| Week 2004 17 Mijn puberteit begon voor mij geheel onverwacht. Ik was twaalf en zij was vierentwintig. Als ik terugdenk besef ik dat ik tot die tijd een brave jongen was. Mijn huiswerk werd keurig op tijd gemaakt en mijn zakgeld ging op aan boeken. Een Prisma pocketboek kostte in die tijd nog geen gulden. Elke week kocht ik er een boek bij en mijn boekenplankjes werden steeds voller. Meestal was één boek onvoldoende om een hele week door te komen. Dan moest ik naar de bibliotheek. Dat heb ik altijd vervelend gevonden. Op een gegeven moment hield je nu eenmaal van een hoofdpersoon maar als het boek uit was, moest je de held terugbrengen. Geen kans om een stuk dat je mooi vond nog eens te lezen. In die tijd wist ik ook al precies wat ik wilde worden als ik groot was. Er waren geheime werelden te ontdekken in Egypte, Griekenland en Italië. Daarom wilde ik archeologie studeren. Enige kennis van de wereldgeschiedenis leek me daarbij erg zinvol. In een oud boek in de boekenkast van mijn opa vond ik een afbeelding van het masker van Toetanchamon. Voorzichtig trok ik het over en kleurde het in. Het was een goede voorbereiding op de expedities die ik zelf zou ondernemen. Vlak na mijn twaalfde verjaardag schafte ik van het geld dat ik gekregen had de Sesam Wereldgeschiedenis in achttien delen aan. Om de maand werden me twee nieuwe boeken van de serie toegestuurd. Gretig las ik ze door en vol ongeduld wachtte ik op de nieuwe delen. Er was niets aan de hand tot ik op een dag in deel vier van de reeks, dat getiteld was 'Rome's Bloeitijd' de volgende passage over Messalina de echtgenote van keizer Claudius tegenkwam: "Op vierentwintigjarige leeftijd werd de onverzadigbare Messalina voor de eerste maal in haar leven werkelijk verliefd. Het voorwerp van haar hartstocht was een schone, jonge consul. Zij omringde hem met vorstelijke pracht en wilde absoluut met hem trouwen. Op een dag, dat Claudius niet in Rome was, nam zij de gelegenheid waar om de bruiloft te vieren. In Ostia werd aan de bedrogen echtgenoot meegedeeld, wat er in de hoofdstad gaande was. In Rome vierden de jonggehuwden en hun liederlijke bruidstoet intussen de wildste orgieën. De keizerin was zo goed als naakt. Slechts gehuld in een pantervel en met loshangende haren danste zij als een Bacchante en de thyrusstaf zwaaiend tussen andere lichtzinnige vrouwen en jongelingen, zij aan zij met haar nieuwe gemaal, die Bacchus voorstelde. Plotseling weerklonk de kreet dat de keizer in aantocht was. Bruidspaar en bruiloftsgasten vluchtten met de doodsangst op hun gelaat, maar de wrekende arm van Claudius bereikte hen. Allen moesten zij sterven, ook Messalina." Nadat ik die passage gelezen had wist ik zeker dat ik verder wilde in de geschiedenis. Als iemand mij vroeg wat ik later wilde worden, antwoordde ik "Leraar geschiedenis" ervan overtuigd dat als ik archeoloog zei ik uit zou moeten leggen wat dat precies is. Er leek me niets opwindender dan altijd bezig te zijn met geschiedenis en in mijn ijver speelde ik de scène helemaal na. Ik kleedde me uit en zocht naar een pantervel. Dat bleken we niet in huis te hebben. Als vervanging koos ik het donkergroene vilten bridgekleedje van mijn ouders. Dat sloeg ik om mijn schouders en ik danste door de huiskamer in angstige afwachting van de komst van keizer Claudius. Die verscheen godzijdank niet en ik had geluk dat ook mijn moeder niet vroeg thuiskwam, want ik weet niet of ik gemakkelijk uit had kunnen leggen wat mijn uitdossing bijdroeg aan de pogingen om leraar geschiedenis te worden. Ik las de passage keer op keer. Nog altijd heb ik de serie in mijn boekenkast. Het boek valt nog steeds op die zelfde plaats open. Nooit heb ik daarna nog onbevangen gelezen. Altijd had ik hoop dat er tussen de woorden die ik tot me nam zomaar van die spannende gebeurtenissen zouden worden beschreven. Natuurlijk heb ik later de pornografie grondig leren kennen, maar dat was fundamenteel anders. Daar lag alle opwinding kant en klaar gereed om onmiddellijk te worden geconsumeerd. De verrassing ontbrak. Het wonder was juist dat je zo maar in een boek over Romeinen ineens zicht kreeg op de menselijke passie die Messalina op haar vierentwintigste niet kon beteugelen. Het verscheen plotseling en daar waar je het niet verwachtte. Ik heb daarna ook trouw de Sesamserie over kunstgeschiedenis in achttien delen, de geschiedenis van de tweede wereldoorlog in twintig delen en de geschiedenis van de eerste wereldoorlog in zes delen gekocht. Messalina is echter nooit meer verschenen. Voor mij staat ze nog altijd symbool voor het einde van mijn jaren van onschuld. Ze verleidde me tot diepgaande interesse in alles wat mensen samen doen in de koorts om zo dicht mogelijk bij elkaar in de buurt te komen, zich over te geven aan het oncontroleerbare vuur dat in ze brandt. Ik ontdekte achter de verhalen van de keizers en hun legers een verborgen rijk van erotiek. Er verschenen scheurtjes in het wereldbeeld van mijn jeugd en wat ik erachter zag deed me verlangen om zo snel mogelijk volwassen te worden. Met de directeur van het farmaceutische bedrijf die met me wil spreken over een stukje dat ik geschreven heb over een van de producten die ze maken, praat ik over de behandeling die ik volg en die me helaas alle lust heeft ontnomen. Al verscheen Messalina met haar pantervel in hoogsteigen persoon in de achtertuin, het zou me volledig onverschillig laten. Wel vaker heb ik ontmoetingen met de makers van medicijnen. Soms zijn ze boos op me, sturen me dreigende brieven en als ik daar niet op in ga, zijn ze ineens poeslief. Andere keren willen ze mij overtuigen dat ze goede mensen zijn en dat ik een verkeerd beeld heb van hun bedoelingen. Het hoort denk ik bij het werk dat ik doe. "Eigenlijk weet je niet wat het woord libido betekent," zeg ik tegen de directeur. "Je leest het en denkt dat je het begrijpt. Tot je die medicijnen slikt en beseft wat het inhoudt als je het verloren hebt." "Het komt wel weer terug," zegt hij en ik vind hem een aardige man. Heel vaak denk ik tegenwoordig aan die tijd tussen mijn twaalfde en vijftiende, toen alles in me veranderde. Daar werd ik wie ik het grootste deel van mijn volwassenheid ben geweest. De directeur zegt iets over de dosis die ik slik. Het is te weinig, denkt hij. Later zoek ik op het Internet naar meer informatie over de juiste hoeveelheid medicijn en van de ene site naar de andere site bewegend kom ik ineens op de prostatecancercalculator. Het is een site van de Amerikaanse organisatie van urologen. Ik hoef alleen maar al mijn gegevens zoals ze nu zijn in te vullen en dan zullen ze me vertellen hoelang ik nog te leven heb. Het is niet zo simpel als ik zou denken, want ik ontdek dat ik bang ben voor het antwoord dat ik zal krijgen. Uiteindelijk zet ik toch door. Welke behandeling heb ik gevolgd? Hoe hoog is de PSA? Wat is de gleasing factor? Hoe oud ben ik nu? En nog meer gegevens. 'Submit' druk ik uiteindelijk in en daar staat het: de kans dat ik over tien jaar nog leef is vierentachtig procent. Voor andere mannen van mijn leeftijd zonder dat malle gezwel is de kans vijfennegentig procent. Mijn vooruitzichten zijn beter dan die van een zelfmoordterrorist in Palestina, van een lid van een drugsbende in Rio de Janeiro, van een straathoertje in Johannesburg. Het lijkt erop of ik genoeg tijd heb om voor een tweede keer een puberteit mee te maken. Ik reken erop dat Messalina me in de komende maanden ineens weer zal verrassen. Op een moment dat ik er helemaal niet op reken danst ze door mijn werkkamer in haar pantervel. Terug |