| Week 2004 51 Zoals ik tot voor kort elke ochtend vroeg wakker werd om voor de zoveelste keer te plassen, zo ontwaak ik de laatste tijd met een ochtenderectie, die zich zodanig aan me opdringt dat verder slapen onmogelijk wordt. Negeren is moeilijk. Naar beneden duwen heeft slechts een tijdelijk effect, want de opgewonden begroeting van de nieuwe dag springt onmiddellijk weer in het oog. Af! Af! Af! Het helpt niet. Na twee jaar intimidatie door de dreiging van kwade cellen en de werking van hormoononderdrukkers, wil mijn trouwe aanhanger duidelijk maken dat hij zijn aandeel in mijn leven weer op komt eisen. Hij is teruggekeerd om te herstellen wat er in de afgelopen tijd is misgegaan en het liefst ook nog in te halen wat hij mogelijk gemist heeft. Ben ik weer de oude? Naast me ligt Marion. Ze heeft tot laat doorgewerkt en slaapt nu diep. Per ongeluk een paar keer omdraaien en tegen haar aan komen in de hoop dat ze wakker wordt, zou van een slecht karakter getuigen. Bovendien is het maar helemaal de vraag of zij in de zelfde stemming verkeert als ik. Bestaat er wel zoiets als een vrouwelijke ochtenderectie? Zodra de ochtendschemering zichtbaar wordt sta ik voorzichtig op. Ik trek mijn trainingspak aan en ren mijn rondje om het bloed in mijn lichaam te herschikken, zodat ook andere lichaamsdelen een kans krijgen. Teruggekomen zit ik in de keuken uit te zweten en voel me machtig. Machtig, niet in de bakvisbetekenis van 'wat was het weer machtig leuk op het fuifje', maar in de zin van 'de macht te zijn wie ik wil'. Als de dag maar voldoende uren zou bevatten, zou ik ook de macht hebben te doen wat ik van plan ben. Helaas, door een ernstige evolutionaire vergissing zitten er maar 24 uur in een etmaal en verprutsen we ook nog eens acht uur met slapen, drie uur met onvermijdbare huishoudelijke klussen en één uur met sociaal gedoe, zodat er te weinig gelegenheid overblijft om al mijn plannen te verwezenlijken. Toch zit alles 's morgens vroeg al in me. Beter dan ooit begrijp ik wat het woord potentie betekent. Nooit heb ik beseft hoe zeer mijn geluksgevoel verbonden is met mijn seksuele identiteit, met het zelfbeeld dat ik in de loop der jaren van mezelf bij elkaar gefantaseerd heb. Ik zal het maar eerlijk bekennen, ik doe me netjes en belezen voor, maar eigenlijk ben ik een achterlijke macho. Hoe heb ik zo kunnen worden? Ooit was ik toch een lieve jongen die op kousenvoeten 's middags om vier uur de trap af sloop om de krant te halen opdat ik dan door mijn moeder uit de strip van Olie Bommel zou worden voorgelezen. Ik was ook een jongen met een eigen Winnie de Poeh boek. Kortom, iemand die meer in beren dan in welk geslacht dan ook geïnteresseerd was. Het moet allemaal begonnen zijn bij de verhalen die we als schooljongens aan elkaar vertelden over de dingen waar volwassenen geen verstand van hadden: over meiden en neuken. De lichamelijke capaciteit om te doen waarover we spraken kwam later met een ongestuurde geilheid, die zich op alles in de wereld leek te richten. Nu pas besef ik dat het verschil tussen die eerste puberteit en mijn huidige hergeboorte bepaald wordt door het leerproces dat me in de tussenliggende tijd aangegeven heeft om mijn verlangens te sturen. Daardoor zijn mijn twee puberperioden niet vergelijkbaar. De verbaasde ontdekking ontbreekt deze keer. Het is eerder de vreugde van de herkenning. Wat is de wereld toch een geile planeet. Alles bruist van de tegenstelling der geslachten. Het sist en gromt en zorgt ervoor dat generatie na generatie handiger wordt in het leiden van een nog aangenamer leven. Het geheim van de vooruitgang van de mensheid is ook niet terug te voeren op de geniale invallen van enkele bijzondere mensen of op het marktdenken, zoals de simpelen van geest denken, maar op de seksuele energie die overal om ons heen voelbaar is en die ervoor zorgt dat wij mensen ons gedragen zoals we dat doen. De wens ons te manifesteren, te bewijzen, te overtroeven, de behoefte aan waardering, de jaloezie als we ons genegeerd voelen; alles, alles is seksueel. De evolutie bevoordeelt de seksueel vaardigen en ze danken die vaardigheid niet aan de omvang van hun geslachtsdelen, maar aan hun gevoel van humor, hun maatschappelijke prestaties, aan dat wat ze doen omdat ze zich laten prikkelen door de seksuele uitdagingen om hen heen. Misschien kan ik deze enorme seksuele energie gebruiken in mijn werk. Meer schrijven dan ooit. Wie weet dringt het ook mijn werk wel binnen. Had Freud niet bedacht dat kerktorens en hoge gebouwen een vorm van fallische symboliek zijn, daarmee de bouwers veroordelend tot lieden die hun privé besognes naar het werk meenemen? Als ik volgende week plotseling de behoefte voel om een kinderboek te schrijven over Ralf de kleine raketbouwer die zichzelf en zijn beer projecteert, naar de maan reist en nooit meer terugkeert, dan moet ik diep na gaan denken of ik de zelfde richting ben gegaan als de architecten waar Freud het over had. Als mensen me vragen hoe ik me voel, dan antwoord ik ze tegenwoordig dat ik me twee jaar jonger voel. Bij de mensen die ik niet goed ken laat ik de toevoeging achterwege dat het te maken heeft met mijn ochtenderectie. "Ja," zeggen ze dan. "Maar wat zegt de dokter ervan?" Wat kan hij zeggen over hoe ik me voel? En wat is er eigenlijk belangrijker? Hoe het biologisch bij mij van binnen is of wat ik er zelf van vind? Nooit heb ik beseft dat mijn gevoel voor wat gezond is zo samenhangt met mijn testosteron, het rare hormoon dat tegelijkertijd mijn ondergang leek te zijn. De vraag die nu voortdurend door mijn hoofd gaat is wat er zal gebeuren als bij de volgende controle in het ziekenhuis blijkt dat mijn hormonen er weer een rommeltje van maken. Moet ik dan kiezen voor een lang leven zonder of voor een kort leven met? Terug |