Week 2004 20
"Bent u altijd zo bruin?" vroeg de verpleegkundige van de operatiekamer aan me.
"Ik heb net een week gewandeld in Spanje," legde ik uit.
We voerden een genoeglijk gesprek over wandelen en vakanties, de vier dames en ik. Ergens achteraf stond een co-assistent die zich aan iedereen als Karel had voorgesteld. Ik vroeg me serieus af wat hij hier van moest leren, zoals ik me in mijn co-assistententijd dat ook menigmaal had afgevraagd. Op deze eerbiedige afstand viel er niets te zien van de operatie.
Er was een groen zeil over me heen gelegd, waar mijn hoofd en schouders boven uit staken. Ergens ver weg van het deel van mijn lichaam dat het gesprek voerde, was een gat in het zeil gemaakt. Door die opening stak mijn penis ongeïnteresseerd naar buiten. Daar concentreerden de vier dames zich er volledig op.
Eén van hen had er een pijnstillende injectie in gegeven.
"Dit is eigenlijk het enige dat u van de ingreep voelt," had ze gezegd. "Maar het is wel vervelend."
Ze had helemaal gelijk.
De tweede stond met een tang met daarin verbandjes klaar en depte daarmee de wond steeds droog. De derde, de chirurg, had het mes in haar hand en later de naald om alles weer te hechten. De vierde hield mij voortdurend in de gaten en wierp af en toe een blik op de monitor, die via een plakplaat op mijn buik met mij was verbonden.
"Heeft u bezwaar tegen een muziekje?" informeerde ze.
"Helemaal niet," antwoordde ik beleefd, want dat leek me een uitstekend idee als de chirurg daardoor haar werk beter deed.
Toen de muziek begon zwegen we allemaal en ik besefte dat we alle zes probeerden als eerste te zeggen wie de zanger was. We leven immers in pretpark Nederland, waar alles omgetoverd is in een leuke familiequiz. De co-assistent won. Het was na zijn naam tijdens de kennismaking het eerste en enige woord dat uit zijn mond kwam: "Sting." Maar hij was ook nog volop met de studie bezig en had dus gewoon meer parate kennis.
"Ik heb ook eens zo'n wandelvakantie gedaan," zei de chirurg, terwijl ze de hechtdraad door mijn lievelingsdeel haalde. "Ergens in Frankrijk." Geroutineerd legde ze de knoop in de hechting. "Het is wel moeilijk met al die aanwijzingen in het Frans." De assistente gaf haar een nieuwe draad aan. "Dan staat er après la grange á droit. Dan moet je maar net weten wat een grange is." De naald werd er weer doorheen gehaald.
Even vlamde de pijn op, maar ik probeerde me vooral niet te bewegen om te voorkomen dat ik daardoor zou veroorzaken dat alles beneden ineens blijvend zou worden beschadigd.
"Ja, dat stukje is vaak niet helemaal goed te verdoven," legde de chirurg me vriendelijk uit. "Maar dat is het enige hoor."
Eindelijk was het er dan van gekomen. Ik had er bij de uroloog die me behandelt op aan gedrongen me te besnijden. Niet om religieuze redenen, maar zeer practische. Door de veranderingen in mijn onderlichaam scheurt de voorhuid nog al eens in. Na het bedrijven van de liefde voel ik dan een paar dagen pijn als ik naar het toilet moet. Het is niet bepaald stimulerend als het op de liefde aan komt, tenzij je natuurlijk een beetje van pijn houdt. Een volledige besnijdenis was niet nodig, maar het frenulum moest in ieder geval doorgesneden worden. Alles heeft een naam. Ook dat. Artsen hebben alle onderdelen van ons lichaam bekeken en er nieuwe termen voor bedacht. De chirurg probeerde echter het allemaal weer in gewone mensentaal uit te leggen. Ze had het over een penisriempje. Ik vond het raar klinken, als een of ander erotiserend attribuut dat in een seksshop gekocht kan worden.
Op mijn dertiende voelde ik me onbegrepen. Dat hoort op die leeftijd. Ik kon eenvoudigweg niet het kind van mijn ouders zijn. Ik wist het zeker: ze hadden me geadopteerd. Wie waren mijn echte ouders? Natuurlijk Joodse familieleden die in de concentratiekampen waren omgekomen. Voor ze door de SS opgehaald waren hadden ze nog snel de kleine Ivan achter gelaten bij deze mensen, die me verder opgevoed hadden. Die stuurden me naar school en gaven me te eten, maar we leefden in verschillende werelden. Misschien heette ik ook wel geen Ivan, maar David, net als mijn grootvader, die zijn naam veranderd had in Ivan omdat hij het niet zo slim vond om ten tijde van de tweede wereldoorlog met zo'n Joodse naam rond te lopen. Mijn biologische vader was waarschijnlijk een broer van mijn adoptievader. Mijn adoptiemoeder was christelijk, maar mijn biologische vader was natuurlijk getrouwd met een Joods meisje en daarom waren ze afgevoerd. Er was echter één klein probleem. Ik was in 1948 geboren en in die tijd werden er al lang geen mensen meer naar concentratiekampen afgevoerd. Of was ik gewoon al een paar jaar ouder en probeerden ze er op die manier voor te zorgen dat ik nooit zou ontdekken hoe het precies in elkaar zat? Dat leek me niet onwaarschijnlijk want men vond me er vaak ouder uitzien dan ik in werkelijkheid was.
Voor zich miskend voelende pubers is het Joodse geloof fantastisch. Is het niet de religie van het uitverkoren volk? Ik was toch zeker ook uitverkoren, in tegenstelling tot mijn niet geadopteerde broer en zus. Het oude testament staat vol met verhalen over het recht van de eerstgeborene en verloren zonen. Wat je ook doet, het maakt niet uit, als je eenmaal Joods bent blijf je uitverkoren. Je vader houdt altijd van je. Maar welke vader dan? De biologische of die adoptief vader?
Mijn dertienjarige hoofd kon alle puzzels niet oplossen. Ik kocht het boek Exodus van Leon Uris. Het was een stuk duurder dan de pockets die ik normaal aanschafte, maar ik was er ook wat langer mee bezig. Het was een prachtig boek, want het ging over het vervolgde, maar uitverkoren volk dat weg trekt en naar het beloofde land gaat. Dat is het land waar alle miskende kinderen hun echte ouders zullen terug vinden. Nadat ik het boek uit gelezen had kocht ik Mila18 van de zelfde schrijver, over de opstand in het Joodse getto van Warschau. Was ik misschien ergens in Polen gevonden en bij Nederlandse ouders gebracht om te worden opgevoed? Ik schafte het ene boek na het andere aan om mijn geschiedenis te begrijpen. Uiteindelijk kwam het neer op de vraag of ik eigenlijk besneden had moeten zijn en nu op mijn dertiende mijn Barmitswa vieren? Bij mijn nichtjes informeerde ik hoe dat precies ging. Die wisten het precies, want die werden keurig Joods opgevoed. Ze gingen zelfs naar Hebreeuwse les.
Op mijn veertiende was de identiteitscrisis weer voorbij. Dat kwam omdat ik door mijn lichamelijke veranderingen alleen nog maar oog had voor meisjes en me niet langer druk maakte over mijn identiteit. Vanaf dat moment dacht ik uitsluitend nog na over hoe ik ooit zo ver moest komen met een meisje te kunnen vrijen. Besnijdenis was volkomen onbelangrijk geworden. Pas op die operatietafel dacht ik er weer over na.
"Niet mee in een warm bad gaan," zei de chirurg tegen me. "Maar u kunt wel douchen."
"Hoe bent u gekomen?" informeerde de operatiekamerverpleegkundige van wie ik tot dat moment uitsluitend haar ogen gezien had en die nu haar mondkapje omlaag trok.
"Met de auto," zei ik.
"Is er niemand bij u?" vroeg ze.
"Mijn vrouw wilde mee, maar het leek me geen goed idee," antwoordde ik. "Die kan beter leuke dingen doen. Dit is toch niet meer dan het verwijderen van een verstandskies?"
"Volgens mij bent u niet verzekerd als er iets gebeurt," mengde de chirurg zich in het gesprek. "Als u de politie in geval van een ongeluk moet vertellen dat u net geopereerd bent, krijgt u problemen."
"Ik moet toch echt naar huis," zei ik.
De vier dames overlegden even.
"Hij kan wel in de cockpit zitten," hoorde ik zeggen.
De verpleegkundige voerde me naar de ruimte waar het personeel zelf pauzeert. Daar stonden grote gemakkelijke zwart leren stoelen, waar onze moderne medische helden even kunnen rusten als ze weer een mensenleven gered hebben. Ze haalde koffie en vertelde me dat ik hier moest blijven zitten.
Zodra ze weg was, ben ik ontsnapt.



Terug