| Week 07 -2006 Soms vraag ik aan mensen: "Ben je wel gelukkig?" Daarbij hou ik een toon aan die balanceert tussen grap en oprechte interesse. Mijn zoon kan er niet zo goed tegen en probeert zijn ergernis niet eens te verbergen. Vermoedelijk raken anderen eveneens geïrriteerd door de vraag omdat ik daarmee een grens overschrijd. Het zijn bepaalde mensen aan wie ik de vraag stel. Degenen waarvan ik vermoed dat ze diep ongelukkig zijn en die ik wil laten merken dat het zichtbaar is, degenen die ik wil laten weten dat ze me zo dierbaar zijn dat ik ervan op de hoogte wil worden gehouden, en degenen die doen of ze alles in hun bestaan onder controle hebben en die ik in de war hoop te brengen. Vermoedelijk behoorde de man, die ik nauwelijks ken en met wie ik op een verjaardag waar ik helemaal niet hoorde te zijn toevallig stond te praten, tot die laatste categorie. Hij had genoeg tegenwoordigheid van geest en te weinig wijn op om onmiddellijk over een boekbespreking in de krant te beginnen. Daarin wordt het begrip geluk door de eeuwen heen besproken. Ik heb het artikel in de krant opgezocht. Het gaat over Rousseau die stelt dat geluk geen genot is, over Aristoteles die waarschuwt tegen een samenleving die geen enkel hoger doel nastreeft en over Het mannetje met de lange lul van De La Mettrie, waarin de idealen van de verlichting tot het uiterste zijn doorgedacht waardoor je geluk slechts in verband kunt brengen met materialisme. Maar zo hoogdravend wil ik niet over geluk spreken. Op de momenten dat ik me gelukkig voelde heb ik namelijk nooit aan dat mannetje, noch aan Aristoteles, noch aan Rousseau gedacht. "Geluk is een talent," zei ik. "Als je dat hebt kun je onder de moeilijkste omstandigheden gelukkig worden. Ontbeer je dat talent, dan heb je je leven lang het gevoel dat je overal te laat komt op de plaats waar het had kunnen gebeuren." De man keek me zuinig aan. Ik kon zien dat hij het recht op lijden wilde hebben en dat hij ontdekt had van zijn eigen misère te kunnen genieten. Daarom had het geen zin om over mijzelf te vertellen. Om zijn aandacht vast te houden moest ik met iets interessanters op de proppen komen. Omdat ik helaas behalve gelukstalent ook het talent heb om de simpelste gesprekken op een verjaardag te veranderen in een college, begon ik hem uit te leggen wat ik bedoelde. Er waren gelukkige en ongelukkige prostituees in Surabaya. Dat herinner ik me. Uit het onderzoek dat we deden bleek dat dit samenhing met wat we wel hun locus of control noemen. Dat heb je binnen je of buiten je. Als je het buiten je hebt, dan overkomt alles in je leven je. De oorzaken van het leed dat je wordt aangedaan liggen ver weg en je kunt er geen invloed op uit oefenen. Het zijn de sterren die verkeerd staan, de belastingen die verhoogd zijn, de complotten waardoor je de baan niet kreeg, zodat jij nu 's nachts in het donker langs de weg moet staan te wachten op een eenzame man die zijn lusten niet kan bedwingen. Maar heb je de locus of control binnen je, dan denk je dat je zelf je lot bepaalt. Dan is alles wat er gebeurt een eigen keuze die je bewust maakt. En als het tegen zit probeer je er iets aan te gaan doen. De prostituees uit die laatste groep waren beter in het krijgen van klanten, in het onderhandelen over het gebruik van condooms, in het leren van nieuwe dingen en wonderlijk genoeg had het niets met hun uiterlijk te maken. Ze waren gelukkig omdat ze geluk konden afdwingen. Ze hadden het talent. De man knikte, waarschijnlijk omdat hij besefte dat het de enige manier was om mijn poging hem te onderwijzen over de locus of control te beëindigen. "Even wat wijn bijhalen," zei hij. Mijn gedachten dwaalden af naar de geschiedenis van mijn eigen geluk. Deel één: Het paradijs van de kleuter. Deel twee: Hoe overleef ik de school. Deel drie: De ontdekking van de pen. Deel vier: Wat de liefde niet en wel is. Deel vijf: Wat de dood je niet af kan nemen. Als ik erover zou schrijven werd het een boek met encyclopedische allure. Op de universiteit ontwikkelen we onderwijsmethoden. Zo filmen we een Hollandse mijnheer met chronische klachten, laten dat aan een Turkse heer zien, die het perfect naspeelt en confronteren onze studenten met de film van de Turkse mijnheer die in werkelijkheid volstrekt gelukkig is. De studenten bespreken het, komen met hun vooroordelen te voorschijn en daarna tonen we de Hollandse hypochonder, zodat ze zichzelf kunnen betrappen op hun eigen vooringenomenheid. Ik keek naar het interview met de echte patiënt en zag hoe hij genoot van zijn lijden. Hij had de stoel waaruit hij niet meer kon komen midden in de huiskamer gezet en lag daarin achterover zoals een miljonair in Californië in z'n opblaasstoel midden in het zwembad dobbert. Wat was die man ongelukkig. Pijn, pijn, pijn. Hij zei het woord soms meerdere keren in één zin. Alles zat tegen en met zijn vrouw had hij het ook al niet getroffen. Zij souffleerde haar man met een van veel zware shag doorrookte stem en waar hij in gebreke bleef vulde ze hem aan. Ineens hoorde ik haar zeggen: "Ik heb ook de kanker in mijn lijf. Daar zit je maar mee. En ze kunnen hem er ook niet uit krijgen." Er is altijd een geheimzinnige 'ze' en die schieten bij dit soort mensen schromelijk tekort. Het benauwde me: wie laat zich nu zo ongelukkig maken door de kanker? Geluk definieer je op elk moment van de dag zelf, ook al moet je jezelf daarbij voor de gek houden. Zolang we nog neuken, hebben we bovendien een kans op geluk. Onlangs las ik een onderzoek waaruit bleek dat regelmatige seks één van de beste garanties voor geluk is. Wat me verbaasde was dat penetratie daarbij van het grootste belang is. Je gaat vermoeden dat het feit dat je binnendringt in de locus of control een geweldige rol speelt bij de toegang tot de heilige graal waarop het geluk voor het grijpen ligt. Jammer voor de liefhebbers van de zonde van Onan. Ieder mens zal dat geluksgevoel wel uit iets anders halen. Niet uit het orgasme. Dat lijkt me te simpel. Nee, het gaat erom dat juist op dat moment je leven samenvalt met je dromen. Omdat je beseft dat het wel een heel groot geluk is dat je dit met deze persoon mag doen, of omdat je begrijpt dat alle zorgen volkomen onbelangrijk worden als je daar je best ligt te doen, of omdat je saaiere dingen met twee mensen kunt doen en dit toch wel de voorkeur geniet, of gewoon omdat elk orgasme weer een overwinning is op de dood en dat je weet dat je er nog altijd bent. Terug |