Week 2004 23
De zon schijnt zoals hij dat alleen op mooie meidagen kan doen. Beloftevol en gul. Het is een dag voor een fietstocht. Ik weet dat ik blij moest zijn dat ik leef, dat de lucht strak blauw is en dat ik werk heb waarbij ik van het ene op het andere moment kan beslissen een fietstocht te maken. Voor me rijdt Marion en ik huil. Het komt door die behandeling van me. Emotioneel en depressief word je erdoor.
Van de andere kant komt een jonge vader die zijn dochtertje van de kleuterschool heeft opgehaald. Het meisje zit in een zitje achterop, heeft korte blonde staartjes en houdt een vlaggetje in haar hand. Luid zingt ze: "Wij maken een kringetje van jongens en van meisjes." In haar stem hoor ik dat ze heilig gelooft dat er niets leukers dan dat is. Hoe vaak begrijpen we wat we zingen? Zij snapt elk woord. Haar vader lachte blij. Ik zou die gelukkige mensen achterna willen rijden om me te herinneren hoe het lied verder gaat. Komt er nog iets van spanning? Een jongetje dat niet tevreden is met alleen maar blokken? Dat de pop uit de handen van een van de meisjes trekt? Of blijft het liedje een groot feest en is geluk in een kringetje van jongetjes en meisjes echt mogelijk?
Marion en ik fietsen flink door om ons gesprek van die ochtend weg te trappen. Het wordt nooit gemakkelijker, ook al ben je drieëndertig jaar bij elkaar. Hadden we vroeger ruzie vanwege de onbetrouwbaarheid van mijn hormonen, nu omdat die me hebben laten zitten. Dwazen zijn we met, maar ziellozen zonder die testosteron. Soms vraag ik me af of een huwelijk meer kans van slagen heeft zonder al die hormonale invloeden. Waarschijnlijk merken de partners er echter niets van omdat ze al vroeg in de avond van verveling in slaap zijn gevallen. Ondanks alle onrust die ze veroorzaken zijn de hormonen voor elke langdurige relatie het hout in de haard. Ik vind het vervelend dat ik dat heb moeten ontdekken.
Mensen die getrouwd zijn leven gemiddeld langer, maar het gaat nooit zonder pijn.
Naïma vertelde het me een paar weken geleden 's morgens in de auto toen ik haar ophaalde van het station. Ze heeft ontdekt dat Mohammed tijdens zijn vorige reis naar het thuisland heimelijk getrouwd is. Mohammed is net zo oud als ik, hoewel hij zijn exacte geboortedatum niet kent. Officieel geeft hij één, één, achtenveertig op. Het is de tiende keer dat hij is getrouwd, waarvan twee keer met Naïma. Met Naïma woont hij samen en haar twee kinderen zijn van hem. Ze had het aangevoeld toen ze hem een keer voordat hij binnenkwam in de auto foto's uit een mapje zag halen. Later toonde hij zijn vakantiefoto's en ze zag er alleen maar gebouwen en mannen op. Intuïtief begreep Naïma dat het om een vrouwenkwestie ging. "Je moet hem er gewoon mee confronteren," zei Marion tegen haar.
Dat had Naïma gedaan en jawel hoor, hij gaf het toe, hij was opnieuw getrouwd.
"Als jij het wilt, zal ik wel weer scheiden," zei hij.
Naïma had weinig vertrouwen in hem. Ze kende hem al zo lang. Met hem was ze in 1980 naar Nederland gekomen.
Samen met Naïma speelde ik me privé-detective om uit te vinden of hij bezig was met een procedure om die nieuwe vrouw, die pas dertig jaar oud was, hier te halen. Naïma was bang dat als Mohammed er een maal geslaagd in zal zijn de nieuwe vrouw naar Nederland te halen, hij bij haar weg zal gaan.
"Ik wil me niet laten gebruiken," zei ze.
Bij het gemeentehuis konden ze me niet helpen en ik werd doorgestuurd naar de vreemdelingenpolitie. Ik was verbaasd over de grote bereidheid om te helpen nadat ik één keer het doel van mijn telefoontje had uitgelegd. Gewoonlijk laten mensen bij banken, verzekeringen of overheidsinstellingen je eindeloos op wachtlijnen met muziek staan voor je iets mag vertellen. Dan blijkt meestal dat ze je niet kunnen helpen en dat je een andere keer terug moet bellen. In dit geval had ik binnen vijf minuten al de volledige informatie over de procedure.
"Het is niet gemakkelijk meer om een partner hier te halen," legde de man uit. Dat hoefde ik aan Naïma niet te vertellen, want haar zoon probeert al drie jaar tevergeefs zijn vrouw uit Casablanca naar Nederland te halen.
"Maar de Nederlandse wet is zo dat als een man eenmaal zevenenvijftigeneenhalf jaar oud is, hij zijn vrouw hier binnen drie maanden kan hebben."
"Ook als het zijn tiende is?" vroeg ik vol ongeloof.
"Als mijnheer hier in Nederland met een andere vrouw leeft beschouwen we het als bigamie," legde de vriendelijke agent me uit, "en dan kunnen we hem daarvoor aanklagen."
De agent wilde ook best even vertellen of er een aanvraag voor de betreffende dame liep, maar dan moest hij haar gegevens hebben. Naïma wist wel haar naam, maar niet de geboortedatum.
"Belt u gerust nog eens terug," zei de agent van de vreemdelingenpolitie.
Hoe komen de mensen er toch bij dat ze bij de vreemdelingenpolitie zo onvriendelijk zijn? Men is er juist op en top behulpzaam.
Naïma ging proberen om achter de geboortedatum van de nieuwe bruid van Mohammed te komen zodat we het een week later opnieuw konden proberen.
Toen ze de week daarna kwam was het probleem echter veranderd. Mohammed had haar voorgesteld om uit Nederland weg te gaan en met hem mee te gaan naar Marokko. Hij zou daar dan vervolgens scheiden, maar hij wilde wel de garantie dat Naïma definitief met hem naar Marokko terugkeerde.
"Maar hoe moet het dan met Atika, mijn dochter?" zei ze. "Wat moet Atika's kind zonder grootmoeder?" En ook Morshad, haar zoon, had haar hulp nodig, want de wereld is hard voor Marokkaanse jongens.
Mohammed had al een huis in Marokko gekocht. Dat wist Naïma, want de sociale dienst was daar achter gekomen en wilde niets meer aan Mohammed betalen. Daardoor was hij nog afhankelijker van de hulp die Naïma hem gaf.
Het is niet gemakkelijk voor Naïma. Ze houdt van Mohammed, al vanaf het moment dat ze zestien was en hem het huis van haar ouders binnen zag lopen. Nu wil ze zelfs haar kinderen eventueel in Nederland achter laten om bij hem te zijn. Misschien meent Mohammed wat hij zegt en wil hij alleen nog verder met haar leven? Hoe weet ze echter zeker dat hij zal doen wat hij zegt? Hoe kun je een man ooit vertrouwen? Ze is bang dat als Mohammed die scheiding steeds een beetje uitstelt en Naïma uiteindelijk meer dan een jaar in Marokko is geweest, ze niet meer terug naar Nederland kan. Dan moet ze wel in zijn huis blijven en neemt hij die tiende vrouw gewoon in huis. Dat is zijn droom: twee vrouwen. Hij heeft het in Nederland ook al zo vaak voorgesteld.
"Dan doet die vrouw het werk voor ons," zegt hij. "Jij doet minder."
"Is er iets mis met mijn handen? Ben ik blind? Ben ik oud?" vraagt Naïma hem dan. "Ik kan alles zelf nog."
Ze weet nu eenmaal dat het hem om iets anders gaat. Hij wil elke dag seks en Naïma vindt een paar keer per week mooi genoeg. Een tweede vrouw in huis komt Mohammed wat dat betreft wel uit.
Mohammed heeft last van hormonen. Soms denk ik dat Marion het nog best met mij getroffen heeft, want ik heb nog nooit gevraagd om een tweede vrouw in huis, kook regelmatig, doe de was en zet de vuilnisbak buiten. Marion knikt aanmoedigend als Naïma op mijn vraag of ze ooit gelukkig is geweest met Mohammed even nadenkt. Dan zegt Naïma met zachte stem, alsof ze een wetmatigheid van het leven aan ons voorlegt: "Huwelijk? Je bent een jaar gelukkig en tien jaar ongelukkig."
Altijd als ik op mijn leven terug kijk denk ik dat de verhouding andersom is. Voor elk jaar pijn staan er tien jaar meizon en samen zingen "We maken een kringetje…" Als ik heel hard fiets raak ik alle depressieve gedachten die me aan het twijfelen kunnen brengen in een ommezien weg.



Terug