Week 2004 39
Moet de rododendron nu extra water of niet? Aan de ene kant hangen de blaadjes slap, terwijl aan de kant, die naar de zon toe gericht is, de bladeren stevig en sterk omhoog staan. Ik heb geen vergunning om te praktiseren als plantendokter en ben misschien ook de laatste twee weken wat te druk geweest met de promotie van mijn boek, zodat ik mijn tuin een beetje verwaarloosd heb. Soms voel ik me de hoofdpersoon in de populaire serie 'The Dying Doctors'. Waar het maar moet, kom ik even een vrolijke anekdote vertellen over mijn gezellige avonturen met de prostaatkanker. Deze week hoorde ik de interviewer in een radioprogramma zelfs zeggen: "Het boek is zo leuk, je zou bijna zelf ziek willen zijn." Gelukkig was ik nog genoeg bij de tijd om te waarschuwen dat het ook geen picknickpartijtje is.
De taxichauffeur onderweg naar huis vroeg me waarvoor ik in de radiostudio was geweest. Zijn gezicht stond vol vrolijke verwachting, want daar worden leuke dingen gedaan. Overal is het sleutelwoord 'leuk'. Wil je meedoen in de gezellige samenleving dan heb je eigenlijk geen keus. Iedereen een cabaretier. Er klinkt vrolijk gelach op uit de Nederlandse huiskamers.
"Niets bijzonders," zei ik daarom snel. "Een medisch programma."
Daarna voerden we een gesprek over de wonderlijk klanten die hij soms in de auto heeft. Bij elke nieuwe cliënt die hij weer beschreef zei hij eerst. "Ik weet niet of ik dit wel vertellen kan. Wij chauffeurs hebben ook een beroepscode."
Over mij kan hij dus niet vertellen dat ik de clown uithang omdat ik geen patiënt wil zijn. Ik heb mijn geheim niet aan hem onthuld. Al vanaf het moment dat ik besloot dit weekboek bij te gaan houden, besefte ik dat ik niet bang ben voor de dood en de aftakeling, maar voor de andere mensen die me afschrijven en me niet meer mee willen laten doen. Wie echt slim is vertelt het dus gewoon aan niemand.
Het valt me op dat er ook alles aan wordt gedaan mij eraan te herinneren dat ik een kankerlijer ben en ik me aan die rol moet houden. Als ik tevreden over wat ik op de website van Amerikaanse prostaatkankerspecialisten heb gevonden, aan mijn uroloog vertel dat er volgens die site 84% kans is dat ik over tien jaar nog in leven ben, reageert hij koeltjes.
Hij schampert: "Maar vertelt die site ook of je dan nog zonder klachten bent?"
Niet alleen hij lijkt de taak te hebben me te herinneren aan wat ik eigenlijk ben: iemand met een gezwel. De mensen die me vertellen dat ik er zo goed uitzie, maar een paar weken geleden juist heel slecht, wat willen die mij duidelijk maken? Dat zij me zien als de dappere strijder die een uitzichtloos gevecht tegen de kanker voert, maar het niet opgeeft? "Ga je soms af en toe naar de zonnebank?" Alsof ik toch niet kan voorkomen dat ik ten onder ga aan de wildgroei in mijn lichaam, maar niet van opgeven wil weten.
Leuk is ook dat men af en toe zegt dat ik zo oppervlakkig blijf. Het verleidt me er bijna toe om als ik een paar keer op de vraag 'hoe gaat het?' met 'heel erg goed' heb geantwoord, uiteindelijk maar aan de wensen van m'n gesprekspartners te voldoen en op te sommen wat er allemaal mis is. Ik wil ze best een plezier doen.
Het is ook niet moeilijk, want ik weet hoe veel klachten je kunt hebben. Deze week las ik een onderzoek waarin staat dat mannen die vanwege prostaatkanker zijn behandeld na vijf jaar toch meer klachten hebben dan tot nu toe altijd werd aangenomen. Het maakt niet uit of ze geopereerd waren of bestraald. Vier op de vijf mannen blijken na vijf jaar impotent. Hou ik mezelf voor de gek? Het gaat juist steeds beter met me. Ik heb er weer veel lol in en Marion doet er ook alles aan. Ze heeft nu zelfs een mantelpakje gekocht met een rokje dat zo veel van haar mooie benen vrij laat dat mannen op straat gaan liggen, oudere vrouwen haar aanhouden om te vertellen hoe vrolijk ze eruit ziet en jongetjes die de crèche nog bezoeken haar vragen of ze met ze wil spelen. Het gonst van de opwinding bij ons thuis. Moet ik nu geloven dat het van tijdelijke duur is?
En volgens de onderzoekers zal het met urineren ook niet beter gaan. Ik zit mijn arme Iranese bestralingsarts dus blijkbaar een beetje voor te liegen als hij me vraagt hoe het met de plas gaat.
In zesenvijftig jaar heb ik me nog nooit patiënt gevoeld: 'hij die lijdt', want dat betekent het. Zou ik nu ineens slachtoffer van mijn eigen lichaam moeten worden? Het leven is toch gewoon gul en goed. Dat mag ik toch blijven geloven?
"Je pogingen zijn misschien wat krampachtig," zei de interviewer deze week. Een vreselijk aardige jongen en hij deed zijn werk naar behoren: Iedereen ondervragen alsof hij de hoofdrol speelt in een detectiveserie. Never take no for an answer.
Mevrouw Kübler Ross heeft het ontkenning genoemd. Onzin. In de krant las ik dat ze onlangs zelf is overleden. Heeft ze wel netjes alle fasen doorlopen die ze in haar boeken beschreven heeft? Ontkenning, depressie, euforie, aanvaarding. En bij dat laatste ontvangen we een diploma. Brave jongen. Als je het anderen niet al te moeilijk maakt en het snel accepteert, slaag je zelfs cum laude
Ik eis alleen maar het recht op van mensen die nog leven dat ze niet met de dood bezig hoeven te zijn, maar nog gewoon met het hiernumaals. Ik wil niet dat de anderen me de rol die volgens hen bij mijn diagnose hoort, opdringen. Ik wens daar niet aan te voldoen. Het is heel aangenaam om te leven, zelfs als je een klontje van die cellen hebt. Als ik ooit aan allerlei klachten ga lijden is dat niet een overwinning van de prostaatkanker, maar van alle mensen die denken dat ze gezond zijn, die nog niet van zichzelf weten dat ze bedreigd worden door legers, bataljons, armada's ondeugende cellen. Van mij gaan de onwetenden het niet winnen. Ik wil tot de seconde voor ik sterf doen of er nog niets aan de hand is. Aanvaarding is het probleem helemaal niet omdat er uiteindelijk toch geen keus is.
Net als mijn rododendron laat ik aan één kant misschien wat blaadjes vallen, maar ik draai me aan de andere zijde met geërecteerde bladeren naar de zon.



Terug