Week 04 -2006
Een journaliste van een tijdschrift belde op en vroeg me iets waarop ik haar het antwoord schuldig moest blijven. Dat gebeurt me vaak. We weten niet zo veel, ook al doen we net alsof.
"Wat vind u ervan dat u in de tophonderd van machtigste mensen in de Nederlandse gezondheidszorg staat?"
Ik was bijzonder verbaasd. Bestaat er zo'n lijst? Wie maakt die en waarom?
Op nummer drieënnegentig sta ik, ver achter de minister voor Volksgezondheid en ook de ziekenhuisdirecteuren, redacteuren van medische vakbladen en voorzitters van imposante adviesraden en artsenorganisaties staan ruim voor me.
"Hoe kan dat?" vroeg ik. "Ik heb echt geen macht."
De dame legde me uit dat er formele macht is, welke gebonden is aan je positie. Ook bestaat de macht van het netwerk. In dat geval ken je veel mensen en dat kun je met succes gebruiken om je zin te krijgen. Dat gaat bij mij ook niet op, want ik ben altijd de belangrijkste telefoonnummers kwijt. In mijn geval zou het echter om visionaire macht gaan, verkregen op basis van boodschap en overtuigingskracht. Ik ben niet eens in staat de mensen op mijn universiteit ervan overtuigen dat ik daar een eigen kamer moet hebben. Het is belachelijk dat ik daar bezoekers op het secretariaat ontvang.
Weten mensen bovendien niet dat je visie en macht nooit met elkaar moet verbinden? Daar komen enorme ongelukken van. De medische politie uit de negentiende eeuw die mensen die ongezond leefden moest opsporen. Veredeling van de menselijke soort door bepaalde mensen het voortplanten onmogelijk te maken, zoals men in Duitsland tussen 1933 en 1945 nastreefde. Nee, laten degenen met een visie in hemelsnaam zonder macht blijven. Laat ze bovendien vooral niet teveel overtuigingskracht hebben.
Wil ik trouwens wel op een lijst met Hans Wiegel, Gerrit Zalm, Jan Peter Balkenende, Nelie Kroes en Hannie van Leeuwen? Ik heb niets met macht. Marion, die blijkbaar een rotsvast vertrouwen in mijn capaciteiten heeft, zegt wel eens dat ik mijn best zou moeten doen minister voor Volksgezondheid te worden. Alsof ik daar eens een open sollicitatie voor naar het ministerie moet sturen.
"Dan kan ik beter ook onmiddellijk echtscheiding aanvragen, want dan ben ik nooit meer thuis," antwoord ik.
"Dat is waar," zegt ze.
Logisch dat ik er op die manier geen zin in heb. Bovendien vind ik dat macht lastig is. Misschien werd ik erdoor geïmponeerd toen ik twintig was. Dat besef ik omdat ik er inmiddels achter gekomen ben dat de natuur erg simpel in elkaar zit. Mannetjes hebben behoefte aan macht omdat ze vol testosteron zitten. Ze bedenken plannetjes en zorgen dat anderen die uitvoeren. Na vier jaar zijn er weer andere mannetjes die nieuwe plannetjes bedenken. Allemaal door gebrek aan kortdurend geheugen en teveel aan hormonen. Het mannetjesdier doet er ook alles aan dat zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld door veel vrouwtjes aan zich te onderwerpen.
Ik was reisleider in Spanje voor een jongerenreisorganisatie. Elke week haalde ik een stuk of tachtig gretige vakantiegangers van de luchthaven van Barcelona op. Dat gebeurde 's nachts. Ze moesten naar een handjevol hotels aan de Costa Brava gebracht worden. Al tijdens de busrit van het vliegveld naar de hotels kon ik mijn geld verdienen. Daarvoor moest ik de half verdoofde en doodvermoeide toeristen in korte tijd voorspiegelen hoe interessant een stierengevecht en hoe gezellig een flamencoavond met champagne is. Bij mij konden ze toegangsbewijzen kopen. Een derde van de opbrengst was voor mij. Dus probeerde ik zeer overtuigend te zijn. Nog lucratiever was de romantische rit te paard naar een verlaten strand waar een barbecue werd gehouden, omdat ik dat zelf met een plaatselijke manègehouder organiseerde.
In die bus zaten ook de groepen vriendinnen. Samen naar Lloret de Mar of Calella. Vriendjes thuis gelaten. En ik wist dat het mogelijk was om ze zoals wij dat noemden 'het bed in te praten'. Dat was geen verdienste van me, want die meisjes waren al voor ze vertrokken geprogrammeerd op het ontmoeten van een vakantieliefde, terwijl ze het zogenaamd helemaal niet van plan waren. O jee. Per ongeluk toch. En het dan later ook nog thuis aan hun vriendje bekennen om te testen hoe veel hij wel van ze hield. Dus was ik het niet, dan zou daar vast de volgende dag wel een ander van hebben mogen genieten. Maar ik was twintig en het ging me niet om de liefde - ook niet een vakantieliefde -, wist niet eens wat liefde eigenlijk was. Iets lastigs van meisjes. Met gevoelens en langdurige diepgaande gesprekken over niets. Wij jongens van twintig hadden die veroveringen gewoon nodig om ze te turven op de balk van onze ontwikkeling. Bewijs dat we mannen waren. Maar telkens als ik de meisjes moest overtuigen dat we geen lagere school kinderen meer waren en tot het uiterste zouden gaan, want dat hoort bij Flamenco en sangria, voelde ik me iemand die ik niet wilde zijn. Net zoals ik me voor mezelf schaamde als ik die mensen een kaartje voor de stierenslachterij of de dansshow met ondrinkbare champagne had aangekletst. Ik wilde geen invloed op andere mensen hebben. Het is niet goed voor mijn ziel als ik mensen overhaal dingen te doen waar ze onder normale omstandigheden niet over zouden denken. Je bent elkaar op zijn minst eerlijkheid verplicht. Pas dan ben je iemand die met macht om kan gaan.
Helena maakt geluidjes in haar kinderwagen. Ze wil eruit, vindt dat ze lang genoeg heeft geslapen. Als ik bij haar ga kijken, glimlacht ze breed, maar dat verdwijnt als ik niet onmiddellijk reageer. Tandenloos pruillipje. Zij kan me laten doen wat ze wil. Daarom loop ik met haar op mijn arm door het huis en maak een liedje voor haar. 'O mijn lieve kleine meisje, geef me woordjes voor dit wijsje, laat ons samen lieve liedjes zingen, over alle mooie fijne dingen.'



Terug