| Week 2004 36 Op Medborgarplatsen, voor het gebouw dat zowel de openbare bibliotheek als het zwembad huisvest, komt een man van mijn leeftijd, in oude maar schone kleren naast ons zitten. Zijn grijsblonde haar is in zijn nek bijeen gebonden. Hij heeft er de veer van een vogel ingestoken, die horizontaal naar achteren wijst. Op zijn hoofd heeft hij een koptelefoon, die aan de ene kant het oor afdekt en aan de andere kant achter het oor zit. "Wij zitten te wachten op de meisjes," zegt hij. "Zodra die er zijn gaan we naar mijn huis om wat te roken. Hebben jullie zin om mee te gaan?" Wat in ons uiterlijk maakt dat de man denkt dat we dat zouden willen? Is het mijn zonnebril of Marion's mooie jurk? "We hebben afgesproken met een vriend," lieg ik. "Hij komt straks." Er is een tijd geweest dat we mee zouden zijn gegaan. Niet zo zeer om iets te roken, maar omdat we nieuwsgierig waren en wilden zien hoe mensen wonen en wat ze er doen. We weten inmiddels echter dat we dat binnen vijf minuten gezien hebben. Vervolgens kom je er dan achter dat je in een vreemde uithoek van de stad beland bent, waar je eigenlijk niet wilt zijn en niet meer weet hoe je er weg komt. Daar beginnen we dus niet meer aan. Je kunt maar tot een bepaalde leeftijd avonturier zijn. Als je eenmaal weet hoe het is om lang in de bus in een warm land te zitten hoef je het een tweede keer niet weer te doen en ik kan raden dat de man een verdieping heeft in een buitenwijk, waar verder alleen migranten wonen, dat hij zijn keuken niet goed schoon houdt en alleen een paar matrassen op de vloer heeft liggen. Ik vraag me af of er echt meisjes zullen komen. Zweedse meisjes, dat was het helemaal toen ik zestien jaar was en mijn hormonale reacties op de wereld rondom me zich steeds meer gingen ontwikkelen. Meisjes uit Zweden stonden de wereld enorm ten dienste. Als Florence Nightingales laafden ze de mannenziel. Ze deden alles wat de meisjes bij mij in de klas niet wilden. Hoe dat idee bij me had postgevat weet ik niet meer. Waarschijnlijk kwam het door de films die ik in die tijd zag, waar de ondertiteling te vaak juist de Zweedse borsten afdekte, en door de manier waarop wij jongens er tijdens de pauzes tussen de lessen achteloos over spraken alsof we er veel ervaring mee hadden. Zweedse meisjes, het had een merknaam kunnen zijn, zoals Javaanse jongens, maar dan voor zakken vol snoep van de zoetste en zachtste soort. Dus toen mijn vriend Abel en ik eindelijk in mijn oude eend op vakantie gingen, kozen we niet de route naar het Zuiden, maar naar het Noorden. We haalden Zweden niet eens, want de Deense meisjes waren in die jaren zestig ook al reuze geïnteresseerd in de culturele uitwisseling tussen de Europese volken. De Sont oversteken was zinloos. De ontdekkingsreis naar het Noorden van Zweden en Lapland veranderde daarom vrij simpel in een rit naar Kopenhagen en weer terug. Daar ging een wereld voor ons open. Geïnspireerd door de rondrit die slechts twee weken duurde besloot ik een roman te schrijven over de moderne viking, die dankzij seks en bier zonder moeite in het Walhalla vertoeft. Dat project is nooit verder gekomen dan een bladzijde of tien, want ik herinnerde me de naam van het meisje uit de eerste disco niet meer. In die tijd wist ik niet beter dan dat wat je schreef autobiografisch moest zijn. In Kopenhagen werden we ook ingewijd in de Scandinavische pornografie. In Nederland bestond dat in die tijd niet en was het behelpen met tijdschriften voor natuurliefhebbers die bij de sigarenboer verkocht werden, maar in de Deense hoofdstad leek het of je op elke straathoek een winkel tegenkwam waarin felgekleurde tijdschriften werden aangeboden, waarin de natuur helemaal geen rol meer speelde. Roze was de kleur die de boventoon voerde en de tijdschriften waren opvallend genoeg genummerd. Alsof je jezelf zou moeten verwennen met de volledige serie. Het waren eenvoudige geschiedenissen uit het alledaagse leven van de sociaal-democratische samenleving. Deel drieënvijftig ging over een jonge huisvrouw die bij de groenteboer haar inkopen doet en thuisgekomen een intieme relatie heeft met de komkommer, voor ze die in de gezinssalade verwerkt. Of deel tweeënzestig: de melkman komt langs. Wat men in die Noordelijke landen niet allemaal bovenop een kratje melkflessen wist te doen. Tekst ontbrak vrijwel geheel, maar de foto's waren haarscherp en vaak van erg dichtbij genomen. In een Deense krant las ik dat sinds men de verkoop van pornografie had geliberaliseerd het aantal verkrachtingen was afgenomen. Het diende dus allemaal ook nog eens de volksgezondheid. Wij sloegen daarom een avondmaaltijd over en van het geld dat we overhielden, schaften we ons elk zo'n mooie publicatie aan om thuis te kunnen laten zien. Na die keer ben ik nooit meer in noordelijke richting gereden. Zweden bleef voor mij een witte vlek op de kaart. Dat Stockholm op grote en kleine eilanden werd gebouwd, is daarom een hele ontdekking voor mij. Het is een reis vanwege Marion's verjaardag. Bovendien past het in het programma 'Ontdek de wereld voor het te laat is', een poging om alle steden die me vagelijk interessant lijken, maar die we nooit zagen omdat de tijd altijd ontbrak, toch nog te bezoeken. 'Het zijn Finse meisjes," zegt de man met de veer in zijn haar. "Ze zijn hippies. Eigenlijk ben ik ook een hippie." Ik kijk hem glimlachend aan. "Wil je mijn muziek horen?" vraagt hij. "Het is Zweedse muziek." Een paar minuten luister ik. Een vrouw zingt teksten die ik niet begrijp. Dromerig. "Goede muziek om stoned bij te worden," zeg ik en geef hem de koptelefoon terug. "Ik ben een dichter," zegt hij. De manier waarop ik hem aankijk lijkt hem aan te zetten tot meer actie. "Ik kan het bewijzen." Uit de zak van zijn jack haalt hij een opschrijfboekje. Hij zoekt even, gaat heen en weer tussen twee gedichten en maakt dan een uiteindelijke keuze. In ritmisch verantwoord Zweeds leest hij voor. Dan kijkt hij me verontschuldigend aan en zegt: "Jammer hè, niet in het Engels." De man denkt na en vervolgens onderneemt hij een poging tot vertaling. "Als het beste van mijn leven vergleden is," declameert hij. "Blijven mijn gedachten steeds vaker toeven bij herinneringen." Vervolgens komt er een lang gedeelte dat hij moeilijk vindt, want hij doet het gewoon weer in zijn eigen taal, alleen dreunt hij het deze keer snel op, soms woorden halverwege inslikkend. Maar dan komt hij bij de climax en gaat weer over in het Engels. "Veel meisjes zijn bij mij langsgekomen, maar is er één geweest de me echt heeft gezien?" Verwachtingsvol kijkt hij me aan. "Mooi," zeg ik. Tevreden loopt hij terug naar de plaats waar zijn vrienden zitten. Een minuut of tien daarna verschijnen er drie broodmagere meisjes met rugzakken, met wie hij naar de ingang van de ondergrondse loopt. Terug |