| Week 2004 47 Marion en ik mochten opa en oma spelen. Met onze zoon, zijn vriendin en haar twee kinderen, David en Feline, bezochten we het dierenpark in Amersfoort. Voor de eerste keer in mijn leven kocht ik een kaartje. Omdat ik vroeger er niet ver vandaan woonde wist ik dat je aan de achterzijde, in het bos, over het hek moest klimmen. Dan kwam je vrijwel in de speeltuin uit, waar ze een fantastische vliegende hollander hadden. Mijn interesse ging niet zozeer uit naar de apen, giraffen, leeuwen en olifanten, maar naar die speeltuin. Het liefst zaten we met de meisjes uit onze klas, die natuurlijk wel netjes entree betaald hadden, in die vliegende hollander en we gingen hoger en hoger tot ze gilden. Bij dit bezoek werden alle dieren nadrukkelijk bestudeerd, zelfs de grote vogels die op één poot stonden. Het leek me zinvol om de kinderen veel biologische kennis bij te brengen en hun vragen serieus te beantwoorden. "Waarom staat die vogel op één poot?" "Het lijkt dan of er een rietstengel in het water staat en dan denken de vissen dat er geen gevaar dreigt en durven ze dichterbij te komen," legde ik uit. Een logischer antwoord kon ik niet bedenken en een kind heeft recht op antwoorden op z'n vragen. "Kunnen er niet twee rietstengels naast elkaar staan?" Er is natuurlijk een grens aan mijn kennis. Ik kan niet alles weten en zeker niet in het hoofd van een vis kruipen die een kraanvogel in het water ziet staan. De sneeuwuil herkende ik op het moment dat ik hem zag. "Dat is een sneeuwuil," zei ik tegen Feline die op mijn schouders zat. "Als het sneeuwt zie je zo'n witte vogel niet meer. Camouflage heet dat. Dieren nemen de kleur aan van hun omgeving, dan zien de roofdieren ze niet." "Waarom gaat hij naar buiten als het koud is?" Als ik college geef krijg ik niet van die moeilijke vragen van mijn studenten. De olifanten zouden net gevoerd worden. Er had zich al een groepje mensen met kinderen verzameld. Wij schoven David en Feline van zeven en vijf naar voren tot ze vooraan bij het hek stonden, zodat ze alles goed konden zien. Een mevrouw kwam met een kist appels. Was dat alles wat deze zeven olifanten te eten kregen? Zij had een draadloos microfoontje voor haar mond en zei: "Goedemiddag dames en heren, jongens en meisjes." Daarna volgde een interessant maar vreugdeloos en monotoon voorgedragen praatje over de dieren achter het hek, terwijl ze af en toe een appel in de richting van de kolossen wierp. Die pakten de appel met hun slurf voorzichtig van de grond en brachten die naar hun mond. Het was ons opgevallen dat één van de olifanten een extra slurf had en deskundigen als wij zijn, hadden we geconcludeerd dat het een mannetje moest zijn. Wie weet konden we nog een echte olifantenparing bijwonen. "Dat is Sammy," zei de verzorgster. "Hij is dertien jaar oud. Hij wil graag paren met de vrouwtjes, maar hij weet nog niet hoe. Sammy is vooral geïnteresseerd in Julia, maar Julia vindt hem nog te klein. Sammy kan de vrouwtjes nog niet berijden. Ze laten dat ook pas toe als hij sterker is. Daarom is Sammy vaak met de vrouwtjes aan het sparren. Dan duwen ze met de koppen tegen elkaar aan en Sammy moet ze dan naar achter kunnen drukken. Zo lang hij dat nog niet kan, gaan de vrouwtjes niet op Sammy's advances in. Sammy is al anderhalf jaar aan het oefenen." Was dit wel een verhaal voor kinderen van vijf en zeven? De vrouw vertelde helemaal niets over hoe de olifant in het wild aan zijn voedsel komt, hoeveel kilo hij dagelijks eet en wat er zo al aan poep uit komt. Het ging een kwartier lang eigenlijk alleen maar over één ding: over het liefdesleven der olifanten en Sammy's onhandigheid daarbij. Arme Sam met zijn twee grote slurven. Zou er echt geen olifantenvrouwtje achter het hek hem leuk genoeg vinden? Ik zag er toch eentje bij die haar hele vagina met gigantische schaamlippen naar buiten had gekeerd en voor elke manntjesolifant die het maar wilde tentoongesteld had. Het leek of haar uitwendige geslachtsdelen flexibel waren en naar elke mogelijke partner toegedraaid konden worden. Dat deed ze toch niet voor niets. Zelfs Sammy moest daar toch zonder veel moeite iets mee kunnen beginnen. "Vonden jullie het leuk?" vroeg ik aan de kinderen. Ze knikten. Dus dit is puberteit. Dat je wel wilt, maar niet weet hoe je het moet doen en je kop steeds stoot als je tegen de vrouwtjes aan duwt. Gisteren gingen Marion en ik naar de bioscoop, en terwijl we wachtten om de leeglopende bioscoopzaal binnen te kunnen gaan, hoorde ik een man tegen zijn vriend zeggen: "Ik liep vandaag de kamer van mijn zoon binnen. Hij zat achter zijn computer. Hij schrok en ineens moest hij zijn kleren in orde brengen. Hij werd helemaal rood. Ik zei "sorry" en liep snel weg. Ik wist niet dat hij al zo oud was." Wat een verraad om dat aan een andere man te vertellen. Ik ben met bombarie begonnen te schrijven over mijn tweede puberteit, omdat ik nieuwsgierig was of ik alles opnieuw zou beleven en in de hoop verloren herinneringen terug te krijgen. Mijn hormonen waren me afgenomen, maar ze zouden terugkomen en mijn gedrag weer gaan sturen. De lust verrast me inderdaad weer op de meest onverwachte momenten. Een strakke broek, een shirt dat over een schouder glijdt, een opgetrokken been. Duizend kleine genoegens, waarvoor ik een jaar geleden geen oog meer had, zijn terug. Gelukkig weet ik nog hoe het moet en hoef ik niet eerst anderhalf jaar te oefenen. Toch bemerk ik bij mezelf een soort onhandigheid, alsof ik me ineens schaam voor mijn verlangen, vergeten ben hoe het subtiel kenbaar te maken, bang ben zo bescheiden te zoeken naar signalen van een wederzijds verlangen dat ik helemaal niet duidelijk meer ben en missen zal waar ik zo naar verlang. In wezen is het niet anders dan het moeizaam aftasten van de geschikte momenten in een dag, zoals dat voortdurend in een relatie plaats vindt. De vraag die steeds weer opkomt is of Sammy en Julia op precies het zelfde moment willen paren. Na afloop bakte ik thuis pannenkoeken. David at er wel zes en vertelde dat trots met de stroop nog rond zijn mond. Zijn moeder vroeg "Is het niet mooi om weer zo oud te zijn?" Ik weet het niet. Moet je dan niet weer die hele reis maken om te worden wie je bent? Ik zou elke keuze die ik bij die tocht gemaakt heb herhalen. Terug |