| Week 47 De dag voordat eindelijk mijn bestraling zou beginnen rende ik erg vroeg door het bos. Het was koud, er was niemand te zien en ik waande me de eerste mens op de wereld. Ineens werd mijn aandacht getrokken door een glimmend voorwerp voor mijn voeten: een hoefijzer. "Grappig," dacht ik en rende door, maar mijn gedachten lieten het gebogen stuk metaal niet meer los. Mijn leven lang heb ik nog nooit een prijs gewonnen, behalve een keer een leren voetbal bij de videotheek, die ik van de eigenaresse ineens overhandigd kreeg zonder dat ik zelfs wist dat ik aan een prijsvraag had meegedaan. Volgens mij had ik niets gewonnen, maar was ik gewoon een goede klant en wilde ze iets aardigs voor me doen. Ik heb ook nooit een klavertje vier gevonden, hoewel ik als kind middagen lang heb gezocht met mijn vrienden. Teleurgesteld plukten we ten einde raad stiekem twee blaadjes van een klavertje drie af en hielden het overgebleven blad bij een ander klavertje om stoer aan onze vrienden te laten zien hoe gelukkig we wel waren. En een hoefijzer? Wie vindt er nu zoiets? Nee, geluk dat was iets dat Guus Geluk zo maar vanzelf overkwam - klavertjes vier, hoefijzers - maar ik was Donald Duck, een licht gefrustreerde eend die te veel praat. Na een paar honderd meter draaide ik me om, rende terug, keek om me heen of niemand me zag, raapte het hoefijzer op en stak het in een zak van mijn trainingsbroek. Het voelde erg koud aan en ik was me voortdurend bewust van de last die ik mee naar huis voerde. "Kijk nou eens wat ik gevonden heb," zei ik tegen Marion en zij wist ook meteen dat dit een omen was. Ze waste het grondig en gaf het een mooie plaats in mijn werkkamer. Ik weet niet of geluk af is te dwingen of dat ons gewoon overkomt wat in ons lot is vastgelegd. Uit Bangladesh kreeg ik die week een e-mail van iemand die ik heb opgeleid voor preventie van hiv-infectie bij migranten. Momenteel werkt ze voor me omdat ik zelf niet naar het buitenland kan. Er komen e-mails uit de hele wereld waarin men mij ervan verzekert voor me te bidden, aan me te denken of me positieve energie te sturen, maar deze e-mail was bijzonder omdat het aansloot bij mijn gedachten. "Last month we observed Shab-E-Barat, the night when fate is written. I prayed a special prayer for you, so that Allah returns you many more times the help you extended to me in my time of crisis, and for your good health and peace of mind. Hope and pray that your treatment is going well." Ik had nog nooit van Shab-E-Barat gehoord, maar was onmiddellijk gefascineerd door het begrip. Is er een nacht waarin mijn lot werd geschreven? Staat daar in dat ik nooit iets zou winnen, maar altijd met alles geluk zou hebben, alleen op een gegeven moment niet meer met de prostaat? Wat staat er nog meer in? Dat de terminator de kwaadaardige cellen in mijn prostaat verpulvert en ik nog lang zal kunnen rennen? En is dat lot nog beïnvloedbaar door in de juiste nacht te bidden of andere handelingen te verrichten? Elke dag als ik terug kom uit het ziekenhuis, heeft Marion kaarsjes aangestoken en wierook gebrand. Op een van die kaarsjes toont Maria haar moederhart zonder haar borsten te laten zien. Het is erg ontroerend en ik word blij als je dat speciale kaarsje zie branden. Ook bij de Boeddha staan kaarsjes. Het is een soort fusion religie, die zich langzaam maar zeker heeft ontwikkeld en daarin is ook een plaatsje voor het hoefijzer ingeruimd. Als je toch al die dingen doet en ook ter gelegenheid van Shab-E-Barat bidt, wat kan er dan mis gaan? Vorige week hadden we afgesproken om met Kaja te gaan eten. Al een tijdje ontliep hij telefoongesprekken en we wisten dat er iets aan de hand was. Hij wilde van jongs af aan altijd alles alleen oplossen. Op de crèche waren de leidsters eens met alle andere kinderen buiten gaan spelen en hadden hem per ongeluk ingesloten. Een uur later kwamen ze terug en vonden Kaja binnen. Wij hoorden dat pas weken later. De crècheleidsters schaamden zich en vergaten het voor het gemak. Kaja had twee nachten lang nachtmerries en toen was het voorbij. Hij doet het altijd alleen. We zien tijdens het etentje dat hij diepe kringen onder zijn ogen heeft, maar hij zegt dat alles goed gaat. Daarom discussiëren we maar over politiek en globalisering. Als ik naar de WC ben vraagt hij snel aan Marion "Hoe gaat het met Ivan?". Hij wil mij er niet mee lastig vallen en laat zich door Marion op de hoogte brengen. Als ik terug ben vertelt hij over een acteur van mijn leeftijd. "Hij is wat ouder en denkt daarom dat hij de jongere acteurs allemaal tips moet geven," zegt Kaja. "Normaal gesproken zeg ik dan tegen zo iemand "Regisseer jij of regisseer ik?" Maar dan zie ik hem bij een bepaalde scène in zijn ondergoed staan, precies hetzelfde zwarte ondergoed als jij draagt, en ik zie hem lopen, hij heeft dezelfde manier van zijn voeten neerzetten en ook een beetje dikke benen, en dan kan ik het niet over mijn hart verkrijgen iets onaardigs tegen hem te zeggen. Dan laat ik hem maar een beetje meeregisseren." Pas een paar dagen later nadat hij alles goed heeft doorgedacht en een besluit heeft genomen, vertelt hij me via de telefoon wat er aan de hand is. Na een half uur hebben we alle kanten van zijn probleem doorgenomen, maar hij heeft al aan alles gedacht. Het laat mij echter niet meer los, want ik wil helpen, maar weet niet hoe dat moet. Wel besef ik onmiddellijk dat ik mijn hoefijzer aan hem zou kunnen geven, maar ik kan het niet. Ik ben helemaal niet bijgelovig, maar durf het hoefijzer niet weg te geven. Twee dagen lang loop ik er over te piekeren. Met mijn Iraanse arts bespreek ik die week na de wekelijkse opsomming van alle mogelijke klachten te hebben afgerond, wat idealisme is. Hij heeft een uitgesproken mening. "In rijke landen is idealisme verdacht gemaakt," zegt hij. "Mensen schamen zich ervoor. Ze hebben zich wijs laten maken dat idealisme naïef is. Daarom begrijpen ze de mentaliteit van andere volken niet. Na 11 september hadden we hier op de afdeling een discussie. Mijn collega's zeiden dat ze niet begrepen hoe een activist zichzelf kan opblazen voor een politiek doel. Ik vroeg ze toen wat ze zouden doen als ze wisten dat ze door zich zelf op te offeren het leven van hun kind konden redden. Ze keken me een beetje sullig aan en even was ik bang dat ze zouden zeggen, "maar je kan toch een nieuwe kopen". Maar als je geen keus meer hebt of denkt te hebben dan doe je dat toch voor je kind?" "Dat is waar," zei ik met volle overtuiging. Thuis pakte ik het hoefijzer. Van Marion kreeg ik een oud antiek zakje uit Tibet waar ik het in deed. Ze had een afspraak met Kaja die middag en ik gaf het aan haar mee. Hij zou het wel begrijpen, want hij had toch ook dit jaar onmiddellijk zijn gelukssteen aan mij gegeven. Ik had bovendien het hoefijzer al gevonden en was dat niet mooi genoeg? Mijn lot lag al vast. Het was neergeschreven tijdens Shab-E-Barat. Maar Kaja kon een beetje geluk bij de beslissingen die hij moest nemen wel gebruiken: zelfvertrouwen dat wat hij ook beslist goed voor hem is. Ik realiseer me wel dat het een oneerlijke ruil is. Zijn steen voelt lekker licht aan in mijn broekzak, maar zo'n hoefijzer altijd met je mee torsen lijkt me niets. Terug |