| Week 2004 05 Doordat ik nodig moest plassen was ik vroeg wakker. Geruisloos stond ik op. Het was al licht aan het worden. Na helemaal leeg gelekt te zijn overwoog ik wat ik zou doen: achter mijn computer gaan zitten om de wereld met woorden te lijf te gaan of nog even in bed liggen. Ik besloot tot het laatste, in de hoop dat Marion wakker zou worden en we dan samen zouden kunnen proberen de ochtend zo stralend en vol belofte te maken als het vroeger altijd was. Ik viel weer half in slaap en droomde dat ik filmacteur was en de rol van James Bond moest spelen. Normaal zijn James Bond films duidelijk. In mijn geval werd echter gewerkt met een rommelig scenario waarbij James Bond vooral vaak moest doen of hij dood was om de boeven die de aarde onder controle probeerden te brengen te misleiden. Het was in Genève dat ik James Bond goed leerde kennen via de spionageboeken van Ian Fleming. Ik was vijftien jaar en logeerde een heel lange zomer bij tante Elsa, een vriendin van mijn grootmoeder. Ze was zeventig jaar. Mijn ouders leek het een goed idee me naar die tante in Genève te sturen omdat ik me daar kon bekwamen in het Frans zodat ik voortaan op school hoge cijfers voor die taal zou halen. Als je vijftien bent en bij zo'n stokoude tante logeert waar je niet goed mee kunt praten en dat ook nog in de saaiste stad van de wereld, dan verveel je je grondig. Ik reed wat met de fiets door de stad, maar na een week had ik alles al tien keer gezien. Daarom begon ik de wereld in mijn directe omgeving te onderzoeken. Mijn tante had iemand op kamers. Ik heb hem die hele zomer nooit gezien, hoewel we de badkamer deelden. Hij had een deur met een slot aan zijn kant en ik één aan de mijne. Heel soms vergat hij zijn badkamerdeur af te sluiten en dan sloop ik terwijl hij naar z'n werk was bij hem naar binnen. Alles was keurig opgeruimd in de kamer van de huurder. Behalve een bed dat strak opgemaakt was, een lege tafel en een gesloten klerenkast was er eigenlijk niets te zien. Het enige dat duidelijk opviel waren twee tijdschriften op het nachtkastje. LUI heette het blad dat in mooie kleuren gedrukt was en omdat het afbeeldingen van dames zonder al te veel kleding toonde, was de belangstelling van de vijftienjarige snel gewekt. Elke dag probeerde ik voortaan zijn deur en vaak werd ik beloond. De twee nummers van het Franse herenblad waren heel speciaal. Het ene bevatte een reportage over Brigitte Bardot. Dat verbaasde me een beetje, want ik dacht in die tijd nog dat als je veel geld verdient je jezelf nooit bloot hoeft te laten fotograferen. Het was niet bij me opgekomen dat iemand veel geld kan verdienen door zich in aantrekkelijke bochten en gekleed in slechts een lichte sjaal te laten fotograferen. In het andere nummer van LUI stonden foto's van Claudia Cardinale. Ik was onmiddellijk verkocht en vermoed dat het de eerste echte verliefdheid in mijn leven was. Ze had zwart haar en een huid als met boenwas en liefde opgewreven eikenhout. Zoiets moois had ik nog nooit gezien en zeker niet zoveel ervan. Op elke pagina stond weer een adembenemende foto. Bij de foto's was ook een tekst in grote letters te vinden. Net als haar kleding had die niet veel om het lijf, maar het was wel het begin van waar het allemaal om te doen was geweest: ik begon Frans te lezen en me te bekwamen in die taal. Ze was in Tunis geboren, een exotische stad in Noord Afrika en in 1957 uitgeroepen tot de mooiste vrouw van Tunesië. Voor deze ontmoeting had ik nog nooit een film van haar gezien, wel heel veel foto's in allerlei heel beschaafde tijdschriften bij mijn moeder thuis. Later zag ik Fellini's 'Achteneenhalf' waarin ze rond loopt met een glimlach die de meest verharde mannenziel beroert, maar toen ik vijftien jaar was wist ik nog niet dat zulke films goed zijn. Helaas had de huurder soms zijn deur afgesloten en dan kon ik niet bij mijn Claudia komen. Dan reed ik rusteloos op de fiets door de saaiste stad van de wereld en wist ik niet meer wat ik doen moest. Op zo'n dag heb ik mijn vader geschreven dat hij me wat zwarte beertjes moest sturen, pocketboeken vol spanning. Havank en Ian Fleming had ik hem uitgelegd. Telefoneren was in die tijd te kostbaar en het duurde bovendien lang voor er een verbinding tussen Zwitserland en Nederland was. Een brief deed er een paar dagen over en ik vergat weer dat ik mijn vader dat verzoek gedaan had. Op een van mijn fietstochten door de stad besloot ik dat ik mijn liefde niet mocht verloochenen en ervoor moest gaan. Ik pakte Claudia op uit de kamer van de huurder en nam haar mee naar de mijne, verborg haar daar en zorgde dat mijn badkamerdeur altijd goed op slot zat. Ik heb een goede relatie met Claudia gehouden en verloor haar pas uit het oog toen ik Marion ontmoette. Ik heb haar nog wel eens teruggezien in een film. Ze was ouder geworden en ik besefte dat iemand die in 1939 geboren is toch niet de juiste keuze voor me was geweest. Mijn vader stuurde me inmiddels alle dertien boeken die Ian Fleming had geschreven, zelfs 'De ene stad is de andere niet" een bundel reisverhalen waarin de naam James Bond niet terug is te vinden en waarin Fleming ten overvloede nog eens uitlegt hoe saai Genève wel is. Per dag las ik een boek uit en daarna was ik weer alleen met tante Elsa. Toen de boeken op waren sloeg dan ook de verveling toe en had ik Claudia meer nodig dan ooit, maar tegen die tijd was de vakantie vrijwel voorbij. Het moet de enige keer geweest zijn dat ik blij was dat ik terug mocht naar school. Ik werd wakker uit de James Bond droom en bedacht me hoe graag ik fotografeer en dat ik van Marion zo'n reportage had moeten maken voor de LUI. Een ode aan de vrouw, want het is heel democratisch dat dan allerlei eenzame jongens van vijftien met hun ogen leren wat mooi is en met handen waarmee ze toch al vaak geen raad weten intussen de liefde bedrijven. Maar Marion sliep diep omdat ze uit moet rusten van het nachten lang doorwerken aan een roman. Ik kreeg pijn in mijn rug en ging het bed uit. Het was niet meer dan een ritueel, maar toch trok ik mijn trainingspak aan om te gaan rennen. Het bleef bij dertien keer van de keuken via de gang naar de huiskamer om de bank heen en dan weer terug. Daarna zat ik al op de wc. Na nog drie keer moest ik opnieuw het toilet bezoeken. In mijn rol als James Bond zou ik de vernietiger van het leven op aarde niet veel in de weg kunnen leggen. Als ik nadenk over de droom, dan was mijn enige kwaliteit als James Bond acteur het dragen van donkere pakken en een spottende glimlach. Alles wat James Bond maakte tot de held van jongens van vijftien hoefde ik in die film helemaal niet te doen. Stil liggen of ik dood ben, glimlachen en mijn zwarte pak goed dragen. Dat was het. Terug |