Week 43
Toen ik jong was wist ik dat alles anders moest en daar werkten we aan. Marion was net afgestudeerd in de klinische psychologie en ik was net als huisarts bezig. Elke dag passeerde een lange rij mensen het spreekuur die vooral leden onder het leven: ongelukkig huwelijk, vervelend werk, nooit een droom waar weten te maken, alles voorbij zonder dat ze wisten dat ze al hadden moeten beginnen. Ze gewoon maar drie minuten laten praten en daarna een recept voor Valium voorschrijven was volgens ons de oplossing niet. Daarom lieten we die mensen in een groep bijeen komen om te praten. Marion en ik stuurden het gesprek. Een van de twee confronteerde de deelnemers en de ander steunde ze een beetje. De mensen in de groep deden dan vanzelf mee en iedereen was opgelucht na afloop. Al zeg ik het zelf, we waren goed in dat werk, Marion en ik.
Voordat we ermee begonnen volgden we een cursus Gestalt therapie en zoals bij alle vormen van therapie die je wilt leren, moest je het zelf ondergaan om te voelen wat de therapeut met je doet. Daarom gingen we gedurende een najaar, winter en voorjaar elke woensdagavond naar een zaaltje van het Instituut voor Klinische Psychologie. Buiten was het donker en binnen zaten mensen die net zo ongelukkig waren als al die patiënten die ik op het spreekuur zag.
Bijna dertig jaar later voelde ik me een beetje zoals die mensen: een zeurpiet die te weinig in staat is op de dingen te letten die de moeite waard zijn en die overdreven belang hecht aan wat een beetje tegen zit. Het hardlopen ging niet meer zo lekker en ik had vaak rugpijn. Het leek of mijn lichaam omgebouwd werd tot een instrument om mee te lijden, terwijl ik het toch altijd bewoond had als iets waarmee je plezier dient te hebben. Ongemakken waren slechts hindernissen om te overwinnen. Als ik iets voelde was het geen pijn, maar moest ik afzien omdat ik te veel wilde. Een paar keer zei Marion: "Je verandert zo. Je wordt steeds meer een hypochonder." En Kaja was even resoluut: "Als je iets hebt dan ga je ermee naar iemand die er verstand van heeft."
Ik keek in de spiegel en zag hoe mijn lichaam in korte tijd was veranderd. Vier littekens, waarvan een dwars door mijn navel. Drie tatoeages ter grootte van een potloodpunt als markeerpunten voor de bestraling. En een grote blauwe vlek links op mijn buik. Deze keer had ik de injectie die ik om de drie maanden krijg door mijn Iranese radiotherapeut laten geven en hoewel hij hetzelfde beroerde resultaat had als de huisarts, was hij een stuk beter in het communiceren.
"U bent een beetje dun," zei hij. "Dan is het moeilijk. Andere mannen vet. Gaat de naald lekker in."
Zo iemand vergeef je natuurlijk onmiddellijk dat hij er een slagveld van heeft gemaakt. Als ik mezelf echter in de spiegel zag, keek er een man terug die twintig jaar ouder leek dan de man die ik me van binnen voelde.
Vlak voor het weekend boekten we een reis naar Nice om voor het laatst dit jaar een zonnebril te kunnen dragen en zonder jas over straat te gaan. Tot ver in december zal er geen gelegenheid meer zijn voor spontane uitstapjes, want ik moet elke dag naar het ziekenhuis voor de bestraling. Volgens Marion was het een Last Minute aanbieding, maar toen ik haar uitlegde dat we wel heel erg ons best moesten doen te genieten omdat elk uur ons vijfentwintig Euro kostte, begreep ze dat Last Minute alleen maar betekent dat je het op het laatste moment gekocht hebt.
De zon scheen er, geheel volgens afspraak, maar het was wel het dying season zoals de Engelsen het noemen. Het strand was vrijwel leeg. De man die dapper in korte broek met een koelbox langs liep en steeds 'bière' riep daarbij groene blikjes ophoudend verkocht niets. Er waren weinig gasten aan de tafeltjes bij de restaurants. En als er maar even wat wolken veerschenen begonnen eigenaren de zonneschermen onmiddellijk op te vouwen en op te bergen met kettingen en zware sloten. We liepen uren lang en toen we daarmee klaar waren namen we de auto om verder te lopen in dorpen waar we in het verleden gelukkig waren geweest. In Menton parkeerden we de auto voor de laatste keer, want verder rijden zou ons in Italië brengen en we hadden niet het voornemen een wereldreis te maken. Het weer was die middag grijs. We dwaalden door het stadje, verkopers van kitsch zoveel mogelijk omzeilend, maar dat is niet gemakkelijk in oude Franse stadjes die omgebouwd zijn tot themaparken. Uiteindelijk kwamen we terecht boven in het stadje waar het stil was omdat er niemand woonde. Wat op een prachtige verzameling gebouwen en beeldhouwwerken leek was de begraafplaats. We liepen langs de graven en probeerden de levens te reconstrueren met het weinige dat we aangeboden kregen. Data uit een ver verleden. 1888 was een bijzonder populair sterfjaar in Menton geweest. Russische namen. Engelse namen. Italiaanse namen. Een kapitein die hier zijn vijftienjarige dochter had begraven liet op de zerk weten: "She was an angel". Ik liep wat achter Marion, die in het zwart gekleed was. Op de stenen zocht ze naar een naam. Het liefst had ik haar willen gerust stellen: "Hij staat er nog niet." Maar de energie om te praten ontbrak.
Door het donker reden we via een van de mooiste routes ter wereld en in de haven van Nice aten we bouillabaisse. Ik mopperde op het feit dat die middag de zon niet had geschenen, op de kreeft in mijn soep die oud was, dat ik de rouille heel wat beter maak, en nog veel meer dingen die volkomen onbelangrijk waren. Marion zweeg en daardoor werd ze een spiegel. Ik zag daarin dat ik iets moest ondernemen om mezelf te redden.
Ik had dat ooit geleerd tijdens die training in de Gestalt therapie. Je moest daar met een probleem komen, maar ik dacht dat ik er geen had. Dus toen het mijn beurt was begon ik een beetje te mopperen over wat er allemaal mis was in de wereld. Ik was in die tijd net begonnen met schrijven. Elke zin, ook al schreef ik hem op zijn kop, kon ik wel ergens publiceren. Maar het was voor mij nog niet goed genoeg. Kaja was geboren en lachte naar de vreemdste mensen die dan helemaal vertederd raakten en hun beminnelijkste kant toonden. Maar ik zat te zeuren over dat ik zo weinig tijd had, dat ik eigenlijk nog veel meer dingen wilde doen. En met Marion was ik bezig de wereld te verbeteren. Zij met enige tegenzin en ik uit volle overtuiging. Maar de wereld zat rot in elkaar en het zou wel nooit echt veranderen. Kortom ik was een echte zeikerd.
Ton, die de training deed, zei: "Vertel het maar allemaal Ivan."
En ik ging maar door.
"Ga er maar bij staan," zei ze.
Ik was niet te stoppen.
"Ga er maar bij lopen," adviseerde ze me.
En daar liep ik rondjes binnen die groep, zeurend over wat er allemaal mis was met mijn prachtige leven. Ik zag ineens mezelf, begon me diep te schamen, stopte abrupt en volgens mij heb ik toen een intense weerzin tegen zelfmedelijden gekregen. Het was net als iemand die veel te veel slagroom heeft gegeten en het daarna nooit meer wil.
Daarom genoot ik de volgende dag van de zon in Nice, van elke maaltijd, van de graffiti op de muren. En teruggekeerd ren ik mijn rondjes weer en laat me door niemand meer tegenhouden. Ik zal dinsdag in topvorm zijn als mijn eerste bestraling eindelijk plaats vindt. Zeurpieten winnen het gevecht niet omdat ze geen zelfvertrouwen hebben. Ik wel.



Terug