| Week 2004 22 Fietsend van Amersfoort naar Scherpenzeel kwamen we langs een weide waarin een aantal paarden stond. Het was een mooie meidag en een jonge hengst had daardoor wilde plannen gekregen. Hij had zijn volledige voortplantingsinstrument uitgerold en zocht naar een mogelijkheid er iets prettigs mee te doen. Masturbatie met de hoeven is uitgesloten en daarom probeerde hij achter op een van de merries te klimmen. Het had best zijn moeder kunnen zijn. Wij als toevallige passanten kennen die verhoudingen in zo'n weide natuurlijk niet. De hengst was nog klein en ik moest denken aan de grap die we op de lagere school aan elkaar vertelden. Een muis wil neuken met een olifant. Zegt op een gegeven moment die muis tegen de olifant. "Sta nou in godsnaam eens niet zo te wiebelen. Zo krijg ik hem er nooit in." Marion en ik onderbraken onze fietstocht om te zien hoe dit af ging lopen. Wij gunden die jonge hengst van harte enige bevrediging, maar hij kwam met zijn ranke voorbenen maar nauwelijks over de achterpartij van de merrie heen. Laat staan dat de delen die bij wat hij graag wilde zo belangrijk zijn op de gewenste hoogte kwamen. De merrie ging rustig voort met grazen en besteedde net zo weinig aandacht aan wat er achter haar gebeurde als aan de aanwezigheid van een bromvlieg. Telkens gleed de arme hengst weer naar beneden en omdat hij niet begiftigd was met ratio leerde hij er niets van. Ik werd wat onrustig en vroeg Marion of we verder konden. Andere mensen van onze leeftijd die deze prachtige dag benut hadden voor een tochtje zouden onze nieuwsgierigheid wel eens kunnen interpreteren als een vorm van ongezonde perversiteit. Wij waren heus wel geïmponeerd door de omvang van het lid van dit nog jonge paard. Daar gaan gemiddeld twee herenleden uit. Via de spammail wordt me tegenwoordig voorgehouden dat 'Size matters', waarna penisvergroting wordt aangeboden, maar ik vraag me af waar zo'n groot ding behoorlijk kan worden opgeborgen. Het wordt niet met handig foedraal geleverd en sportbeoefening is voorgoed onmogelijk geworden omdat bij elke beweging er iets in de weg zit. Ik geloof daarom niet dat de lieve heer de geslachtsdelen van Adam, zijn zonen en zoonszonen per ongeluk te klein heeft geschapen. "Hoe moet dit in hemelsnaam aflopen?" zag ik Marion denken. "Misschien weten we het als we tot volgend jaar wachten en het paard wat gegroeid is," overwoog ik. Deze week las ik ergens een onderzoek waaruit blijkt dat mannen die het veel doen gemiddeld vaker prostaatkanker krijgen dan mannen die het minder vaak doen. Wonderlijk dat wetenschappers bedenken dat zoiets interessant is om te onderzoeken. Ze stelden hun vragen aan zwarte Amerikanen die het drie keer per week of vaker deden. De uitkomsten vergeleken ze met de kankercijfers van mannen die hoogstens eens per maand hun behoefte niet langer konden bedwingen. Ik dacht: "Waarom hebben ze dit onderzoek gedaan bij zwarte Amerikanen? Hebben die iets dat witte Amerikanen niet hebben?" Daarna vroeg ik me af of eens per maand niet ziekelijk weinig is. Vroeger, in een vorig hormonaal leven, als ik hoorde over mannen die maar zo zelden de liefde bedreven, dacht ik altijd dat er wat aan de hand moest zijn. Niet dat ik er veel over hoorde. Mannen vertellen zoiets niet aan elkaar. Ze zijn wel wijzer. Dan krijgen ze alleen maar intieme gesprekken. Alles liever dan dat. Voor zulke informatie was ik geheel aangewezen op de momenten dat hun partners bij Marion hun hart luchtten. Vrouwen vertellen werkelijk alles aan elkaar. Ik vermoedde dan onmiddellijk dat zulke mannen ergens anders nog iemand kenden bij wie ze hun best deden en daardoor geen energie over hadden Gewone mannen deden het volgens mij drie keer in de week. Misschien was er een kleine groep die het wat minder deed - bijvoorbeeld eens per week - omdat ze tot laat moesten vergaderen en rotkinderen hebben die niet naar bed willen, maar dat leek me toch al bijna niet normaal. Er moet natuurlijk wel net een merrie bij je in de wei staan en die is nog wel eens aan het grazen, breien, de kinderen naar bed aan het brengen of heeft hoofdpijn omdat je altijd maar het zelfde wilt. "Jee alweer? Mag ik even mijn hoofdstuk uitlezen?" In mijn naïviteit dacht ik dat een man als biologische opdracht heeft op de loer te blijven liggen om toe te slaan. Als een padvinder veert hij zodra het maar even kan met twee vingers langs zijn petje omhoog en roept "Wij staan paraat" tegen hun vrouw de strenge akela. Zodra je achterbenen lang genoeg zijn laat je geen gelegenheid meer voorbij gaan. Inmiddels snap ik dat het allemaal veel ingewikkelder is. Nu blijkt uit dat onderzoek dat de mannen die zo vaak willen gewoon veel van die hormonen in hun bloed hebben. Op de BBC zag ik een documentaire over de eeuwige jeugd. Een dokter legde zijn grote vondst uit. Ik denk tenminste dat hij een dokter was, want hij droeg een witte jas en zat naast een torso, waar hij met een zwarte viltstift op schreef. Onze chromosomen verouderen. Ze delen niet meer zo soepel en dus functioneert de vernieuwing van ons lichaam niet al te best. Als het al gebeurt zit er nog wel eens een foutje in. Als we nu maar genoeg uit het potje van die dokter eten, waarin allerlei hormonen zitten, met name ook testosteron, dan gaan de celdelingen weer vlekkeloos. De man in de witte jas zei bovendien dat hij geen enkele reden zag waarom we niet eeuwig zouden kunnen leven als we die hormonen maar slikken. Tot overmaat van ramp werd een gebruiker aan het woord gelaten. Het was zo iemand die je overal gegeneerd voorbij loopt omdat hij te veel aandacht wil en als je hem maar even aan zou kijken laat hij niet meer los. Hij had een zo onaantrekkelijke uitstraling dat je beseft dat hij bovendien al vanaf de kleuterschool zwaar gepest is. De man was dan ook wel erg tevreden dat hij zijn verhaal op de televisie mocht vertellen. "Ik werd oud en kon niets meer," zei hij, maar toen had hij de dokter met het levenselixer ontdekt. In een geil kort broekje, met ontblote behaarde borst en een zonnebril op zijn neus rende hij met een stel skistokken door de onherbergzame wildernis van de Australische woestijn. Uitslover, dacht ik. Zorg maar dat je niet verdwaalt in die woestijn, want als je maar een paar dagen je pilletjes niet kunt slikken, herinner je je de weg naar huis niet meer. "Ik ben nu zeventig," zei die opschepper. "Maar de artsen hebben me getest en zeggen dat ik het lichaam van een achtenveertigjarige heb." Ik zette de televisie uit. Voor iemand die zesenvijftig is en bij wie die hormonen juist moeten worden onderdrukt vanwege de prostaatkanker, zijn dit allemaal de veel te moeilijke rekensommen van een God die niet weet wat hij wil met zijn schepselen. Laat die vent met zijn belachelijke skistokken die nutteloze rondjes in de Australische woestijn maar rennen. Zouden er ooit sneeuwvlokken in Alice Springs vallen? Op maandag werd ik pas echt zesenvijftig en daarom leek het me gepast mijn nieuw besneden lid eens uit te proberen op de laatste dag dat ik nog vijfenvijftig was. Marion vond het ook een leuk plan. Maar wat werd ik de volgende dag gestraft met een blaasontsteking, spierpijnen en koorts. Er viel niets meer te rennen, nog niet eens door mijn tuin. Met die hormonen uit het potje van de televisiedokter had ik het allemaal vast niet gehad, maar de vraag is of ik er dan nog wel geweest was. Die zeventigjarige man leek me niet iemand die snel leert, behalve om zich onnatuurlijk voort te bewegen. Net als die jonge hengst. Wijsheid komt misschien wel helemaal niet met de jaren. Zolang het verstand geblokkeerd blijft door hormonen zal de mensheid vermoedelijk niet veel verder komen. De jonge hengst bleef proberen op de merrie te klimmen zonder enig resultaat. Op een gegeven moment kwam er een grote hengst aan die een luid "Brrrrrrrrrrrr" geluid maakte. Nog voor de laatste R verklonken was leek het lid van het jonge paard al helemaal verdwenen te zijn en huppelde het alsof het een veulen was weg. De scène was nog niet helemaal afgelopen, want de oude hengst vond ook dat het beest naar de andere kant van de wei moest. Daarom rende hij met een vaart naar de jonge hengst toe, die zich razendsnel verwijderde. "Zielig hè," zeiden we tegen elkaar terwijl we verder fietsten. Terug |