Week 05 -2006
Wij herkennen schoonheid in een fractie van een seconde, zo snel dat we het zelf niet eens doorhebben. Als we een overvolle ruimte binnenkomen weten we in een oogopslag waar de persoon staat die de avond nog de moeite waard kan maken. Wij zeggen wel dat er op elk potje een dekseltje past. Maar zulke tegeltjeswijsheid komt pas na dat eerste moment, als we weten dat wij niet in aanmerking komen voor die ene persoon in de kamer waar onze eerste blik op is gevallen. Het interessante is dat het in alle culturen zo is. Zelfs kinderen hebben die eigenschap. Het zal dus wel iets heel menselijks zijn. Wij zijn geschapen met hongerige ogen.
Ik weet dit omdat het deze week in een wetenschappelijk tijdschrift stond. Why the pretty prosper stond er boven. Het was niet alles. De onderzoekers deden ook associatieve tests en zagen dat schoonheid altijd in verband gebracht wordt met positieve gevoelens. Met geluk. Met vrolijkheid. Het geldt voor gezichten, niet voor mooie voorwerpen.
Toen ik vijfendertig jaar geleden de discotheek in Amersfoort binnen liep en Marion zag staan, gebeurde het ook allemaal in een tel. Alle andere gezichten waren vaag en vormden de achtergrond. Zij niet. Het was als in een film, waar de man van de belichting wat lampen op het gezicht van de hoofdrolspeler gezet heeft zodat we die onmiddellijk herkennen en geen acht meer slaan op alle andere mensen op het witte doek. Voor dat moment in die disco had ik haar al eerder gezien, maar zij mij niet. Het is me door dat onderzoek duidelijk wat dat betekent. Zij was achttien en ik tweeëntwintig. Een meisje en een jongen nog. Van de week gaan we uit eten om het te vieren.
Via haar uitgever had Marion een verzoek van een glossy gehad voor een interview met ons. Het betrof een serie die 'Echte Liefde' heet. Ik had mijn twijfels, maar het kwam niet voor niets precies rond onze datum. En hoe lang krijgen we er nog bij? Zondag kwamen een journaliste en een fotograaf bij ons thuis. Die laatste had zijn dochtertje meegenomen, want het was zijn weekend. Zijn ex-vrouw had haar de rest van de week en zou hem zijn kind ook het liefst in het weekend onthouden, vertrouwde hij me toe.
Er moest met natuurlijk licht gewerkt worden om een mooie stemmige foto te maken. Maar winterdagen duren kort. Hij vroeg Marion en mij om samen ontspannen in een stoel te gaan liggen, met onze gezichten dicht bij elkaar en proberen de magere zonnestralen die door de ramen van de bibliotheek naar binnen vielen op ons gezicht te vangen. Nog ietsje draaien. Niet bewegen. Wel hierheen kijken.
Gingen wij een plaatje van onze liefde maken? Een stemmige foto met wat fondant woorden erbij? Vlak voor en tussen het fotograferen door zat de journaliste met een grote blocnote klaar. Ze moest tweehonderd woorden overhouden. Honderd van Marion en honderd van mij. Veel te weinig om uit te leggen wat liefde is. Wij vertelden over die zaterdagavond in de discotheek. Wat ik in eerste instantie zag was de buitenkant en het kon dus niet anders dan oppervlakkig zijn. Daarna kwam ik tijdens het dansen heel dicht bij en rook ik of we wel bij elkaar pasten. Het klopte helemaal. Toen begon geleidelijk de reis naar wat er onder de huid zit en die gaat nog altijd door. Elke ontdekking leidt tot een nieuwe.
Ik hoor Marion zeggen dat je je elke dag weer af moet vragen of dit degene is waarmee je wilt leven. Ik ben niet zo dapper en wil het liefst samen in de trein die ons naar het einde voert blijven zitten. Hoe vaak heb ik gedacht dat het 't mooiste zou zijn als we ooit tegelijkertijd uit zouden stappen.
"We hebben ook vaak ruzie hoor," zeg ik omdat ik me zorgen begin te maken over die twee pagina's in de glossy. Het moet niet te lievig worden. Een relatie betekent ook dat je steeds moet vechten om de route te bepalen en te definiëren wat je gezien hebt onderweg. Leren accepteren dat het niet hetzelfde hoeft te zijn.
Op een gegeven moment vraagt de vrouw me: "Heb je ooit overwogen bij elkaar weg te gaan?"
Met de naïviteit van iemand die zelfs onder zulke omstandigheden zo nodig eerlijk wil zijn, zeg ik dat ik dat nooit gewild heb, maar er de laatste tijd toch vaak over pieker. Waarom vertrouw ik haar dit toe? Zij is gewoon de eerste die me die vraag stelt. Als ik weer die medicijnen moet slikken en een ander word, een oude man, die geen energie heeft en niet meer hormonaal om zijn vrouw heen draait, kan ik het dan nog wel maken om gewoon te blijven zitten alsof er niets gebeurt? Marion heeft vijfendertig jaar met iemand geleefd waarvan ze is gaan houden. Is het wel eerlijk te verwachten dat ze daarna nog een paar jaar leeft met heel iemand anders, alleen omdat hij mijn paspoort heeft? Als ik van haar hou, zou ik dan niet juist bij haar weg moeten gaan?
Het staat natuurlijk prompt tussen de tweehonderd woorden die de journaliste ons ter goedkeuring toestuurt. Als ik het lees, schrik ik. Het moet veranderd worden. Het klinkt wel stoer en heroïsch, maar in werkelijkheid zal ik egoïstisch zijn en zo lang mogelijk bij de schoonheid in de buurt willen blijven.
Hoe lang? Ik heb goede hoop, want misschien ben ik gewoon nog lang geen oude man. De driejarige dochter van de fotograaf vraagt me:
"Woon jij in dit huis?"
"Ja."
"Met dat meisje?"
Ik moet even nadenken, maar begrijp dat Marion met haar lange zwarte haar dat meisje is.
"Ja."
Later vertel ik het aan Marion. Ze moet lachen. Aan haar heeft het meisje precies hetzelfde gevraagd. Een kleine variatie:
"Met dat jongetje?"



Terug