Week 2004 26
Drieëndertig jaar geleden stapten we in de trein naar Spanje om in Peniscola, een kilometer of honderd ten Noorden van Valencia, voor de nbbs een studentenhotel te beheren. Marion was achttien en ik drieëntwintig. Sindsdien zijn we altijd bij elkaar gebleven. Om dat te vieren gingen we naar een restaurant in de buurt van onze oude middelbare school. Het was zo'n gelegenheid waar men er alles aan had gedaan om de bezoeker vanaf het moment van binnenkomst te imponeren met inrichting, getraind personeel en het aantal overdreven grote glazen per tafel, maar waar je toch steeds het gevoel hebt dat je zelf beter kookt en waar uiteindelijk alleen de rekening werkelijk indrukwekkend blijkt te zijn. Wat me opviel was dat in het restaurant eigenlijk alleen maar mannen aten. Met zijn tweeën of met zijn vieren. Het was een gelegenheid waar de heren der schepping naartoe kunnen omdat ze de rekening ergens mogen declareren. De vrouwen van deze mannen brachten op het zelfde moment waarschijnlijk de kinderen naar bed en keken nog even naar 'Goede tijden, slechte tijden'. Het gonsde in het restaurant van de verkeerde gesprekken, en hoewel we beiden het gevoel hadden verdwaald te zijn vermaakten we ons er toch, want na al die jaren hebben we nog altijd van alles te bespreken, hoewel het fiscaal niet aftrekbaar is.
Later die week zaten we in de sauna. Ik moest werkstukken van studenten lezen en was gefascineerd door iets dat geschreven was door een vrouw uit Zambia. Het zette zonder veel franje de kale werkelijkheid van het overleven op het allerlaagste niveau in Afrika neer, welke rol seksualiteit erbij speelt en hoe jonge meisjes daarbij meestal het slachtoffer zijn.
Mijn grootste probleem is dat ik alles wat ik lees of hoor wil delen. Daarom begon ik er in de hitte tegen Marion over te praten.
"Weet je wat de gemiddelde leeftijd is waarop meisjes in Zambia hun eerste seksuele contact hebben?" vroeg ik.
Het was een moeilijke examenopgave voor iemand die niet het zelfde als ik had gelezen. Ze haalde haar van transpiratie glimmende schouders op. Marion had duidelijk geen zin in het zoveelste college in drieëndertig jaar.
"Tienëneenhalf jaar," zei ik, omdat ik niet van plan was zo snel op te geven. "En voor jongens is het twaalf."
Marion was zichtbaar onder de indruk en dat moedigde me aan verder te gaan.
"En van de meisjes tussen vijftien en negentien in Zambia is 25% besmet met hiv," voegde ik eraan toe.
Ook daar schrok ze van. Ten onrechte interpreteerde ik het als interesse in wat ik te vertellen had. Het naakte feit in combinatie met haar herinneringen aan zichzelf op die leeftijd brachten haar enigszins van slag en niet mijn gratis levenslange cursus algemene ontwikkeling voor gevorderden.
Ik had dat niet door en oreerde verder over de meisjes op de middelbare school in Zambia die in het weekend niet bij MacDonalds kunnen werken om wat bij te verdienen omdat er helemaal geen fast food winkel, van welke keten dan ook, is. Er is daar helemaal niets behalve een school, een winkel waar te weinig van het allernoodzakelijkste te koop wordt aangeboden en een gelegenheid waar alcohol gedronken wordt. Voor het café is een billboard te zien met daarop lachende Afrikaanse mannen en vrouwen in mooie kleren die een glas bier in de hand hebben.
Aan de diepe zucht hoorde ik dat mijn toespraak te lang duurde, maar ik was nog niet klaar met mijn verhaal.
"Maar toen je er vijf jaar geleden was geweest vertelde je zelf dat die artsen en wetenschappers hun kop in het zand staken en liever niets over aids hoorden," zei Marion op een manier die aangaf dat ze verder liever met de gedachten die opgeroepen waren door mijn informatie met rust werd gelaten.
Het exacte jaar weet ik niet meer precies, maar ik was in Zambia om voor het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking iets te schrijven over de uitdagingen op het gebied van gezondheid in verschillende landen. Mijn tekst over het land in Zuidelijk Afrika ging onder andere over de vijfendertig procent van de meisjes van vijftien die seksuele gunsten moet verlenen om te kunnen overleven. Om in een vrachtwagen mee te kunnen rijden van hun dorp naar de provinciehoofdstad waar de middelbare school staat moeten ze de chauffeur al zijn gang laten gaan. Er rest ze niets anders dan op de verlangens van de leraar ingaan wanneer ze het schoolgeld niet kunnen betalen. In een land waar nauwelijks economische uitwisseling is heb je tenminste nog iets aan je jeugd en je lichaam. Seks is de enige currency die meisjes en jonge vrouwen in die omstandigheden hebben.
Aan de drie Zambiaanse heren van het Ministerie voor Gezondheid uit Lusaka die me begeleidden had ik gevraagd of zij wel eens een condoom gebruikten. Ze deden een beetje lacherig, maar ik hield vol. Uiteindelijk gaven ze toe dat ze nooit een condoom bij zich hadden.
"En als je nu met een vriendinnetje bent?" vroeg ik.
Het was een beetje een strikvraag. Ik probeerde ze uit te lokken, ze te verleiden me iets te bekennen. Slechts één van de drie mannen hield vol dat hij geen vriendin had en het uitsluitend met zijn vrouw deed. 'Zero grazing' zoals men het daar noemt. De andere twee gaven toe in dat geval evenmin aan een condoom te denken.
Ik kon het niet nalaten om die situatie te beschrijven in de officiële publicatie van ons ministerie en om de uitzichtloosheid van het leven in een arm Afrikaans land te schetsen. Het stuk ging over de werkeloosheid, de armoede en over het dorpshoofd, die naast zijn televisie sliep omdat hij bang was dat die anders 's nachts gestolen zou worden. Over de meisjes die rond de mannen die te veel dronken hingen om misschien geld voor een spijkerbroek te krijgen, over hoe luid ze lachten en over de dood in de ziekenhuizen van mensen die niet eens wisten waardoor het hun tijd al was.
"En dat mocht ik niet schrijven," zei ik met nadruk tegen Marion, alsof die het niet al honderd keer van me gehoord had. "Ze vonden mijn verhaal te negatief en wilden dat ik een positiever beeld zou schetsen van Afrika en van wat ontwikkelingssamenwerking aan verbetering bij kan dragen."
Wat Marion precies tegen me zei kan ik me niet herinneren. Ze zei iets over de eigen verantwoordelijkheid van mensen en ik interpreteerde het als dat ik zelf ook eens naar mijn gedrag zou moeten kijken. Volgens mij sloeg het nergens op. Ik had nog nooit met een meisje van vijftien uit een Zambiaans dorp geneukt en haar vervolgens wat geld voor schoolboeken gegeven.
Het was warm en ik transpireerde hevig, maar ik wilde niet weglopen voor de opdracht die Marion me gegeven had. Gedroeg ik me als man zo veel beter dan andere mannen als het erom ging mijn zin te krijgen? Ik dacht aan de tijd dat ik zelf een jaar of zestien was en aan de vrijpartijen met de meisjes uit onze buurt. Ze waren leuk, maar ik had nooit de intentie om ze verder mijn leven lang trouw te blijven. Het ging me eigenlijk alleen maar om één ding. Het leidde tot eindeloze bewegingsrituelen waarbij mijn hand altijd weer bewoog naar de borststreek en dan was er plotseling een andere hand die de mijne daarna weer wegduwde. Dat ging door tot het tijd was naar huis te gaan en Franse woordjes te leren. Wat had ik anders verwacht? Wat had ik te bieden? Niet eens een mooie nieuwe schooltas, alleen maar mooie woorden.
Ik was blij dat de twintig minuten in de sauna voorbij waren en ik onder de ijskoude douche kon gaan staan. Wat is het ontluisterend om na te moeten denken over dat hormonale gedoe, over jongens en mannen in de hele wereld die altijd hun zin door proberen te drukken, met vleiende woorden, overredingskracht, manipulerende opmerkingen of misschien door iets voor die meisjes te doen: hun schoolboeken betalen of ze helpen bij hun huiswerk. Wat is het hinderlijk om stil te moeten staan bij de vraag of ik nu wezenlijk verschil van andere mannen op de aardbol. Wat is het verlammend om te beseffen dat die meisjes van vijftien hiv oplopen door mannen die hun testosteron niet goed onder controle hebben.
Als ik binnenkort weer al mijn hormonen op een rijtje heb en een nieuwe start mag maken in de mannenwereld, wil ik het beter doen. Maar hoe doe je dat als je gestuurd wordt door die hormonen?



Terug