| Week 2004 31 Met Kaja loop ik hard door de heuvels. We stijgen en het lukt me niet om hem bij te houden. Na een paar minuten zie ik alleen nog maar af en toe tussen de bomen zijn groene shirt. Na een kilometer of twee krijg ik voor de eerste keer de darmkrampen die me nopen in het dichte bos weg te kruipen. Ik roep: "Kaja, ga jij daar verder op maar even een beetje oprekken". Nog geen drie kilometer verderop komt de volgende aanval en het duurt wat langer voor ik een veilige plaats gevonden heb om op mijn hurken te zitten. Ik ben iets te laat. Gelukkig heb ik voldoende papier meegenomen om alles zo goed en kwaad als het gaat te reinigen. Natuurlijk maak ik me zorgen dat er een vervelende geur rond me hangt of dat er nog iets te zien is. Wat moet mijn zoon wel denken? Hij kent me als een sterke man, die niets uit de weg gaat. We rennen verder. Het loopt hier naar beneden en gelukkig slaag ik erin Kaja een beetje bij te houden, zodat we ongeveer gelijk arriveren. De rest van de familie hoeft niet te weten dat ik niet meer zo hard kan. Na de douche voel ik me een ander mens en heel even denk ik dat er niets veranderd is. In de villa die we gehuurd hebben is het aangenaam, maar als we vanwege de boodschappen in La Roche komen overvalt het me. Drommen toeristen in hemdjes die teveel van het rood verbrande vlees bloot laten of in T-shirts met schreeuwerige opdruk lopen door het plaatsje. Het lijkt of er uitsluitend winkels zijn waar worst en Ardenner ham verkocht wordt en bedrijven waar men kayaks verhuurt. Op een heuvel boven het plaatsje staat de ruïne van een middeleeuws kasteel waar de plaatselijke bevolking, overdag waarschijnlijk werkzaam als elektricien of in een bakkerswinkel, 's avonds wat extra verdient door aan een geluid- en lichtvoorstelling mee te doen, waarbij de verschijning van een spook het hoogtepunt vormt. Die geestverschijning zien we op een foto in de etalage van de plaatselijke fotograaf: een vrouw met een laken over haar hoofd. Even denk ik dat het om een Belgisch lid van Kluklux clan gaat. In de namiddag sloffen de acteurs enigszins vermoeid en reeds verkleed naar het kasteel. Het is opvallend hoe veel gelijkenis ze vertonen met de figuren uit Suske en Wiske albums. Ze zullen wel van die vreemde Lambiek namen dragen: zotte zult en drieste drol. Zo zien ze er tenminste uit. Behalve met de stripverhalen van Vandersteen heb ik ook niet veel op met de Ardennen. In 1976 waren we 's winters een paar dagen in Houffalize en daar hadden Marion en ik de eerste langdurige ruzies in onze relatie. Ik had een dagelijkse column in de Volkskrant, werkte in de huisartspraktijk en trad 's avonds op met het werkteater. Misschien was het wat veel, maar ik kon nu eenmaal niet kiezen en nergens zei ik nee tegen. Voor Marion was het of we ooit samen met Kaja op de fiets op weg waren gegaan, maar dat ik in eens in mijn eentje een andere richting in ging en geen oog meer voor ze had. Ik begreep het wel, maar kon moeilijk afstand doen van al die leuke aanbiedingen. Daarom probeerde ik op duizend manieren uit te leggen dat ik van haar hield, maar toch ook alles tegelijkertijd wilde, terwijl Marion me aan mijn verstand probeerde te brengen dat ze in een dergelijk leven geen zin had. Dat ging door tot tegen de ochtend een hotelgast op de muur bonkte en nijdig riep: "C'est fini maintenant?" We zwegen beschaamd, durfden de volgende ochtend niet naar de ontbijtruimte en sloegen voortaan de Ardennen over als we zuidwaarts reden. Omdat Marion's ouders mee zijn lijkt het ons aardig om niet alleen in de tuin van het huis mooie boeken te lezen maar ook een museum te bezoeken. Er zijn er twee in La Roche. Het ene is het museum van de Ardenner ham en het ander van de slag in de Ardennen. Dat laatste museum is boven en achter een benzinepomp gelegen. Ik stel me voor hoe na de oorlog in deze garage allerlei defecte Harley Davidsons, jeeps en stukken geschut zijn achtergebleven en hoe de garagehouder in de loop der jaren met behulp van etalagepoppen daar diorama's mee heeft gemaakt. De Amerikanen en Engelsen zijn prominent aanwezig op de eerste en tweede etage, de Duitsers een beetje weggestopt op zolder. De soldaten hebben allemaal identieke etalagepopgezichten, maar wel andere uniformen. Er zit geen enkel systeem in wat we bekijken en het lijkt zonder plan bij elkaar gezet. Met de ijver van een leerling uit de eerste klas van de middelbare school heeft iemand de Franstalige tijdschriften uit die tijd vertaald en kaarten getekend die gedetailleerd aangeven hoe alle troepenbewegingen zijn geweest, alsof die enig inzicht kunnen verschaffen in het drama dat Europa overkwam. Mijn schoonvader verlaat het museum al vrij snel. Hij ziet de pakjes sigaretten die de geallieerden in die tijd rookten en het doet hem denken aan zijn eigen oorlogsjaren op Sumatra en Java. "Jawel, maar allemaal oorlogstuig," antwoordt hij Marion als ze hem vraagt of hij het interessant vond. Op mijn weg naar de uitgang kom ik nog langs enkele foto's van La Roche na afloop van de Battle of the Bulge. Waarom krijgen die slachtpartijen altijd van die wonderlijke namen? Het hele centrum van La Roche is op die foto's weggevaagd. Alleen de ruines van het kasteel zijn gespaard gebleven. Ik lees de bijschriften en ontdek dat het een Amerikaans bombardement is geweest om de brug over de Ourthe te vernietigen. Honderdvijftien burgerslachtoffers zijn daarbij gevallen. Natuurlijk begrijp ik wel dat het belangrijke historische momenten zijn geweest en dat men de Duitse legers tot staan moest brengen, maar dit heiligdom voor de helden uit het Westen krijgt er ineens een ander karakter door. In een brochure worden vijf aantrekkelijke dagtochten door de omgeving beschreven, waarbij men uitsluitend langs plaatsen komt waar oorlogsgraven liggen, gedenktekens zijn opgericht of tanks zijn blijven steken. Ik ontdek dat er nog meer van deze musea in de omgeving zijn. Dit alles is meer dan een manier om bezoekers naar de Ardennen te lokken. Elke vastgelopen tank en elke grafsteen vertelt een verhaal om zin te geven aan wat de mensen hier is overkomen. De ruines, de doden, ze mogen niet voor niets zijn geweest. Ik herken het. Mijn darmen zijn kapot door de bestraling, maar ik zal er alles aan doen om mezelf ervan te overtuigen dat het allemaal de moeite waard is geweest omdat de strijd daardoor uiteindelijk gewonnen is. Terug |