Week 33
Waarschijnlijk zie ik te veel slechte Amerikaanse films, maar een paar jaar geleden droomde ik dat ik me in een school in New York bevond waar een aantal misdadigers een groep kinderen gegijzeld had. Ik droom weinig, hoogstens een paar maal per jaar. Misschien gebeurt het wel vaker, maar dan weet ik er in ieder geval 's morgens niets meer van. Als ik al droom is het daarom iets bijzonders voor me en ik verbaas me er altijd over hoe weinig sprookjesachtig en nuchter mijn dromen zijn. Zo droomde ik onlangs dat ik stage mocht lopen bij een hockeyvereniging. Het is een sport waar ik nooit enige affiniteit mee heb gehad. Ik was een voetballer en voetballers en hockeyers komen uit verschillende werelden. In die droom vannacht speelde ik mee zonder hockeystick. Het was een echte stage dus. Ik begreep weinig van mijn droom, maar toen ik hem aan Marion vertelde zei ze onmiddellijk "O, dat is een heel veelzeggende droom".
De New York droom was belangrijk voor me. Ik zat met wat kinderen en leerkrachten in een andere klas dan de boeven met bivakmutsen. We hielden ons schuil onder de tafels. De kinderen huilden en waren in paniek. We wisten niet hoe we uit de school moesten ontsnappen. Ineens welde er een enorme kracht in me op. Ik kwam overeind en zei tegen de leerkrachten dat ze me moesten volgen, dat we de kinderen tussen ons in moesten nemen om ze te beschermen en gewoon naar buiten lopen. Volgens mij zouden de gijzelnemers niet op ons schieten. De leerkrachten en de leerlingen geloofden me en we kwamen veilig buiten. Ik werd wakker met een fantastisch gevoel. Hoewel ik het alleen maar gedroomd had, veranderde mijn zelfbeeld. Ik was niet bang en durfde mijn verantwoordelijkheid te nemen.
Nog een paar jaar later ontdekte ik dat ik misschien niet zo zeer een held ben, maar vooral nieuwsgierig. Ik wil precies weten wat er gebeurt. Marion en ik zaten op een terrasje aan de Copa Cabana in Rio de Janeiro te eten. Hoewel het misschien ook als een droom klinkt, baseer ik me nu op wat mensen in het algemeen de werkelijkheid noemen. Aan de overkant bij de oceaan begon ineens een schietpartij. Een vrouw in een strak kort jurkje, die uit een jeep gestapt was, begon op een zwarte jongen te schieten. De obers van ons terras gingen onmiddellijk plat op de grond liggen en gebaarden de gasten het zelfde te doen. De zwarte jongen rende zigzaggend naar de andere kant van de straat en verdween veilig in het portiek van het hotel naast ons terras. De vrouw stapte vervolgens vlug in haar jeep en reed razendsnel weg.
"Ivan," hoorde ik Marion in haar mooie jurk van onder de tafel zeggen. "Zou je ook niet eens gaan liggen."
Tot mijn verbazing merkte ik dat ik als enige was opgestaan en op mijn tenen stond om alles maar goed te kunnen zien. Ik had er zelfs niet over nagedacht dat ik door een verdwaalde kogel getroffen kon worden. Waarschijnlijk heb ik last van een kortzichtige nieuwsgierigheid omdat ik schrijver ben en weten wil hoe het verhaal eindigt.
De laatste tijd denk ik vaak aan de New York droom en aan de schietpartij in Rio. Ik voel me namelijk vaak als iemand die in zijn eentje voorzichtig op zijn tenen bij de dood is gaan staan om eraan te snuffelen en te ontdekken hoe het allemaal in zijn werking gaat. Ten aanzien van mijn gezin, familie en vrienden heb ik het gevoel dat ik ze duidelijk moet maken dat ze maar een flink eind uit de buurt moeten blijven. Ik ga het allemaal voor ons uitvinden en leg het ze dan later allemaal wel goed uit. Ze hebben er misschien iets aan om te weten wat ik ontdekt heb.
Het moet echter soms irritant voor ze zijn te merken dat ik wat me overkomt met gelijkmoedige nieuwsgierigheid onderga. Als mensen me ernaar vragen zeg ik vol overtuiging dat het goed gaat, maar dat het allemaal wel lastig en onhandig is omdat anderen er zoveel pijn van hebben. Kaja moest zich gedurende de eerste weken bij zijn werk een keer verontschuldigen dat zijn concentratie niet altijd maximaal was omdat hij nog wel eens liep te piekeren over zijn vader. Marion was beurtelings erg bezorgd en een beetje boos op me. Ik begrijp dat wel, want ik loop daar een beetje mooi weer te spelen als reuze geïnteresseerde domoor die de dood bestudeert, maar zij zit misschien uiteindelijk zonder held, zonder domoor, zonder collega, zonder hockeyspeler, zonder iemand om mee te kibbelen. Wie heeft er eigenlijk het meeste last van mijn in het wild groeiende cellen? Zij moest daarom iets vinden om haar een beetje steun te geven, iets waar ik verder ook niet mee te maken had, iets dat ik ook niet te bieden had, helemaal haar eigen ding.
Op een dag had ze een afspraak met een helderziende gemaakt. Voor mij voelde het een beetje aan alsof ze vast ging oefenen voor als ik er niet meer zou zijn. Haar vriendin ging mee om alles op te schrijven wat er gezegd werd. Marion kwam enthousiast thuis. Het bezoek had haar zelfvertrouwen gegeven en haar was duidelijk geworden dat ze zelf genoeg kracht heeft om door heel moeilijke tijden te komen. Ze stelde voor dat Kaja ook een bezoek aan de helderziende vrouw zou brengen en dat ik dan mee zou gaan als notulist. Ik belde Kaja op en hij wilde wel.
Het was indrukwekkend te zien hoe de helderziende uit de minimale indrukken die ze kreeg een verhaal maakte waarvan ze hoopte dat het Kaja iets positiefs zou geven. Ik wist niet wat ik van haar leidsmannen boven moest denken, maar ik heb in het leven geleerd dat mensen op veel verschillende manieren vorm geven aan het onbegrijpelijke en dat je dat moet respecteren, ook al lijkt het helemaal niet op hoe je er zelf mee omgaat. Blaadje na blaadje schreef ik vol voor mijn zoon. Tegen het einde van het twee uur durende gesprek vertelde ze Kaja dat ook hij gaven had om dingen te zien die er niet zijn. Als ik zoiets hoor voel ik me een beetje jaloers omdat ik nou nooit eens zoiets mee maak.
"Je moet het nog ontwikkelen," zei de vrouw tegen Kaja. "Maar ik zie toch in de toekomst dat je er iets mee gaat doen. Hee, ik zie ineens een zwarte kortharige hond. Een vrolijk dier. Als je in de toekomst af en toe die hond ziet en anderen zien hem niet, moet je niet bang zijn. Hij wil je helpen en je een beetje leiden."
Kaja zat met grote ogen te luisteren omdat hij het allemaal niet goed kon plaatsen, maar ik maak me grote zorgen dat ik misschien als zwarte hond terug gestuurd zal worden. En dat nu juist naar Kaja en Marion die allebei een beetje bang voor honden zijn.


Terug