Week 2004 21
Het is weer korte broeken tijd. Overal zie ik blote knieën en harige kuiten opduiken. Het grootste deel van mijn leven heb ik korte broeken verafschuwd. Mannen droegen vroeger nu eenmaal per definitie een lange broek. Pas de laatste twintig jaar, toen in Hollywoodfilms volwassenen wel eens een korte broek aan hadden, gingen we aan dat kledingstuk wennen. Nu is het op warme dagen heel aanvaardbaar als je ouder dan twaalf bent er één te dragen. In 1958 kon ik er niet op wachten tot mijn moeder ermee akkoord ging dat ik mijn haarloze melkflesbenen verborg. Nadat ze één keer akkoord ging volgde er nog een andere strijd: de keuze van de broek. Bij voorkeur moest het een spijkerbroek zijn en die diende gekocht te worden bij de winkel achterin de Langestraat, waar men werkkleding verkocht. Kon dat niet, dan was het in ieder geval al mooi als mijn moeder de broek niet zelf op haar Singer handnaaimachinetje maakte. In de jaren vijftig hoorde Nederland nog zo'n beetje bij de derde wereld. We zijn echter een ijverig volkje van spaarzame mensen en van oude gordijnen wist mijn moeder nog een aardige drollenvanger voor een tienjarige jongen te maken. Het werd genaaid van een donkerrood gordijn van een zijraam en het was dus onvoldoende om er een volledige lange pantalon uit te halen, maar met hoge kousen leek ik net een Britse landeigenaar. Daar wilde ik helemaal niet op lijken. Het schuurde bovendien bij het kruis en ik was de enige op school met een dergelijke broek. Ik heb een levenslange haat overgehouden aan broeken met opvallende kleuren en pofpijpen. Die zijn voor zwarte piet en niet voor echte mannen.
Toen we onlangs in Spanje wandelden had ik ook een dag mijn korte broek aangetrokken. Ik geef toe dat het voordeel is dat het minder plakkerig is op warme dagen, maar het is toch bij één dag gebleven. Mijn benen zijn namelijk niet meer zo geschikt voor korte broeken. Het haar is verdwenen. Zoals ik me mijn benen herinner - de mijne en niet die de dokter me heeft gegeven - waren ze gespierd met daarop zwart haar. Op de middelbare school bij gymnastiek waar het onmogelijk was om zonder korte broek mee te doen zei één van mijn klasgenoten eens vol bewondering: "Goh, wat heb jij veel haar op je benen." Op school zeiden we nooit vriendelijke dingen tegen elkaar en daarom maakte het indruk op me. Altijd ben ik trots gebleven op die behaarde benen. Ik herken ze met instemming bij mijn zoon.
Sinds een jaar is het haar vrijwel overal verdwenen en ook onder mijn oksels heb ik geen haar meer. Af en toe kijk ik of het al terug komt, maar tot nu is er niets dat me toont dat ik terug keer in de wereld van de echte mannen. Daarmee word ik gedwongen vaker dan me lief is na te denken over hoe een man gedefinieerd kan worden en of ik aan de omschrijving voldoe. Gedrag, bouw, stem, lichaamsbeharing, seksualiteit.
Ik weet niet meer hoe oud ik was toen ik me voor het eerst schoor. Het was op de middelbare school. Ineens was er haar op mijn gezicht. Niemand zei ooit dat ik me moest gaan scheren, maar ik had mijn opa's en mijn vader het zien doen. Scheerschuim, een scherp mes en oog in oog met jezelf in de spiegel. Daardoor wist ik ongeveer hoe het moest. Mijn vader vertrok vroeg naar zijn werk en af en toe nam ik zijn scheermes en schraapte zonder zeep te gebruiken de haren van mijn wangen. Dat je het mes daarna schoon moest maken, daar stond ik niet bij stil. In het weekend zei mijn vader toen hij zich wilde scheren licht geërgerd: "Wie gebruikt toch mijn scheermesjes?" Er was er maar één die dat kon zijn. "Jezus, wat zijn jouw haren hard. Het lijkt wel of er schaamhaar op je gezicht groeit," zei hij. Ook dat zag ik als compliment, hoewel het nu ik eraan terug denk misschien niet zo bedoeld was. Echte mannen hebben harde haren.
Zodra het even kon liet ik mijn bakkenbaarden en snor staan. Die bakkenbaarden waren nog wel acceptabel, maar de snor zag er niet uit. Het was er niet één met mooie zwarte dichtgeplante beharing, waardoor een stevige vooruitstekende tandenborstel de bovenlip sierde. Een blond dun hangertje, dat nog jaren liefde en aandacht nodig had voor het iets zou worden, zat op mijn bovenlip. Daar kon je niet echt mee voor de dag kon komen, maar ik kon er niet nog een paar jaar op wachten. Ik had hem op dat moment in de klas nodig. Om de meisjes te imponeren, om de jongens te leren wie de leider was en om de leraren te ergeren. Mijn moeder had op haar toilettafel een geheimzinnig donker doosje, met daarin een donkere vettige substantie en een klein borsteltje. Ik zag haar dat wel eens gebruiken bij het opvrolijken van haar wimpers. Dat was natuurlijk ook ideaal voor het verbeteren van mijn bovenlipbegroeiing. Als ik haar niet in de buurt wist verfraaide ik met het borsteltje de snor zonder dat iemand het op zou merken. Ik besefte dat ik op een gevaarlijk hellend vlak zat. De snor mocht dan supermannelijk zijn, maar het bijwerken ervan met het borsteltje was zo ongeveer het tegendeel daarvan. Niemand mocht dat weten. Een paar weken lang werd het een ritueel voor het naar school gaan, tot op een dag iemand dacht een donkere vlek te zien tussen mijn snorharen. Behulpzaam begon ze het met wat spuug weg te poetsen. Het betekende het einde van mijn eerste snorperiode. Het werd tijd die snor weer af te scheren. Nooit stilstaan, regelmatig veranderen.
Inmiddels ben ik oud genoeg om te weten dat al dat mannelijke niet zo erg belangrijk is, maar ik mis het wel. Ik scheer me tegenwoordig nog maar twee keer per week en wonderlijk genoeg snijd ik me nooit meer. Met dat harde haar was het anders. Eens per week zeker begon het ergens te bloeden en dat gebeurde meestal als ik haast had. Snel even scheren voor ik naar de universiteit ga om college te geven. Een paar keer stond ik voor de collegezaal met een wondje onder mijn neus dat af en toe open ging.
Het is helemaal niet erg als ik me af en toe snij bij het scheren. Ik wil ook weer een korte broek kunnen dragen zonder me hulpeloos te voelen met die haarloze flesbenen. Zoals het nu is kan ik het andere mensen niet aandoen de lange broek te vervangen. En geloof me, er is nog veel meer dat ik zou willen.
Als een puber wacht ik vol verwachting op de eerste haren onder mijn oksel, maar ik ben nog meer gespannen dan bij de eerste keer. Toentertijd gebeurde het gewoon en ik wist niet wat er kwam. De wereld zat vol ontdekkingen. Nu weet ik wat het allemaal betekent en ik wil alles wat ik de afgelopen anderhalf jaar beetje bij beetje ben kwijtgeraakt dolgraag terug.
Van de week moest Marion een column schrijven voor een damesblad. De redactie vertelde haar dat het over de man moest gaan. Daar heeft ze verstand aan. In het stuk schreef ze over de mannelijke hormonen en wat die met mannen doen, maar ook wat er gebeurt als mannen geen testosteron meer hebben. In die column schrijft ze over de hormoonloze man: "De man die zonder die dierlijke zelfzuchtige drijfveer toch voor je klaar staat, die naar je kijkt, die zorgzaam is, die je wensen probeert te vervullen, die man is de ideale man. Maar is hij dan nog wel man?"
Ik wil graag weer een echte man worden.



Terug