| Week 2004 45 Kaja speelt met de kinderen van zijn vriendin. Hij zal nooit hun vader zijn, maar hij kan er wel voor zorgen dat hij een leuke huisgenoot voor ze is. De kinderen willen dat hij ze pakt en kietelt tot ze om genade smeken. Ik herken mezelf als jonge vader in mijn zoon aan de manier waarop hij over de bank springt, ze zogenaamd niet kan vangen, het meisje van vijf dan toch met één hand op zijn schouder zet en de jongen van zeven met de andere arm pakt. "Vraag om genade," zegt Kaja. "Nee, nee," lachen David en Feline. "Genade anders volgt de kieteldood," roept Kaja. "Genade," zegt eerst het meisje en daarna de jongen. Onmiddellijk rennen ze weer weg voor een volgende ronde, verbergen zich, maar als Kaja ze niet snel genoeg vindt zorgen ze ervoor dat ze door luid te lachen en gillen hun verstopplek verraden. Op de dag dat ik wist dat ik kanker had en Kaja snel op zijn motor naar ons toekwam, zei hij: "Maar dat kan niet. Je hebt nog niet eens je kleinkinderen ontmoet." Hij heeft het wel erg snel geregeld en meteen ook al zo groot. Bonuskleinkinderen noemen ze dit geloof ik. Als je je goed gedraagt krijg je ze bij voldoende aankopen bij de boodschappen. Een Duits spreekwoord zegt dat je pas een man bent als je een zoon hebt, een boek hebt geschreven en een boom hebt geplant. Ik voldoe aan die drie kriteria, maar veronderstel dat het hebben van kleinkinderen er misschien ook bij zou moeten horen. Het Duitse gezegde benadrukt namelijk vooral dat je iets na moet laten voor het geval je verdwijnt. Hoeveel schrijvers worden vijf jaar na hun dood nog uitgegeven? Als ze er niet meer zijn om boeken te signeren, op avondjes voor te lezen, in televisiespelletjes mee te doen, de schrijversbijlagen van kranten te vullen met hun bijdragen, bestaan ze niet meer. Al snel zullen hun boeken op Koninginnedag op straat liggen. En hoe lang gaan bomen mee? Nee, voor de zekerheid dien je veel nageslacht te hebben, waarmee je gespeeld, gesproken en gelachen hebt. Dan blijft in ieder geval de herinnering en is er nog iemand die bij het doorbladeren van het foto-album kan zeggen: "Hé, dat is Ivan. Dat was de vader van Kaja." En dan maar hopen dat de Alzheimer niet te snel toeslaat. Veel wandelen helpt bij het voorkomen van dementie heb ik gelezen. Dus eventuele kleinkinderen en liefst ook de bonuskleinkinderen moeten op lange wandelingen meegenomen worden. Hoe lang blijft een herinnering? Neem Naïma, die zo belangrijk in ons leven was. Ze is al bijna vergeten. Zou ze nog wel eens aan ons denken? In december had ik geen auto tot mijn beschikking en ik besloot dat ik onze ijverige schoonmaakster dan maar lopend naar het station moest vergezellen. Tijdens die wandeling vroeg ze me wat ze moest doen. In Nederland blijven of naar Marokko terugkeren. Ze had vijfentwintig jaar in Nederland gewoond en voelde zich steeds ongewenster, terwijl ze tegelijkertijd ernaar verlangde in de buurt van haar zieke moeder in Casablanca te zijn. "Maar je kinderen," zei ik geschrokken. "Je dochter is zwanger. Je kleinkind heeft toch een oma nodig." Mijn schrik kwam natuurlijk voor een belangrijk deel voort uit egoïstische motieven. Het besef dat als Naïma naar Marokko terug zou keren, we een goede en vriendelijke schoonmaakster zouden verliezen, deed me bijna in paniek raken. Iemand die af en toe abrikozen voor ons meenam die uit Marokko kwamen omdat ze daar nu eenmaal lekkerder zijn. Soms ook bracht ze zelfgebakken brood voor ons mee, bereid met Marokkaans meel, omdat dat volgens Naïma zo veel beter was. "Mijn dochter wil ook niet dat ik weg ga," zei Naïma. In het voorjaar begon ze er opnieuw over, maar de situatie was nu gecompliceerder. De man met wie ze twee keer getrouwd was en van wie ze twee keer scheidde, maar die nog steeds bij haar in huis woonde was op vakantie in Marokko geweest. Toen ze vroeg of ze de vakantiefoto's mocht zien had hij er eerst een aantal tussen uit gehaald en verstopt. Ze begreep het onmiddellijk. Het waren foto's van de tiende keer dat hij getrouwd was. Ze besefte dat ook hij zijn terugkeer naar Marokko aan het voorbereiden was en daar een vrouw nodig had om voor hem te zorgen. Naïma zette Mohammed het huis uit en zei hem dat hij terug mocht komen als hij papieren kon laten zien waaruit bleek dat hij voor de tiende keer in zijn leven gescheiden was. Dat wilde hij wel, maar dan moest Naïma beloven met hem mee te gaan naar Marokko, want hij hield het niet langer in Nederland uit. Geen boom, geen boek, alleen een zoon die volgens hem niet wilde deugen had Mohammed in ons land. Elke keer als Naïma bij ons was wilde ze over haar probleem praten. Ze kon niet kiezen tussen haar kinderen en hun vader op wie ze nog altijd verliefd was ondanks alles wat er gebeurd was. Zonder enige aarzeling zeiden we telkens weer dat ze voor haar kinderen moest kiezen en voor haar nog niet geboren kleinkind. "Die hebben je nodig," zeiden we. Ze kreeg rugklachten en sliep slecht. In juli voordat ze haar jaarlijkse reis naar Marokko maakte, zei ze dat haar gezondheid misschien zo slecht was dat ze niet meer bij ons kon werken. Sindsdien is ze verdwenen. We hebben navraag gedaan, maar hebben geen spoor van haar gevonden. We zijn langs haar flat in Kanaaleiland gereden. Daar waren we één keer eerder geweest toen we haar ophaalden om samen naar de film Shouf, Shoef Habibi te gaan. Na afloop toonde zo ons trots haar woning vol banken en lage tafels. Ze is verdwenen en ik vermoed dat ze nu in Marokko woont. Als ik abrikozen zie denk ik aan haar. Hoe kun je je kleinkinderen achterlaten? Ik zou met Kaja en de kinderen mee willen spelen, doen alsof ik weer een jonge vader ben. Met hem speelde ik de billenbijter. Juist als ik denk dat ik misschien met ze mee moet doen, bedenk ik me dat ik niet een echte opa ben. Het is zelfs schokkend als een vreemde grijze heer achter twee kleine kinderen aan rent en roept: "Hier is de billenbijter. Zijn er nog lekker kinderbilletjes om een hapje uit te nemen." Dat zal later vast en zeker als bewijs gelden dat ze misbruikt zijn en dat ze daardoor zo depressief zijn en huwelijksproblemen hebben. Zo'n herinnering wil ik natuurlijk niet nalaten. |