| Week 2004 34 Het was erg heet. De wegen naar de Nederlandse strandplaatsen waren door de politie afgezet. Parkeerplaatsen waren vol. Er kon niemand meer bij. Dat Marion, Mike en ik toch door mochten rijden kwam waarschijnlijk omdat ik er heel betrouwbaar uitzie, als een hoogleraar in iets medisch. "Wij gaan alleen maar een duinwandeling maken," legde ik uit. "Niet naar het strand." Tot drie keer toe kwamen we een road block bij een rotonde tegen en telkens mochten we verder, waar ik andere auto's een volledig rondje zag maken om terug te keren naar waar ze vandaan kwamen. Twee zwarte mannen in een rode sportauto werden er heel erg kwaad door. Ik zag ze gebaren maken die je alleen in Amerikaanse gangsterfilms ziet. Wat maakt mij tot een geloofwaardige duinwandelaar? Ik had geen verrekijker om vogels te bestuderen om mijn nek hangen en niet eens mijn leesbril op. Pas bij de parkeerplaats waar we normaal gesproken onze wandeling door de Kennemerduinen beginnen begreep ik dat het vertrouwen in me misplaatst was. Het was er namelijk uitgestorven. Mensen die beweren te gaan niet wandelen bij een temperatuur van meer dan dertig graden zijn niet normaal en suspect. Tijdens onze wandeling kwamen we slechts twee keer iemand tegen, slechts gekleed in een heel kort broekje. Misschien waren ze niet zo zeer wandelliefhebbers, maar eenzame mensen op zoek naar een beetje seksuele pret met een vreemde in een duinpan. Na een uur kwamen we uit bij de Noordzee, ergens tussen Bloemendaal en IJmuiden. Er lagen mensen op het strand, maar lang niet zo veel als we in de verte zagen. Mike, Marion's neef woont nu een jaar in Nederland en we dachten dat het goed voor zijn algemene ontwikkeling zou zijn iets van het Nederlandse strandleven te proeven. Daarom liepen we richting Bloemendaal waar ineens een scherpe overgang van een dun bevolkt naar een dicht bevolkt strand was. Wie die grens bepaald had en zo streng bewaakte was me onduidelijk. Verderop bij een strandtent wilden we iets drinken. Even dacht ik aan oom Anton en tante Miep, die in de jaren vijftig zo'n tent in Zandvoort exploiteerden. We gingen er op zomerse zondagen vaak heen en mijn vader had de neiging om onderweg in de auto "Wij gaan naar Zandvoort, aan de zee. Wij nemen koffie en broodjes mee," te zingen. Toentertijd schaamde ik me voor mijn vader, maar hij deed dat nog binnen de intimiteit van de gezinsopel. Die pijnlijke herinnering was onvoldoende om me er nu van te weerhouden om voor Mike het lied te zingen terwijl we over het drukke strand liepen. Ouder worden en je natuurlijke terughoudendheid verliezen is vreselijk en voor jonge mensen het overtuigend bewijs van beginnende dementie. Voortdurend overdag in slaap vallen en kwijlen zullen wel snel volgen. Terwijl Marion en Mike snel aan een tafeltje gingen zitten dat vrij kwam, liep ik door naar een speciale kiosk waar fruitdrankjes gemaakt werden. De jongen die het fijngemalen fruit verkocht, stond op instorten na enkele hete dagen. Om hem te sparen had ik me bijna weer omgedraaid, maar hij glimlachte vriendelijk en vroeg me wat ik wilde. Zonder dat ik erom gevraagd had werd ik, terwijl ik op mijn consumpties wachtte, in een gesprek betrokken tussen hem en een meisje dat ook een drankje kwam kopen. Ze informeerde met wie hij nu weer de nacht had doorgebracht. "Hij weet er wel raad mee," zei ze tegen mij alsof ik een oordeel moest vellen over zijn gedrag. De jongen keek me onhandig aan. Marion legde me later uit dat het meisje zelf natuurlijk stapelgek op die jongen was en dat haar uitdagende manier van praten voortkwam uit jaloezie. Het gesprek had inderdaad een zekere seksuele spanning. Toen ik met mijn drie drankjes terug liep viel me op dat de hele gelegenheid eigenlijk iets van het grote spel had. Alle meisjes hadden navelpiercings met blinkende hangertjes waarmee ze knipoogden naar de jongens die stoer hun tatoeages lieten zien. Het was één groot hofmakingsritueel. Woorden werden hier niet uitgesproken om iets uit te leggen, maar om indruk te maken. Was ik een hormonaler - of zo je wilt een normaler - mens geworden omdat ik dit alles met genoegen herkende? Of wist ik het nog gewoon uit een vroeger leven toen er vol op testosteron door mijn bloed kolkte? Meer dan een jaar lang wist ik niet wat ik van mijn eigen mannelijkheid moest denken. Zo heb ik me door de behandeling lange tijd nauwelijks hoeven scheren. Hooguit twee maal per week was het noodzakelijk me wat te fatsoeneren. Het leek wel alsof ik weer tien jaar oud was. Naast mijn vader stond ik, ongeduldig om een man zoals hij te worden. Ik had wat scheerzeep van mijn vader op mijn gezicht gesmeerd en met mijn vinger, die een scheermes moest voorstellen, gleed ik langs mijn onbehaarde wangen. De laatste maanden heb ik me afgevraagd of het scheren altijd zo'n beetje als dat van een tienjarige zou blijven. Het was of mijn krabbertje de zachte haartjes met fluistergeluiden meelokte zonder zelfs tot het wrede snijden over te hoeven gaan. Het is langzaam maar zeker teruggekomen. Ik moet me weer vaker scheren en als ik met het mes langs mijn hals ga, voel ik weer zoals vroeger de haren weerstand aan het snijvlak bieden. Na lange tijd gebruik ik weer after shave en voel de vertrouwde branderigheid. Het is een noodzakelijk ritueel dat het mannelijke van het scheren benadrukt omdat je even moet lijden. Toen ik tien was bestond er nog geen after shave. Op de dag dat mijn vader dat begon te gebruiken - ik zal een jaar of vijftien zijn geweest - voelde ik een diepe minachting voor hem. Meidengedoe. Het is omdat mijn zoon toen hij zich begon te scheren wel altijd het spul op zijn wangen deed, dat ik uiteindelijk zelf ook overstag ging. Nu vind ik het weer leuk dat ik het kan doen. Als Marion's vriendinnen me begroeten zeggen ze "Wat ruik je lekker" en ze vragen welk merk ik gebruik. IJdelheid zit in zulke kleine dingen. Op mijn benen zijn de haren voorzichtig aan het terugkomen, maar mijn oksels blijven kale kommen. Mijn borsthaar zal wel heel laat weer gaan groeien. Dat zette pas goed door toen ik al in de twintig was en in het huidige proces van de terugkeer der hormonen zit ik natuurlijk pas in de vroege puberteit. Het leukste is dat ook de lust terug is. Als ik Marion in een kort rokje bij het aanrecht zie staan, krijg ik zin om op handen en knieën naar haar toe te kruipen en aan een onderroks onderzoek te beginnen. Geen idee wat de combinatie van het rokje met het aanrecht zo opwindend maakt. Ik zegen de regenbui die ons verrast bij een tennispartij en haar dunne T-shirt tot een nutteloos kledingsstuk degradeert. Jammer dat ik mijn fototoestel niet bij me heb. Van iemand die zich druk maakt over de gezondheid en mensenrechten van migranten en die bij wegversperringen door agenten op zijn woord wordt geloofd, word ik gewoon weer een beest, die bij het zien van twee tegen elkaar aan gelegen granny smith appels slechts kan denken aan billen. Zo simpel zitten wij jongens in elkaar. Voorspelbaar, maar toch ontroerend menselijk. Wat is het heerlijk dat het allemaal aan het terugkeren is, de ordinaire geilheid die je op de onmogelijkste momenten overvalt. Terug |