Week 45
Als ik naar buiten kijk zie ik Marion druk bezig bladeren te vegen. Het is onbegonnen werk, want waar ze in de namiddag nog zo trots op is, blijkt de volgende dag al weer overdekt te zijn met een nieuwe bruine laag. De dakgoten zitten vol. De rododendrons zijn besmet met bruine vlekken die niet van hen zijn. Maar ze geeft niet op. Elke dag pakt ze de bezem en begint opnieuw.
Met vallende bladeren bemoei ik me niet, want ik heb het al druk genoeg. Elke dag moet ik hard lopen. Het is de beste garantie om in een goede conditie te blijven en die heb ik nodig om mijn dagelijkse ontmoetingen met de terminator te overleven. De taxichauffeur brengt me er elke dag weer naartoe en wacht op me tot ik klaar ben. Daarna ga ik meestal naar de fysiotherapeut die mijn overbelaste lies en achillespezen behandelt.
"Hij is twee keer zo dik als hij moet zijn," zegt hij. "Je moet al lang een ontsteking van die pezen hebben. Waarom kom je daar nu pas mee?"
Het is moeilijk om het hem uit te leggen. Ik was altijd druk en de pijn was slechts hinderlijk. Nu is het anders, want ik moet in staat blijven te rennen en daarom maak ik me zorgen over die pijn.
"Maar je kunt toch ook wat minder rennen dan acht kilometer per dag," zegt de therapeut. Hij lijkt verdorie Marion wel. Ze begrijpen het niet.
In de krant kwam ik een stukje tegen van Guus van Holland. Het gaat over Lance Armstrong, de wielrenner. Van Holland zag een interview op de televisie toen hij in de Verenigde Staten was. De Amerikaanse interviewer is net als de fysiotherapeut of Marion. Hij vraagt aan Armstrong of hij niet na het vijf keer winnen van de tour de France een rustiger sport kan gaan doen. Golf bijvoorbeeld. Dat is niets voor Lance, want hij kan in die sport verliezen en hij houdt niet van verliezen. Hij zegt in het interview: "Ik heb van kanker gewonnen. Ik ben alleen met winnen bezig, dag en nacht. Verliezen geeft me het gevoel dat ik aan een ziekte lijd." Het kan hem blijkbaar niet schelen dat inmiddels zijn vrouw het niet meer met hem uithoudt en vertrokken is.
Mij kan dat wel schelen en als Marion vraagt of ik het hard lopen niet eens over kan slaan om samen met haar iets te ondernemen, probeer ik zo vroeg mogelijk te gaan rennen zodat me nog voldoende tijd rest om ook nog iets anders te gaan doen. Ik ben bereid er om zeven uur voor op te staan.
"Blijf nou nog even liggen."
Nee, dat kan niet.
Het geheim van het leven is om elke dag weer die routinedingen te doen. Mensen die daartoe niet in staat zijn hebben een sterke neiging depressief te worden. Ze missen het simpelste houvast dat het leven biedt en dat ze helpt om gewoon steeds weer de vijand van de aftakeling tegen te gaan. Ik ben een man van gewoonten. Als ik niet heb hard gelopen voel ik me de hele dag schuldig. Voordat ik met werken begin moet ik in mijn dagboek schrijven. Marion heeft gelijk: als ik boodschappen doe breng ik altijd het zelfde mee.
In 1978 was ik lange tijd in Bangladesh. Het was precies in het regenseizoen. Iemand die Bangladesh goed kende had me aangeraden om regenlaarzen mee te nemen, maar al op de eerste dag zag ik dat het of een goede grap geweest was of een dom advies. Het lukte me zelfs niet om ze weg te geven, want geen enkele Bangladeshi zag het voordeel van een paar groene waterlaarzen. Ik verbleef in een kamer op de derde verdieping van een gebouw dat er pas een paar jaar stond. Het was echter al helemaal aangetast door vochtigheid. Op de muren zaten zwarte plekken. De waterleiding deed het niet meer en als ik me wilde wassen moest ik eerst met twee emmers naar beneden om bij de pomp water te halen. Niets bleef heel in dat land. De kakkerlakken aten de lijm weg van de enveloppen die ik had meegebracht om naar huis te kunnen schrijven. Eens per week ging ik naar de hoofdstad Dhaka. De busrit heen viel nog wel mee. Hij stopte voor het gezondheidscentrum waar ik werkte en ik wist precies waar ik uit moest stappen. Terug was veel moeilijker want op de plek waar ik uitgestapt was wist ik niet goed welke van de vele bussen ik nemen moest. Ik kon de Bengaalse lettertekens niet lezen en mijn uitspraak van de plaats waar ik naartoe moest was niet bepaald perfect. Toch moest ik elke week naar Dhaka om Marion te kunnen bellen, een verbinding waar ik uren op wachtte en die soms zo maar na een paar minuten al wegviel. In mijn kleren ontwikkelde zich een schimmel en in mijn gezicht zag ik lichte vlekken omdat ook daar een schimmel was ontstaan. Er hing een lamp van vijfentwintig watt in mijn kamer, zodat ik 's avonds onvoldoende licht had om te werken. Zodra het donker werd kon ik daarom niet veel anders doen dan stil op mijn bed gaan liggen en niet bewegen om niet onmiddellijk buitenmatig te gaan transpireren van de drukkende hitte. Ik viel moeilijk in slaap an dacht uren lang aan Marion en Kaja en hoe prettig mijn leven in Nederland was, waar ik elke dag na het rennen en een douche aan mijn bureau kon gaan zitten. Overdag zag ik in de polikliniek een stroom mensen met ziektes die in ons land gemakkelijk te voorkomen zijn, maar in Bangladesh vrat de dood overal aan. Elke dag weer deden zo'n 110 miljoen Bangladeshi's het zelfde om in leven te blijven, ze bouwden de dijken weer op die doorgebroken waren, ze kalkten de muren van de gebouwen weer wit om ze een fris aanzien te geven, ze wasten de schimmel uit hun kleren en ze gingen weer in de rij staan bij het ziekenhuis om een arts te zien, die misschien hun kind zou kunnen redden. Mijn verblijf in Bangladesh was een geschenk omdat ik leerde dat ook ik elke dag de strijd met het verval moest aangaan: beschrijven wat mooi is voor het verdwijnt en rennen om te voelen dat ik er nog ben.
Als ik niet meer ren en schrijf is er niets van me over. Alles wat in het verleden geweest is telt al lang niet meer, want iedereen, behalve ik zelf, is mijn heldendaden vergeten. Vijf keer de Tour de France gewonnen? Alleen de volgende keer telt.
Terwijl ik bezig ben met al die schijnbare routinegewoonten van me leef ik, uren die niemand van me af kan pakken. Life is what happens while you're making other plans. Ik verbijt de pijn in mijn pezen en ren. Armstrong zegt in het interview: "Ja, ik kan lijden. Ik kan vijf uur pijn lijden op de fiets, ook als training. Als ik dan thuis kom, voel ik me gelukkig. Pijn maakt me gelukkig, pijn maakt een winnaar van me."
Ik noem het niet eens pijn. Het is op z'n vervelendst hinderlijk, zoals ook het dagelijkse bezoekje aan de terminator.
Marion veegt de bladeren weg. Ik zie dat er een zekere agressie in dat vegen zit. Ze is boos op wat er gebeurt. Waarom moeten die bladeren ook zo nodig vallen en is het niet altijd zomer?


Terug