Week 2004 18
Een obsessie, dat was het. Vanaf mijn twaalfde moest ik steeds denken aan seksualiteit. Sinds ik de spanning en de intimiteit ervan ontdekte was ik er altijd naar op zoek. Pas later, veel later ontdekte ik dat ik soms zelfs niet geweten heb hoe ik ermee bezig was. Kwam mijn droom om foto's te maken bijvoorbeeld voort uit een verlangen de ontroering en schoonheid van verloren momenten te vangen of wilde ik op die manier in de buurt van vrouwen komen? Nog steeds kan ik geen antwoord op die vraag geven.
De spiegelreflexcamera's die ik in mijn leven gehad heb, ken ik nog van naam: Practica, Pentax, Nikon en Canon; maar lang niet alle meisjes van toen. Tot een jaar of tien geleden had ik mijn camera altijd bij me. Alles moest gefotografeerd worden. Onverwacht verdween mijn spiegelreflex in de kast en er kwam een digitale instantcamera voor in de plaats, want die was zoveel handiger om mee te nemen op reis. Vorig jaar drukte een arts mijn levensverwachting uit in maanden in plaats van jaren en ik begreep dat ik vooral moest doen wat ik werkelijk belangrijk vind omdat een mensenleven maar kort duurt. Het werd een professionele digitale spiegelreflexcamera. Er is weer van alles mogelijk, maar de helft van al wat kan zal ik wel nooit gebruiken.
Alles wat mooi is moet worden bewaard en wat ik in mijn leven vergeten ben vast te leggen moet alsnog gefotografeerd worden. Daarom zou ik ook het liefst terug willen naar alle plaatsen waar ik geweest ben en waar ik er niet toe kwam juist die foto te nemen die ik wel zag, maar waarbij ik het knopje niet indrukte. Nog steeds heb ik spijt van de momenten dat ik in een bus zat die door de Sahel, de Andes of Noord Oost Thailand reed. Het licht was schitterend en langs de weg stonden de jonge meisjes op hun mooist, als in een etalage. Door het vuile raam deed ik een vertwijfelde poging, maar het werd niets. Waarom kon ik die voortrazende bus niet laten stoppen? Waarom kon ik de schoonheid niet opzuigen, vasthouden en ervan genieten? Wat in mijn hersenen achterbleef was de herinnering aan een flits van aanmoedigende glimlachen en spijt omdat ik ondanks het bezit van een camera het niet wist te bewaren.
Het moet rond mijn twaalfde verjaardag geweest zijn dat ik mijn eerste fototoestel kreeg. Het was een 'Click 1'. Ik had liever een 'Click 2' gehad, maar je kunt een gegeven paard niet in de bek kijken. Met een filmrolletje kon je twaalf foto's maken. Als je geluk had ging er eentje extra op, maar als je pech had vergat je door te draaien en maakte je twee foto's over elkaar heen. Het rolletje werd weggebracht om te worden ontwikkeld en afgedrukt, en een week later waren de foto's klaar. Ze stelden me altijd teleur. Het was nooit zo mooi als ik het gezien had. Alles werd op een of andere manier grijs. Bovendien fotografeerde ik niet wat ik echt zou willen vast leggen omdat ik te verlegen was af te gaan op wat me echt boeide.
Op de foto's zie ik mijn ouders, mijn broer en zus, mijn grootouders, maar niet het wilde leven dat zich maar af en toe laat betrappen. Ik begreep dat ik iets moest ondernemen om mijn fotografieloopbaan nog op tijd op de rails te krijgen. Op een frisse dag in het voorjaar ging ik met mijn fiets op weg om de wereld te fotograferen. Het was mijn eerste poging om een 'photographe de la rue' te worden, de fotograaf met het kunstenaarshart, die het anarchistische straatleven in strakke zwart wit vlakken weet te vangen. De dronken mannen, de meisjes van plezier, de mensen met krassen op hun ziel. Een Brassai, een Cartier-Bresson, een Eisenstaedt, een van der Elsken, een Newton. Helaas was ik twaalf en ik durfde geen mensen te fotograferen en dat is toch wel het minste dat de straatfotograaf moet doen. Laat staan dat ik ze in geheel of gedeeltelijk ontklede staat zou wagen vast te leggen, want dat is toch altijd wel het ultieme bewijs geweest van de nabijheid van de straatfotograaf bij het echte leven. Daarom werden het tijdens die eerste expeditie voornamelijk foto's van gebouwen en laat me eerlijk zijn: het waren ook nog gebouwen waar een normaal mens geen foto's van wil hebben.
Na een paar uur fietsen raakte ik gedesillusioneerd. Ik zou nooit een bekend photographe de la rue worden en al helemaal geen groot naaktfotograaf. Ergens bij een vijver stond het granieten beeld van een vrouw. Ze was half ontkleed, alsof ze zich ging baden, maar daar was het die dag te koud voor. Gelukkig vond ze het niet erg dat ik haar van alle kanten fotografeerde. De helft van mijn filmpje stond vol met foto's van de vrouw bij de vijver. Ik was zo beschaamd over mijn eigen bedoelingen dat ik de foto's van grote afstand nam. Je kunt op de afdrukken niet eens zien dat de dame schaars gekleed is. Eén keer vergat ik door te draaien en wonderlijk genoeg heb ik uiteindelijk juist die foto in mijn fotoalbum geplakt. Met mijn kinderlijke handschrift heb ik er in zwarte inkt onder geschreven: "Twee zusters, Zeist 1960".
Ondanks het feit dat ik inmiddels tienduizenden foto's heb gemaakt, heb ik eigenlijk nooit naakten geportretteerd. Het zal er wel mee te maken hebben dat ik ook niet mijn hele verdere leven een puber ben gebleven en een carrière als chroniqeuer van het echte leven op straat niet de route was die voor mij was weggelegd. Ik ontwikkelde me tot een trouw documentarist van het familieleven. Maar nu met de nieuwe camera wil ik weer de hele wereld met mijn lens aanraken.
In de krant lees ik dat zestig procent van de jongens die een zedenmisdrijf pleegt recidiveert. De begeleiders van de jongens maken verschil tussen obsessieven en opportunisten. Een van de obsessieven vertelt dat hij voortdurend bezig is te fantaseren over het aanraken van borsten en billen. Dat is wel even schrikken. Gelukkig hebben ze mij nooit betrapt toen ik daar aan dacht terwijl ik eigenlijk wiskundesommen moest maken. Het omzetten van gedachten in daden was overigens erg moeilijk. Omdat ik te verlegen was om met een meisje over iets anders dan huiswerk te praten kwamen borsten en billen nooit aan de orde. Waarschijnlijk heeft mijn verlegenheid mij behoed voor een vreselijk lot. Was ik nu puber geweest dan vrees ik dat alles anders was gegaan. Elke film, elk televisieprogramma, zelfs simpele reclamespotjes maken duidelijk dat billen en borsten in overdaad en altijd beschikbaar zijn. Een uurtje naar TMF kijken en je gaat vol zelfvertrouwen de straat op. Daar buiten wachten de bitches draaiend met hun billen op je. Ik zou daarmee misschien over mijn verlegenheid zijn geholpen en daadwerkelijk begonnen zijn met het aaien van de ronde vormen van de buurmeisjes. De kans zou niet gering zijn dat ik in zo'n inrichting voor obsessieven zou zijn beland, dat ik daardoor niet had kunnen studeren en dus nu niet achter deze tekstverwerker zou zitten, maar ergens in een tehuis voor oudere recidivisten aan het verkommeren was aan kanker die nota bene ook nog eens veroorzaakt wordt door de hormonen die van ons mannen obsessieve gekken maakt.
Het geheim van de puberteit is dat je moet leren hoe je die billen kunt aanraken zonder in de inrichting te belanden. Het duurt een tijdje voor je alle trucks begrepen hebt. Het fundamentele probleem is om het onbedwingbare in jezelf dat om onmiddellijke aandacht schreeuwt in balans te brengen met de tijd die een meisje nodig heeft om te aanvaarden dat zij ook lustgevoelens heeft. In de jaren zestig kon dat lang duren. Meisjes van vroeger moesten nog een hoop feministische golven meemaken om de oordelende ogen van hun moeders niet meer op zich gericht te voelen. Wat was het allemaal ingewikkeld en wat een wonder dat we niet allemaal opgesloten zijn. Daarom alleen al wil ik nooit meer puber zijn.
De eenzaamheid was ondraaglijk. Ik dacht toen nog dat ik de enige in de wereld was die geplaagd werd door deze obsessies. Als ik de klas rond keek lette iedereen op en dacht aan niets anders dan aan het proefwerk van volgende week. Bij onze Franse les leerden we het woord 'fesse' of 'fessier' niet eens, en dat een bil vrouwelijk is, maar dat als ze samen zijn ze mannelijk worden, daar werd ons niets over verteld. Bilateral, billet, billion, we leerden het allemaal, maar nooit de woorden waar ik mee bezig was.
Nu ik die mooie camera eindelijk heb is de zin om billen en borsten te fotograferen verdwenen. Ik betrapte me er een aantal weken geleden zelfs op dat ik foto's van bloemen aan het nemen was. Ze waren niet van de straat, maar wel erg mooi.


Terug