Week 06 -2006
Op het vliegveld van Accra wissel ik wat geld en stop nonchalant een stapel van 550.000 cedi's in bankbiljetten met daarom heen een elastiekje in mijn linker broekzak. Ik ben een rijk man in dit land. Clemence, de chauffeur van ons project, staat op me te wachten. Hij lacht, maar is toch een beetje droevig. Het voetbalelftal van Ghana, The Black Stars, heeft verloren in het toernooi om de Afrika cup. Waar moeten de mannen van dit land nu trots op zijn? Ze hebben moeite een baan te vinden. De wat hoger opgeleide mensen verdwijnen snel uit het land omdat ze als artsen, verpleegkundigen, ingenieurs in rijke landen kunnen werken. Rijke landen krijgen op die manier goedkoop personeel omdat ze geen onkosten hebben gemaakt voor hun opleiding. Als de mensen zonder opleiding aan de grenzen van andere landen aankomen worden ze geweigerd. Maanden lang in uitzendcentra gezet, waar ze zich vertwijfeld afvragen wat voor misdaad ze hebben begaan. Het is oneerlijk. Ze zouden minstens met voetbal moeten winnen.
Na een rit door de tropennacht word ik afgezet bij Villa Victoria. Het is het huis van een belangrijke politicus die tot ambassadeur is benoemd en nu zijn woning aan gasten verhuurt. In de airconditioning van de grote kamer vertoef ik in niemandsland. Dit kan overal ter wereld zijn. Een namaak openhaard waar niets gebrand kan worden met een schouw waarop een groot boeket van plastic witte en rode rozen ligt. Leren fauteuils. In het toilet met tegels die op marmer moeten lijken staat een spuitbus van het merk Aftor. Daarmee spuit men elke herinnering aan mensen effectief weg.
Pas de volgende dag kan ik een uurtje lopen, waardoor ik het idee krijg dat ik in Afrika ben. Ergens langs een zanderige weg staan drie tafels en wat stoelen. Er is een klein gebouw van waaruit men iets te drinken brengt. Een man roostert vlees voor wie trek heeft gekregen. Twee van de tafels zijn bezet en ga aan het derde zitten. Ik kijk naar de mannen en vrouwen die langs lopen. Als af en toe een auto langs rijdt blijft het stof lang in de lucht hangen, alsof het gedragen wordt door de broeierige warmte. Naast me zitten vier oude mannen, gegroepeerd rond wat zij waarschijnlijk een meisje noemen omdat ze jonger is dan zij, maar in dat geval ben ik ook nog een jongen. Ze hebben gedronken en praten luid. Ze sommen op wat ze allemaal nog kunnen. Hun mannelijke eer is in het geding en ze willen allemaal nog even potent lijken.
Eén van de mannen is wat sceptisch over de seksuele prestaties die zijn vriend op somt.
"Bullshit," roept hij met overtuiging en vertelt over zijn eigen laatste amoureuze avontuur. De anderen dagen hem uit en even later zet hij abrupt zijn bierglas op de tafel en begint wankele kniebuigingen te maken.
"One, two, three," telt hij en de anderen doen al snel mee. Hij gaat door tot hij licht in zijn hoofd wordt, steun zoekt bij zijn stoelleuning en snel gaat zitten.
Eén van de mannen wisselt een blik van verstandhouding met me. Ik lach terug. Wij begrijpen precies wat er aan de hand is. Als mannen bij elkaar zijn en er is iemand van het andere geslacht in de omgeving, gaan de hormonen opspelen, overal ter wereld. Mannen laten zich dan van hun belachelijkste kant zien.
Doe ik zulke dingen ook? Hoogstwaarschijnlijk, maar mannen zijn gezegend met een blinde vlek ter grootte van het zwarte gat, zodat ze het niet erg snel door hebben. We zijn grootmoedig en willen het best toegeven, maar we hebben het zo laat in de gaten.
Het boek dat ik mee op reis heb genomen is nog al ontmoedigend. 'Beschaving of wat ervan over is', geschreven door Theodore Dalrymple, die precies weet wat er met onze samenleving mis is. Zonder veel liefde voor gewone mensen veroordeelt hij ze in hun zwakheden. De mens door hormonen gedreven is beestachtig en echte beschaving is de manier waarop je boven je driften staat. Daarom eist Dalrymple grenzen en regels waar mensen zich aan dienen te houden. Zonder dat hij het door heeft legt hij zijn lezers zijn eigen code op, niet in staat om over de schutting te kijken. Als ik weer een essay uit het boek heb gelezen moet ik het wegleggen en ik zet de televisie aan. Ik hou van de advertenties om te begrijpen wat mensen in een ander land eten, wat ze drinken, wat ze in hun vrije tijd doen. Eén ding wordt me heel erg duidelijk. Bij gebrek aan goede televisieprogramma's hebben ze veel tijd voor seks. Er komen nog al wat advertenties voor condooms langs. "Invest in your future, use a condom." Of: "Be prepared, bring a panther." De condooms zijn in zwarte uitvoering verkrijgbaar. Het ziet er natuurlijk onesthetisch uit als een Ghanees zo'n vreemd roze ding om moet doen. Dan kan hij wel onmiddellijk weer inpakken. Alsof hij gehandicapt is en een prothese moet dragen.
Ook hebben Afrikanen hele zendingen condooms geweigerd, omdat ze die wantrouwden. Was het een slinkse poging van de rijke landen om ze te onderdrukken, hun viriliteit te bedreigen? Daarnaast hebben ze grotere condooms geëist. Die kleintjes uit de Verenigde Staten en Europa zijn niets voor ze. One size fits all, is volgens hen niet juist. Dat terwijl zo'n ding tien liter water kan bevatten zonder te knappen. Het oude vooroordeel van de Europanen dat de Afrikaan dichter bij de natuur staat, een wezen uit de wildernis is en daarom groter geschapen is, heeft de mannen van het continent niet onberoerd gelaten. Als het een bron van zelfvertrouwen voor ze is, dan lijkt me dat erg belangrijk, zeker nu het voetbalelftal van Ghana ook al uitgeschakeld is. In een vergadering over condoomgebruik en aids-bestrijding hoorde ik een man in Oeganda eens zeggen dat de import van condooms misschien nog wel te doen zou zijn, maar hoe krijg je acht condooms per nacht op de nachtkastjes van alle Oegandese mannen? Ook aan de Oostkant van het continent zijn de verwachtingen ten aanzien van de mannelijke prestaties hooggespannen.
Wat zou die Dalrymple van de vier dronken Ghanese mannen vinden? Van hun gedachten over mannelijke prestaties? Van de om zich heen grijpende aids epidemie? Van de werkeloosheid en het groeiend drankgebruik? Hebben deze mensen volgens hem geen beschaving? Ze luisteren inderdaad niet naar een pianoconcert van Mozart, iets wat Dalrymple zo'n beetje de hoogste vorm van beschaving vindt, vooral wanneer dat gebeurt terwijl er bombardementen plaats vinden of men wacht op deportatie naar Auschwitz. Dat is civilisatie van de beste soort omdat men zich dan werkelijk boven de barbarij verheft. Of zou hij begrijpen dat beschaving niet een kwestie van zelfbeheersing is, maar van de duizenden denkbeelden in de hoofden van mensen waarmee ze zin geven aan hun dagelijks bestaan. Hoe ze spelen met de cliché's die hun leven voor een deel bepalen, hoe ze omgaan met liefde, verdriet, de geboorte van kinderen en kleinkinderen, hun gekrente trots en hun behoefte aan respect.
Op weg naar het vliegveld, vanwaar ik terug ga naar mijn huis in het bos, naar mijn boeken, mijn muziek, de gesprekken met Marion, merk ik dat Clemence een religieuze zender heeft opgezet. Ghanezen zijn nu eenmaal bijzonder religieus. Op elke auto is duidelijk aangegeven tot welke god men bidt. Hoewel de spelling soms niet helemaal correct is: 'Eve and Adom'. 'Jezus is my saviour.' 'The king that has come to bring us peace.'
Opdringerig klinkt de stem van een dominee met onmiskenbaar Texaans accent door de auto. Ach, sinds de Europeaan voor het eerst in Afrika kwam weten we hoe we beschaving naar de Black Stars moeten brengen. "Oh lord, I have sinned. Save me Lord. Save me Lord. Save me Lord. Give me your word to lead me through the night."



Terug