Week 2004 52
Gedurende het weekend was ik alleen. 'Herinnering aan mijn droeve hoeren' van Gabriel García Márquez was een veel te dun boek voor drie dagen. De eindeloze reeks voetbalwedstrijden op de televisie en de zinloze gesprekken over wat de trainer wel of niet had moeten doen, of er meer effect aan de bal had moeten worden meegegeven en aan welke kant van de tegenstander de spelers hadden moeten staan bij het nemen van hoekschoppen, deprimeerden me. Voor zelfmedelijden was er echter geen plaats. Had ik mezelf niet gezond verklaard sinds mijn seksuele functies in hun volle glorie waren terugekeerd? Ik had een mooie fles Amarone gekocht en besloten om uitgebreid voor mezelf te koken. Het koken kostte veel tijd, maar ik had het voedsel helaas in tien minuten opgegeten. Het verbaasde me niet. Er is een directe relatie tussen het aantal mensen aan een tafel en de duur van de maaltijd. In restaurants weet men dat precies. Iemand die in zijn eentje komt en een tafel reserveert wordt voor maximaal een uur genoteerd. Twee mensen hebben anderhalf uur nodig. Drie mensen twee uur. En zo loopt het verder op. Het is of een diner noch de smaakvol geplaatste groenten en de mooie saus noch een begeleidend gezelschap kan missen.
Al snel keek ik rond en bedacht me wat ik nu eens zou gaan doen. Marion's nieuwe boek lag nog steeds met de bladwijzer op tweederde op tafel. Natuurlijk heb ik het gelezen. Maar dat was in manuscriptvorm en het echte boek, dat zo lekker aanvoelt in je handen, had ik in kleine stukken tot me laten komen, maar de klus was nog steeds niet geklaard. Vreesde ik het einde van het verhaal over de man die verlaten wordt?
Vlak voor ik Marion naar het vliegveld had gebracht was er een journalist bij me geweest, die het boek had zien liggen.
"Hé, een nieuwe?" zei hij en pakte het ongevraagd op, alsof hij bij de boekentafel in de winkel stond. Na de tekst op het omslag gelezen te hebben zei hij: "Nou, dat is nog al confronterend voor je."
Hoe zo? Gaat dat boek dan over mij omdat Marion een vrouw beschrijft die spoorloos verdwijnt als haar man prostaatkanker blijkt te hebben, en ik toevallig ook zo'n gezwel op die plaats heb? Het boek van Márquez gaat over een man die voor zijn negentigste verjaardag van een bordeelhoudster een maagdelijk dertienjarig meisje voor een nacht ter beschikking krijgt. Gaat dat boek dus over Márquez omdat hij ook zo jong niet meer is? Natuurlijk, een bekwaam schrijver zorgt ervoor dat de lezers onherroepelijk geloven dat alles werkelijk zo gebeurd is, want twijfel ondergraaft iedere vertelling. Ze schrijft zo goed dat Marion's beste vriendin met wie ze al twee decades dagelijks brieven uitwisselt, de vriendschap heeft opgezegd omdat in 'De V van Venus' de hoofdpersoon een vriendin heeft met wie ze correspondeert. Het bevalt haar niet hoe die is geportretteerd. Ze verwijt Marion dat zij die persoon eigenlijk is, maar dat het karakter niet met de werkelijkheid overeenstemt. Wat een burgerlijke ijdelheid te geloven dat het over haar gaat en wat een domheid om fictie en werkelijkheid niet uit elkaar te kunnen houden.
Elke romanschrijver weet dat je met de pen onderzoekt wat er niet gebeurd is, wat er had kunnen gebeuren, waar je aan gedacht hebt maar niet deed. Je gaat op het veilige papier de confrontaties aan waarvoor je eigenlijk bang bent.
Ik nestelde me op de bank en las het boek uit. Daarna dwong ik mezelf om eerlijk stil te staan bij de vraag wat in het boek de gedachten van Marion zouden kunnen zijn, die ze nooit over haar lippen kreeg. Het lukt me echter niet om een boek op die manier te lezen. In de Adam, de ernstig zieke en vertwijfelde echtgenoot van schrijfster Venus herken ik me niet. Zo ben ik simpelweg niet en ik kan me ook niet voorstellen dat Marion me zo ziet. De schrijfster zelf is ook de Venus in het boek niet, alleen maar omdat ze toevallig ook Indisch is.
Ik deed wat ik nooit doe en begon in mijn oude dagboeken te lezen. Uit ervaring weet ik dat het gevaarlijk is. Degene die dat namelijk allemaal heeft geschreven ben ik namelijk wel en het is niet verstandig om daarmee oog in oog te staan. Al bladerend en hier en daar een stuk lezend belandde ik in een periode in 1981 met veel huwelijksproblemen en hevig verzet tegen Marion's wens om samen naar een therapeut te gaan. Uiteindelijk had ik toch toegegeven. Therapie houdt in dat je andere woorden gaat gebruiken voor je ervaringen zodat ze geneutraliseerd worden en voor beide partners aanvaardbaar zijn en ik hechtte blijkbaar aan de manier waarop ik zelf mijn verdriet verwoordde.
Tegen een volhardend therapeut is niemand bestand en op een maandag in maart had ik geschreven: "Ik ben dus naïef. Enkele sessies heb ik nodig gehad om dat te erkennen. Het was moeilijk dat hardop te zeggen waar Marion en Ton bij zijn. Ton zei me dat ze mijn wereldbeeld naïef en idealiserend vond, zodat ik voortdurend moet vechten tegen mijn eigen waanbeelden. En aan die waanbeelden kan Marion natuurlijk nooit voldoen."
In tegenstelling tot een roman is zo'n dagboek wel confronterend. Daarom zette ik het snel weg.
Het was veel leuker om te koken toen Marion eenmaal terug was. Ik had een cd met duetten van Ray Charles, opgezet, een cd die ik, terwijl ik op haar wachtte op Schiphol, had gekocht. "Here we go again". Dat liedje heb ik vaak gezongen in de eerste jaren van mijn huwelijk. Vooral de zinnen "Here we go again. She'll break my heart again. I'll be the fool again," kende ik uit mijn hoofd. Maar naïef? Ik wist het toch, maar ik wilde me vasthouden aan mijn dromen. De pasta was nog warm. Ik goot er dikke groene olijfolie over en ik snoof de geur diep in. Wat een eenvoudig plezier en wat kan dat je met diepe tevredenheid vervullen. We aten samen en vertelden elkaar wat we het weekend gedaan hadden. Simpele genoegens. Ja Ton had gelijk. Voor mij hoeft het niet veel ingewikkelder.
Toch wist ik in 1981 blijkbaar al lang dat ik helemaal niet echt naïef ben. In mijn dagboek wilde ik dat wel toegeven: "Ik heb me vermomd als een romanticus en dromer. Ik speel een spel in de hoop dat mijn naïviteit zo ontwapenend is dat ik niet te veel klappen in het leven oploop."
Geen pijn. Wat er ook gebeurt, ik klem me vast aan wat er goed is. Zo zorg ik er voor dat het tussen Marion en mij altijd even goed is geweest en dat de kanker alleen maar aan mijn achterdeur heeft geklopt.



Terug