| Week 36 Op weg naar de operatiekamer moest mijn bed door de twee verpleegsters ineens strak tegen de muur gezet worden want er kwam met hoge snelheid een karretje aan met brandblusapparaten, geduwd door een man met brandweerhelm op en een fluitje in zijn mond. Daarachter volgde een broeder op een stepje. Bij de operatiekamer gekomen liepen er nerveuze mannen in zwarte pakken rond. Sommigen spraken opgewonden in walkietalkies. Dat mij dat nou net moest overkomen: brand in de operatiekamer. Mijn bed werd langs de tumultueuze scène gereden en geparkeerd op de wachtplaats voor mensen die geopereerd moeten worden. Ik leek de enige te zijn. Door het glas van de receptie van de operatiekamer heen en tussen twee gordijnen door zag ik dat de opwinding over de brand waarvan niemand wist waar die was, buiten door ging. De brandweermannen mochten echter niet naar binnen. Ze waren niet steriel. Even later werd er een zenuwachtige dame binnengereden en schuin tegenover me geparkeerd. De begeleidende verpleegster bracht de zorgen van de vrouw over. Zij had een beetje pijn in de schouder omdat ze niet had kunnen slapen. Of ze daarvoor wel een pijnstiller kon krijgen. "Natuurlijk mevrouwtje," zei de kordate in het groen geklede commandant van de ontvangstruimte. "U krijgt nog zoveel pijn. Dan hoeft u dat er niet ook nog bij te hebben." Daarna mocht ik snel naar de volgende ruimte. Naast mij werd het bed van de operatiekamer geplaatst. Wat was dat kort. "Moet ik daar op?" informeerde ik verbaasd. "O wacht, anders steken uw voeten zo uit," zei de vriendelijke broeder die me moest helpen. "Ik maak het even wat langer." "Waarom is het zo kort?" wilde ik weten. "Nog oud," legde hij uit. "Vroeger werden die operatiebedden standaard een meter tachtig gemaakt." Als de kennis van de chirurg maar niet was blijven steken in het tijdperk dat de mensen nog gemiddeld onder de een meter tachtig waren. Ik merkte verder weinig van wat er gebeurde. Alleen vroeg ik me af, terwijl ze een katheter in mijn penis inbracht, waar ik de anesthesist van kende. Die vrouw had ik toch ook wel eens ergens anders ontmoet. "Welterusten," zei ze met een innemende glimlach en het volgende moment dat ik me weer van iets bewust werd was alles voorbij. "Hoe is het met de brand afgelopen?" vroeg ik. "Welke brand?" kreeg ik te horen. Daarna keek ik naar mijn buik. Als er van alles mis was, had mijn arts gezegd, zou hij zich niet kunnen beperken tot een paar kleine sneetjes, maar een grote jaap moeten maken van mijn navel tot mijn schaambeen. Ik zag vier kleine ronde pleisters symmetrisch verdeeld. Er was nergens iets van de brandweermannen te bekennen toen ze me terugreden naar mijn kamer en ik besloot weer met mijn leven door te gaan of er niets aan de hand was. Marion zat al op mijn kamer te wachten. "Wilt u niet liever een eigen pyjamajasje aan?" informeerde de verpleegster. Ik heb geen pyjama, maar had die van Marion mogen lenen. Ik stapte uit bed zodat de verpleegster kon helpen bij het aantrekken van het jasje, maar durfde mij niet te strekken. Het was of iemand mij hard in mijn buik geschopt had. Het pyjamajasje was veel te kort en uit mijn geslachtsdeel liep een plastic slangetje naar een zakje. Ik keek met de ogen van Marion en de verpleegster en zou het liefst ook een pyjamabroek aan krijgen, maar dat ging niet. Pijnstillers weigerde ik, want ik voelde geen echte pijn. Voor ik die avond ging slapen werd het infuus eraf gehaald, maar het slangetje bleef op mijn bovenhand voor het geval ze het later nog nodig zouden blijken te hebben. Het bleef me hinderen bij mijn pogingen te slapen. De eerste nacht dat ik ergens anders ben, slaap ik trouwens nooit goed. Ik wist ook niet hoe ik in dat bed, dat ze ook al voor mij hadden moeten verlengen, moest liggen. Als ik even wegzakte kwam ook net toevallig de nachtzuster met een zaklantaarn op haar tenen binnen om te controleren of mijn plastic zakje wel goed gevuld was. Juist toen ik echt in slaap leek te zijn gevallen, maakte ze me wakker om de katheter eruit te trekken en me van de rest van de infuusslang te bevrijden. Het was zes uur. Ik moest zorgen dat ik naar huis mocht, dan kon ik daar gewoon in mijn eigen bed slapen. Twee meter lang en naast me de rustige ademhaling van Marion. Mijn schouders werden steeds pijnlijker door het slechte bed. Logisch dat de mensen die de nacht voor de operatie al in het ziekenhuis slapen met nek-, en schouderpijn aan de operatie beginnen. Telkens als ik geplast had moest ik op het belletje drukken om de verpleging te waarschuwen. Op een papier werd genoteerd hoeveel ik gedronken had, wat ik geplast had, of ik aandrang had, of ik pijn bij het plassen had, of ik nagedruppeld had en wat er in de blaas was achtergebleven. Pas als de plasboekhouding in orde was vond men het verantwoord ik naar huis ging. Op een gegeven moment voelde ik aandrang opkomen om te poepen en moest zien dat ik op de wc belandde. Mijn kamer lag recht tegenover de verpleegpost. Dat wist ik omdat ik de verpleegsters voortdurend duidelijk hoorde praten over leuke restaurants en hun volgende personeelsuitje. Af en toe riepen ze 'Overdracht" of 'Koffie'. Omdat ze de deur naar mijn kamer altijd open lieten wist ik niet hoe ik ongezien in alleen mijn pyjamajasje op de WC moest geraken. Ik overwoog te bellen en om hulp te vragen, maar het was al zo vervelend dat ik na elke plas moest bellen. Ik bleef liggen en dacht na, maar de aandrang werd steeds sterker. Er lag een kleine handdoek bij het bed. Ik greep die en hield die voor mijn geslachtsdeel. Zo snel als het mogelijk was, liep ik naar de kamerdeur en sloot die. Ze hadden me niet gezien. Er was wel stug goedkoop toiletpapier, maar niets om mijn achterste mee te wassen. Ik moest wat improviseren met een washandje bij de wastafel. Wat een opluchting. De pijn in mijn schouders was echter erger geworden. Terug in bed was de pijn zelfs ondraaglijk en het ging nu ook nog gepaard met misselijkheid. Het lukte wel om op tijd op het belletje drukken, maar het kartonnen schaaltje dat ik snel kreeg aangereikt om in over te geven was te klein. Met grote golven kwam het weinige dat in mijn maag zat eruit, over de dekens heen. De transpiratie liep over mijn gezicht, tranen kwamen uit mijn ogen en ik weet zeker dat ik lijkbleek was. "Ach mannetje," zei de verpleegster vol mededogen. "Blijf toch lekker nog een nachtje. Je hoeft toch helemaal niet naar huis." Ze legde uit dat de pijn veroorzaakt wordt door de lucht die tijdens de operatie tussen de darmen terecht komt en voor irritatie zorgt. Twee uur later, nadat ik wat tegen de pijn en de misselijkheid gebruikt had, kwam Marion me halen. Pijn thuis is niet zo erg als pijn in het ziekenhuis. Terug |