| Week 2004 38 In het gebouw van de EO, waar ik voor een radio-interview moet zijn, zie ik boven de deur een bijbeltekst uit handelingen der apostelen. Iets over wat moet of niet mag. De EO is in een oud schoolgebouw gehuisvest en de boodschap zal vroeger wel voor de leerlingen geweest zijn. Het is even of ik terug ben op het Corderiuslyceum in Amersfoort, waar ik terecht was gekomen door een reeks toevalligheden. Waar wij woonden had ik veel gereformeerde en hervormde vriendjes en toen die zes jaar oud waren, wilde ik met hen naar de zelfde school. Abel was één van hen. Zijn vader was ouderling en vroeg me wat we thuis geloofden. Hij verwachtte misschien dat ik hervormd van de gereformeerde bond of gereformeerd van artikel 31 zou zeggen. Smalend merkte hij op toen ik zei dat mijn moeder zondags naar de remonstrantse kerk ging: "Is dat een geloof? Ik dacht dat het meer een soort levensbeschouwing was." Bang als ik was mijn vrienden te verliezen, belandde ik op dat Protestants Christelijke lyceum, waar alles eraan hielp herinneren dat het leven op aarde tijdelijk is en dat we alert moeten zijn op de grotere ontwikkelingen van de strijd tussen goed tegen kwaad. Dat was niet gemakkelijk voor een jongen van vijftien in 1963. Het was mij namelijk niet ontgaan dat er een nieuwe wereld op komst was waarin wel degelijk genoten mocht worden. Amerikaanse, Franse en Italiaanse films maakten ons dat duidelijk en anders beseften we dat wel door de rockmuziek die door Radio Luxemburg en piratenzenders werd uitgezonden. Abels vader, maar ook de leraren op het lyceum wisten waarschijnlijk niet eens wie Brigitte Bardot, Claudia Cardninale, James Dean en Elvis Presley in zijn strakke zwart leren pak, waren. Zij geloofden in matigheid en schuld. Van het leven genieten was geen deugd. Daarom mocht op onze school slechts gesjoeld, gepingpongd en over hoe we het eeuwig leven verdienen gediscussieerd worden. Wat zeker niet mocht was dansen, terwijl op elke andere school klassenavonden en schoolfeesten volgens mij zo leuk waren omdat je eindelijk een meisje in je armen kon houden. De drie jaren op het lyceum hebben ervoor gezorgd dat ik een lichte ongerustheid ontwikkelde dat goede leven te missen. In het laatste jaar dat ik het Corderius bezocht studeerden we een Grieks toneelstuk in voor het grote schoolfeest. Het was gebaseerd op de Ilias en nu ik er nog eens over nadenk, zou het heel goed mogelijk zijn dat één van de oudere leerlingen het stuk zelf had geschreven. Zoals de renaissance zich via het teruggrijpen op de klassieke oudheid aan de bedomptheid van het geloof der middeleeuwen ontworstelde, zo probeerden wij te ontkomen aan het calvinisme van de toneelstukken die in de jaren voordien werden opgevoerd. Ik speelde Paris en mocht de mooiste vrouw die in die oudheid bekend was verleiden. Daardoor verkeerde ik in een voortdurende staat van nervositeit omdat ik me oprecht probeerde te verplaatsen in mijn rol. Helena kwam namelijk van de MMS en wij in onze jongensklas vonden haar het aantrekkelijkste meisje van de school. Wij wilden een eigentijdse enscenering van het toneelstuk en daarom danste Zeus met enkele maagden en mocht ik Helena echt op de wang kussen. Ook al waren we nog niet veel verder gekomen dan tekstrepetities, ik sliep er 's nachts niet van en trivialiteiten als huiswerk maken waren volkomen onbelangrijk geworden. Godzijdank werd ik aan het einde van dat jaar vanwege mijn slechte cijfers van school gestuurd, anders had ik nog jaren naar die vreugdeloze school moeten gaan. Helaas, zelfs de generale repetitie heb ik niet mee mogen maken, want ik moest twee weken lang thuis blijven met een of andere virusziekte en die kus heb ik niet met Helena kunnen uitwisselen. De opvoering leidde tot tumult, maar dat hoorde ik later pas. Toen Zeus met de maagden op de muziek van Elvis danste, stonden de leerlingen in de zaal op om op het opzwepende ritme mee te dansen. Er was mogelijk sprake van een complot van jonge mensen en in mijn beleving was het vergelijkbaar met het optreden van de Rolling Stones in het Kurhaus, jaren later. Ook op het Christelijk lyceum leek de nieuwe tijd te zijn begonnen, maar de rector was het daar niet mee eens. Hij stond op, gaf de jongeren in zijn omgeving heuse draaien om de oren en gebood dat de muziek moest worden gestopt. De acteurs werden een week lang geschorst en de muzieklerares die zich met de regie had bemoeid moest publiekelijk haar excuses aanbieden. Ik had er veel voor over gehad om samen met Helena voor een week te worden geschorst en een vreselijke jaloezie nam bezit van me dat iemand anders Paris had mogen spelen. In de hal van het EO-gebouw herinnerde ik me die atmosfeer van boeken die we niet mochten lezen en de eindeloze gesprekken over de predestinatie en de dood. Op school leerden we een diepe angst te ontwikkelen voor het moment van de overgang van het aardse leven naar het hiernamaals en ik besefte dat de dood het belangrijkste kapitaal van de gereformeerde hoeders van het lyceum was. De angst dat het op de dag des oordeels verkeerd uit zou pakken weerhield hen te genieten, te dansen, te kussen en al het andere waar de mens zo gelukkig van wordt. De mensen van het programma waren erg vriendelijk en draaiden het liedje God put a smile upon my face van Coldplay, omdat ik daarover in mijn boek geschreven heb. Attent. Het gesprek verliep prettig, maar op een gegeven moment vroeg de interviewster me of ik nooit bang ben voor wat er gaat komen en daarmee was ook het Corderiusgevoel terug. Nee, als ik dood ben is het afgelopen en daar heb ik geen weet van. Ik vind het natuurlijk niet zo geweldig leuk, maar dat betekent nog niet dat ik bang ben. Als het voorbij is, gaan alle moleculen die ik geleend heb terug via wormen of as naar waar ze vandaan komen. Wie weet zijn ze nog nuttig voor iets anders: een rododendron of een kinderlokker, een roodborstje of een heilige, maar daar zal ik niets van weten en de betreffende schepselen zullen ook geen enkel spoor dragen van wat ik met het zelfde materiaal gedaan heb in mijn leven. Ooit bij Lhasa, op een plek ver van de stad keken Marion, Kaja en ik bij het opgaan van de zon naar een skyburial. Twee mannen sneden het lichaam van een overleden vrouw in kleine stukjes, lokten de gieren door op schelpen te blazen en in twee minuten hadden de grote vogels alles opgegeten. Eén van de mannen veegde de laatste restjes nog even bij elkaar en trad terug zodat ook die door een vogel konden worden verorberd. Toen was de vrouw er niet meer. De gieren vlogen op en met majestueuze bewegingen van hun vleugels wiekten ze weg naar de hemel tot we ze niet meer zagen. Misschien gaat het bij ons niet helemaal zo, maar in wezen komt het er wel op neer. Zo zijn we er nog en even later waaieren we alweer uit in de maag van reuzenvogels die ons over Tibet verspreiden. Hoe moest ik de moeilijke vragen van de vrouw beantwoorden? "Was je dan in ieder geval niet vreselijk boos?" informeerde ze. Misschien dacht ze dat als je niet bang bent voor wat volgt, je toch minstens kwaad moet zijn omdat je geen zin hebt om wat er is op te geven. "Zie ik eruit als iemand die gemakkelijk kwaad wordt?" vroeg ik. Ik heb zoveel in mijn leven gedanst, gekust en al die andere dingen gedaan, dat ik niet driftig word als ik merk dat het voorbij is en heb er ook niet de pest in omdat ik verzuimd heb te genieten. De vader van mijn jeugdvriend Abel is in mijn herinnering de strengste vader van alle kerkhoeders. Hij wilde niet dat we op zondagen gingen zwemmen en als Abel op zaterdagavond uitging moest hij voor de zondag om twaalf uur begon thuis zijn. Abel vertelde me onlangs dat zijn vader wel kwaad is geweest gedurende de laatste maanden van zijn leven. In diens bijbel stond overal in de kantlijn: "Dat is gelogen" of "Onzin". Terug |