| Week 2004 10 In een van de zaterdagkranten stond een interview met een acteur die hetzelfde was overkomen. Een jaar of vijf geleden was het vastgesteld en vervolgens kreeg hij de behandeling die mij intussen ook vertrouwd is. Hij dronk al graag en uit het interview begreep ik dat het er niet minder op was geworden. Zijn dagen bracht hij door in een mist alsof hij moest leven in een te kleine kamer met smerige ruiten. Op de vraag van de interviewer van welke verschijnselen hij dan zo veel last had, antwoordde hij dat hij eigenlijk nooit klachten van de tumor had, alleen maar van de behandeling. Hij vroeg zich daarom af of het allemaal wel waar was, of er misschien nooit een gezwel was geweest en alleen maar de therapie, die hem zo zwaar was gevallen. Heel soms denk ik ook wel eens dat er misschien helemaal niets aan de hand is en dat alles op een misverstand berust. Ik vraag me af wat er gebeurd zou zijn als ik niet behandeld werd. In ieder geval zou ik een hoop wonderlijke veranderingen in mijn lichaam niet hebben meegemaakt. Door de hormoonbehandeling heb ik de laatste tijd wat meer vet aan de binnenkant van mijn bovenbenen. Het is erg onhandig bij het hard lopen, want dan wrijven die benen tegen elkaar en ik moet die plekken voor het rennen met vaseline insmeren zodat de huid daar niet kapot gaat. Is dat iets dat vrouwen altijd hebben? Een soort stootkussen om boempende mannen op te vangen? Of misschien een poging van de evolutie om de geheime plaats goed te verbergen voor mannen die niet welkom zijn? Ook het schaamhaar dat als een vrolijke veldwachtersnor breed over mijn onderbuik lag is veranderd. Het is nu precies zoals bij vrouwen. Als ik in de spiegel kijk ziet het eruit als de top van een pijl die naar beneden wijst als om argeloze passanten die aantrekkelijk genoeg zijn duidelijk te maken: hier is het. Gelukkig is borstvorming mij bespaard gebleven, zodat ik niet ook nog regelmatig naar het ziekenhuis moet voor mammografie. Is dit het allemaal waard? Ik denk het wel, want ik moet nog heel veel schrijven en wil wel wat kwaliteit inleveren voor tijd. Bovendien ben ik met de hormoonbehandeling via de injecties gestopt en slik nog maar één tabletje per dag. Ik wacht op de terugkeer van de hormonen en een tweede puberteit, die wat mij betreft wat minder stormachtig mag verlopen dan de eerste. Vol verwachting kijk ik naar mogelijke signalen. Soms lijkt het of er iets van mijn oude erotomanie terug lijkt te komen. Onlangs droomde ik dat ik een verhouding had met Gong Li. Het kwam waarschijnlijk omdat ik 'Het rode korenveld' van Mo Yan aan het lezen was. In de film naar de roman speelt Gong Li de grootmoeder, maar ik had moeite me haar tijdens het lezen als oma voor te stellen en de opwindende beschrijvingen van haar ingebonden voetjes en de lange kromme nagel aan de grote teen raakten me niet. In mijn droom was ik schilder en Gong Li mijn galeriehoudster. Er was juist een grote groepstentoonstelling gaande en ik wilde Marion graag mijn werk tonen. De tentoonstellingsruimte was echter gesloten toen we die bezochten. Omdat we een flink eind hadden moeten rijden, wilden we niet zo maar vertrekken. Daarom belde ik Gong Li op. Ze was wat geërgerd, maar kwam toch. Ze gaf me een kus op mijn voorhoofd zoals een moeder dat bij een kind doet en opende het rolluik dat voor de galerie zat. Mijn werk was nergens te zien. Uiteindelijk bleek het ergens in een kast op zolder te staan. Niemand kon het bewonderen. Ik haalde het te voorschijn om het aan Marion te tonen. Dat was het moment dat ik zelf ook voor de eerste keer in mijn leven mijn eigen schilderwerk zag. Ik kon dan wel dromen dat ik kunstenaar was, maar ik had niet ook gedroomd dat ik schilderde. Toen ik het werk zag was ik volkomen van slag. Zo beroerd zie je het zelden en ik begreep onmiddellijk waarom het in een kast was weggezet. Gong Li liet ons uit en sloot de galerie. Terwijl we weg liepen troostte Marion me. "Het valt echt wel mee," zei ze. "En als je eraan blijft werken wordt het prachtig." Daarom werk ik er aan. Elke dag. Zo kan het me niet meer schelen wat voor weer het is, maar ik ren 's morgens weer mijn rondje. Van de week kwam er ineens een groepje hardlopers vanuit een zijpad van het bos. Enkelen kwamen voor me op het pad en ik zag ze snel verdwijnen. Sommigen kwamen achter me terecht en ze haalden me in. Het waren mensen van mijn leeftijd en ook wel jonger. Zou ik door mijn hormoonbehandeling zo langzaam lopen dat iedereen me voorbij rent? Verdwijnt mijn spierkracht en zal ik binnenkort elke tennispartij die ik tegen Marion speel verliezen omdat ik gewoon haar snoeiharde service niet meer kan retourneren? Ik hoorde opnieuw achter me voetstappen dichterbij komen. Daar was weer zo'n hardloper. Het bleek een vrouw te zijn die toen ze me passeerde inhield om even wat woorden met me te wisselen. "Aan het trainen?" informeerde ze. "Ja," hijgde ik. "Waarvoor?" wilde ze weten. "Om te overleven," antwoordde ik. Vermoedelijk sprak ik door de ademnood niet erg duidelijk. "O, ook voor de marathon van Chicago," concludeerde ze. "Nee," zei ik. Waarschijnlijk vond ze me niet meer interessant en versnelde haar pas. De onbekende vrouw was de laatste van de groep. Ik begreep dat ze haast hadden als ze nog helemaal naar Chicago moesten. Wat deprimerend was aan het interview met de acteur was dat de man vijf jaar van zijn leven verloren had. Het was allemaal op zijn vijfenvijftigste begonnen en hij was nu zestig. Hij had niet meer gespeeld en alleen maar thuis gezeten om te lijden onder het grote onrecht dat hem werd aangedaan. Het interview werd geplaatst omdat hij eindelijk besloten had om weer te gaan acteren. Ik geloof dat hij ook met drinken was gestopt. "Wat kan het me ook schelen," zei hij. "Ik verander er toch niets aan. Laat ik maar weer verder gaan met mijn leven." Ja, gewoon doorrennen, net als alle andere mensen die ook naar een verre stad moeten. Niemand weet immers wanneer je uitgelopen bent. Ik stapte in de auto om Marion van Schiphol te halen en besloot om mijn moeder nog even te bellen om te laten horen dat het goed met me gaat. Alleen moet je dan natuurlijk nog wel het nummer even toetsen. Zelfs als het voorgeprogrammeerd is, zijn dat ondanks de handige car kit, toch twee handelingen. Ik was misschien moe en hield weinig rekening met een flauwe bocht in de weg. Plotseling hoorde ik een auto claxonneren en tot mijn schrik ontdekte ik dat ik een route volgde die een eind aan het leven van een onschuldige tegenligger zou maken. Ik rukte aan het stuur en ontweek de tegemoet komende auto en vervolgens een boom. In paniek zette ik de auto aan de kant van de weg en keek om, omdat ik mijn verontschuldigingen aan wilde bieden aan een kwade en geschrokken chauffeur. De auto reed echter door en ik besefte, dat als je zo enorm met jezelf bezig bent met de vetbobbels tussen je bovenbenen, je toch op de anderen in het verkeer moet blijven letten. Gelukkig is het leven soms eerlijk en was er ergens besloten dat de bestuurder van die auto nog niet aan de beurt was en nog een tijdje mocht rennen. Vanaf nu ga ik meer letten op de voordelen van wat er met me gebeurt. Zo hoorde ik Marion onlangs zeggen tegen een vriend die vroeg of er nu veel veranderd was: "Ivan is een stuk liever geworden. Hij hoeft in ieder geval niet meer altijd het laatste woord te hebben en geeft gemakkelijker toe als hij ongelijk heeft." Terug |