een gelukkig kerstfeest. Terug |