Week 2004 04
Van het ziekenhuis kreeg ik een rekening voor radiotherapie van zevenduizendvierhonderdtweeënzeventig euro en vijftig cent.
"Verzoeke het totaalbedrag van deze factuur binnen 30 dagen d.m.v. aangehechte acceptgiro aan ons over te maken". Van te voren is me nooit verteld dat het zo veel kost en evenmin hebben we onderhandeld over een mogelijk voordelige aanbieding. Bijvoorbeeld bestraling met een verpleegkundige minder erbij of zonder al dat medelevende geglimlach van die mensen op de afdeling, inclusief de mensen die schoonmaken. Volgens mij hebben die allemaal een dure cursus moeten volgen om aardig te blijven. Ze hadden me iets minder kunnen laten betalen als die mensen 's morgens vroeg gewoon nog nors voor zich uit mochten kijken.
Zo'n rekening ligt gewoon ineens in je brievenbus ondanks het feit dat ik door de bestraling nog steeds niet verder dan vijftig meter uit de buurt van een sanitaire voorziening durf te gaan. Het bos bij mij in de buurt behoort daar zeker niet toe, zodat ik door die behandeling van meer dan zevenduizend euro al twee maanden niet meer hard heb kunnen lopen uit angst een lang spoor van toiletpapier achter te laten. Het ontneemt me elk gevoel van zelfvertrouwen. Sinds ik niet meer ren voel ik me nooit meer een jonge held die onverschrokken aan de dag begint. Nee, er is niets van mededogen om me te troosten via een verzachte rekening. Iets in de geest van 5% korting omdat ik altijd terug heb gelachen. Of in ieder geval afronding omlaag naar een rond bedrag, want die vijftig cent zijn misschien wel het meest irritant.
Natuurlijk. Ik hoef dat niet zelf te betalen, want ik heb een ziektekostenverzekering. Zo één die de helft van mijn rekeningen terug stuurt en zegt dat het niet vergoed wordt, zonder dat ze me goed uit leggen waarom dat is. Er blijkt altijd wel een bureaucratische onnozelheid te zijn die nog opgelost moet worden. Ik moet ze zelf opbellen om daar achter te komen en te horen dat ik even moet wachten omdat er meer dan tien wachtenden voor me zijn. "Of bel later terug". De volledige taxirekening voor een maand vervoer naar de afdeling bestraling blijkt voor de medische adviseur onvoldoende. Ik moet ook nog alle afzonderlijke bonnetjes opsturen.
Als ik bij Albert Hein mijn boodschappen doe en bij het afrekenen ontdek dat ik saldotekort heb en alles dus weer terug moet zetten in de rekken, voel ik mijn adrenaline rond pompen. Zonder testosteron kun je blijkbaar ook heel goed boos worden. Dat is niet iets dat uitsluitend is voorbestemd aan mannen. Er zijn meer hormonen in je lichaam. Die rotverzekering. Als ze gewoon het geld overgemaakt hadden was me dit beschamende omgekeerde boodschappen doen bespaard gebleven.
Nu treft die verzekeraar het ook niet bepaald. De universiteit dwong me om van ziektekostenverzekeraar te veranderen. Dat ik al vijfentwintig jaar bij een andere verzekering aangesloten was speelde verder geen rol. Het was alsof het huwelijk waarbij ik me prima op mijn gemak voelde werd ontbonden. De universiteit had nu eenmaal een collectieve verzekering voor al haar werknemers afgesloten en ik mag niet mijn eigen leven leiden en zelf bepalen naar wie de verzekeringspremie overgemaakt wordt. In mijn belevingswereld is het een principieel recht te blijven bij mijn eigen keuze, maar er viel niets aan te doen. Ik schreef brieven waarin ik wees op het keuzerecht dat mensen toch hebben, legde zelfs uit dat dit indruist tegen de internationale verklaring van de rechten van de mens, maar uiteindelijk adviseerde iemand van mijn oude verzekering me om het maar te accepteren omdat ik met principes nooit ver zou komen in het leven in het algemeen en in deze zaak in het bijzonder.
Een maand voordat de hinderlijke diagnose gesteld werd besloot ik daarom mijn verzet maar op te geven. Mijn leven lang had ik nog nooit een rekening naar de oude verzekering hoeven sturen omdat ik gelukkig en gezond was gebleven, maar nog geen maand bij de nieuwe ging het al mis. Ineens stuurde ik maandelijks wel twee enveloppen vol rekeningen naar Heerhugowaard, waar de nieuwe verzekering haar kantoor heeft. Dat is natuurlijk sneu voor ze, maar ze houden me, om me dat goed in te peperen wel zorgvuldig op de hoogte van wat ze allemaal betalen. In december ontving ik nog een schrijven waaruit bleek dat ik in het jaar 2003 de tienduizend eurogrens gepasseerd had. Het vervult me met enige trots. Op dit moment zit ik in het totaal zelfs al boven de twintigduizend euro. Dat ben ik dus waard. Zo veel heeft de samenleving er dus voor over om mij in leven te houden. Maar hoe ver zijn ze nog bereid te gaan? Er is vermoedelijk een grens aan. Als we de vijftigduizend euro bereikt hebben gaat de medisch adviseur misschien met het overzicht van mijn kosten naar één van de directeuren en zegt: "Dit heeft geen zin. Aan die man hebben we al zo veel uitgegeven en hij is nog niet beter. Die kunnen we beter opgeven."
En dan antwoordt de directeur: "Ja, we kunnen dat geld beter gebruiken voor een project om rugklachten te voorkomen, want die kosten ons veel te veel. Schrap hem maar."
Dan zit ik natuurlijk raar te kijken en kan ik me zelfs de moeite besparen om ooit nog naar Albert Hein te gaan, tenzij als vakkenvuller.


Terug