Week 2004 50
Op de Schumannstrasse nummer twintig en eenentwintig in voormalig Oost Berlijn is het Berliner Medizinhistorisch Museum te vinden. Daar valt de pathologische verzameling van Rudolf Virchov te bewonderen. Diens naam moest ik tijdens het eerste jaar van mijn medische opleiding leren, want hij had de lymfeklieren ontdekt. Ook andere baanbrekende ontdekkingen staan op zijn naam. Na twee jaar bezoeken aan artsen en ziekenhuizen, wil ik de dokter in mijn vakantieweek zoveel mogelijk vermijden. Ergens op de eerste verdieping van het museum zie ik een oude Duitse wijsheid staan: "Bewegung, Mässigkeit und Ruh schliessen dem Artzt die Türe zu."
Wat ik hier precies denk te vinden weet ik niet. Misschien wil ik er zijn voordat hier de dadendrang vanuit het westen zorgt dat de potten met organen naar een zolder verhuizen en vervangen worden door multimediapresentaties. Er mag niet worden gefotografeerd en op een bordje staat dat de toegang ongeschikt is voor kinderen onder zestien jaar.
Het is begrijpelijk, want de expositie heeft iets weg van een griezelkabinet, waar kinderen met een waterhoofd, pasgeborenen met alleen een mond, baby's met twee hoofden en cyclopen in potten met sterk water staan. Er valt een gave baby die tijdens de geboorte in de eigen navelstreng werd gewurgd te bewonderen. Wat een mooi kind is het en wat een rare speling van het lot dat het nu geen oude Berlijnse vrouw is die over een veelbewogen tijdperk kan vertellen. Ik zie een dikke darm van wel dertig centimeter in diameter en probeer me de man voor te stellen in wie die darm gezeten heeft en hoeveel worst, zuurkool en kaastaart daar in past. Gezwellen op sterk water; van longen, baarmoeder en nieren. Maar niet van de prostaat. Ik zoek er vergeefs naar.
Prostaatkanker is iets van onze tijd en was relatief zeldzaam in de tijd van Virchov. Er zijn zelfs mensen die denken dat het een aangekletst probleem is. Als mannen maar oud genoeg worden, krijgen ze uiteindelijk allemaal een kwaadaardig gezwel in hun prostaat. De PSA - prostaat slaat alarm - in het bloed gaat omhoog en hup daar is weer iemand die behandeling nodig heeft. De makers van ontmannende medicijnen en de ontdekkers van de test hebben veel geld gestopt in het onderwijzen van artsen dat ze regelmatig de PSA moeten controleren. Er is ook stevig geïnvesteerd in het opzetten van organisaties van boze mannen die vinden dat ze recht hebben op een regelmatig onderzoek van hun bloed. Zo heeft er een explosie van het aantal gevallen van prostaatkanker plaats gevonden. In de Verenigde Staten is het inmiddels de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen geworden. De laatste tijd vinden verstandige deskundigen echter dat je je niet steeds op de PSA moet laten onderzoeken. Je vindt daardoor namelijk wel erg veel dubieuze gevallen van eigenzinnige postaatcellen, waar je misschien je leven lang geen last van zou hebben gehad als het niet door het complot van de pillenverkopers en overijverige artsen aan het licht was gekomen. Ik weet dat ik zelf een echte rotzak had, met rugnummer 97 en al doorgebroken naar plaatsen waar hij helemaal niet hoorde. Het is een heerlijk gevoel in ieder geval niet misleid te zijn.
Na de vraag hoe het met me gaat, informeert men meestal : 'En is het nu weg?" Op het eerste kan ik wel antwoord geven, op het tweede niet. In de verzameling van Virchov is het in ieder geval niet aanwezig. Het museum zelf is eveneens moeilijk te vinden omdat in het oude Berlijn aan de ene kant van de straat de nummers van bijvoorbeeld één tot twintig lopen om dan aan het eind gekomen te ontdekken, dat de nummers twintig tot veertig aan de andere kant van de straat terug lopen. De uitvinding om dat anders te doen is toch wel een grote doorbraak in de menselijke geschiedenis geweest. Waarom is dat hier in Oost Berlijn nog niet veranderd? Starbuck's en H&M zijn op elke straathoek in de nieuw ontdekte trendy wijken te vinden. Op een grote billboard lees ik dat McDonald vijftig vestigingen in Berlijn heeft. Opgekochte panden worden afgebroken en architecten vieren feest met hun glazen, stalen en betonnen constructies die moeten onderstrepen dat de vooruitgang niet af te remmen is. En die vooruitgang is equivalent met een groeiende economie. Men bouwt winkels waar men goederen verkoopt die volgend jaar vervangen moeten worden en de bewoners van de stad wonen er slechts tijdelijk en hebben als ultieme verplichting te consumeren. Wie niet consumeert bestaat niet, of zoals ik het in New York vijfentwintig jaar geleden op een muur zag staan: "I shop so I am". Waar gaan de Oostberlijners heen nadat hun woningen zijn opgekocht? Als ze jong zijn kunnen ze misschien bij Starbuck's werken en ergens in de omgeving een leuke kamer vinden. Wie geen werk heeft kan de dagen vullen met de spuitbus. Nergens ter wereld heb ik zo veel graffiti gezien als hier in het voormalig Oost Berlijn. Een wanhopige poging om toch nog een handtekening te zetten op het territorium dat beschouwd werd als de eigen woonplaats. Een kleurrijke schreeuw. De lagere school tegenover de Joodse begraafplaats aan de Schönhauser Allee is volledig bedekt met leesbare en onleesbare kreten. Als ik vanaf de begraafplaats naar de school kijk, zie ik op de tweede verdieping 'Fuck the free world' staan.
Misschien lijkt de nieuwbouw die door de stad groeit en woonwijken verandert in winkelwijken op een gezwel. Of het goedaardig of kwaadaardig is zal de tijd ons nog leren. In dat geval zijn de uitingen van jeugdig protest tegen de onteigening op de muren en monumenten huidziekten. Dat laatste is meestal gemakkelijker te behandelen dan het eerste.
Naast de vaste verzameling van Virchov zijn er ook wisselende tentoonstellingen in het Berliner Medizinhistorisch Museum. Deze maand is er aandacht voor fittness. Het is gebeurd met ontroerende klungeligheid. Zonder duidelijk plan staan er sportschoolapparaten in een ruimte. Aan de wanden hangen grote foto's van gemiddelde Berlijners zoals je ze in de straten tegen komt. Ze dragen allen het zelfde Nike pakje, een overjarig bruin modelletje, waar jonge mensen zich niet in zouden willen vertonen. We zijn allemaal het zelfde en toch verschillend. Daar tussendoor hangen uitspraken over gezondheid uit verschillende perioden. "Erkenne deinen Körper und du wirst ein Träger edelsten rassischen Gutes." Hans Surén (1935).
Het is hoog tijd dat we vertrekken. Wie zich te veel met zijn lichaam bezig houdt, gaat het gebruiken om denkbeelden over hoe de wereld functioneert te rechtvaardigen. Wij waren gekomen om dagen lang door de stad te lopen. Gezondheid is wat je voelt in je benen als je door een gebied loopt dat je niet goed kent. Geen gezwel. Geen theorie.



Terug