Week 2004 53
Marion wist te vertellen dat het precies twee jaar geleden was dat we met onze vrienden bij d'Antica in Amsterdam aten. Het viel niet meer af te zeggen. De afspraak was een paar dagen eerder gemaakt omdat we samen zouden gaan wandelen in Zuid Afrika en we nog moesten bespreken wat we mee zouden nemen op reis. Alle kaarten van het gebied had ik voor die gelegenheid meegebracht, maar op de tafel vol glazen was er geen ruimte ze open te vouwen.
Ik wist het nog maar net.
"We zeggen niets," had ik van te voren tegen Marion gezegd. "We eten gezellig en dan gaan we volgende week ook gewoon wandelen zonder ze er mee lastig te vallen. Wat moeten ze met dat vervelende nieuws?"
Het is hun prostaat niet en wat kun je er aan doen? Als de tijd gekomen is, dan valt er niets meer te onderhandelen. Het enige dat rest is aanvaarden en koel blijven.
Zelf dacht ik dat het gezellig was die avond, maar later hoorde ik dat het toch op één of andere manier voortdurend merkbaar was geweest. Waarschijnlijk was ik te opgewekt en lachte ik te veel, ook om dingen die helemaal niet leuk waren. Toen ik vlak voor het nagerecht naar de wc was en Marion gevraagd werd of er iets was, kwam het er allemaal uit. Het was onmiddellijk op hun gezichten te zien toen ik terug kwam. Dat ze het wisten was vervelend en een opluchting tegelijk.
"En toch gaan we wandelen of er niets aan de hand is," zei ik beslist.
De volgende dag stond ik in de keuken. Met kerst kook ik graag en omdat er ook altijd veel mensen komen eten, maak ik meestal ook veel. Niemand mocht iets over mijn gezwel weten. Ik sympathiseer met dieren die als ze ziek zijn zich terugtrekken en ergens op een stille plek dood gaan of het probleem zelf oplossen. Daarom zaten we met een man of twintig aan de grote tafel te eten en te lachen. Op die manier vond ik het prettig. Van mij had het zo eeuwig mogen blijven, maar steeds meer mensen kwamen erachter. Daarom kon het me uiteindelijk niets meer schelen. Dan kon ik het net zo goed aan iedereen vertellen en erover schrijven om te zorgen dat andere mensen het niet zouden gaan dramatiseren en het mijn eigen kankerverhaal zou blijven.
De wandeling in Zuid Afrika was op mooie dagen spectaculair en op regenachtige dagen interessant. Het enige dat me een beetje stoorde was dat ik altijd maar voorop wilde lopen om telkens te bewijzen dat ik nog steeds een sterke gezonde kerel was. Een beetje kinderachtig, maar ik kon het niet laten.
Een paar dagen geleden aten we weer met onze vrienden en precies op de zelfde datum. Deze keer omdat ik mijn vriend geïnterviewd en we daarna honger hadden. Het vraaggesprek is bedoeld voor een boek over de band waarvan hij al heel lang deel uitmaakt. Je kunt denken dat je elkaar goed kent omdat je samen eet, drinkt, tennist, wandelt, maar er zijn duizend dingen waarover je nooit vragen stelt. Wat mij in mensen het meest boeit is hun passie. Er moet altijd iets zijn waarvoor je door het vuur wilt gaan. Als dat in je leven ontbreekt dan komt het nooit meer in orde. Het liefst ga ik ook daarom met mensen om die gepassioneerd zijn. Onverschilligheid vind ik de ergste eigenschap die mensen kunnen hebben. Daarna domheid die wordt veroorzaakt door luiheid. Misschien is het wel precies het zelfde: onwil om betrokken te zijn bij wat je doet.
Mijn vriend speelt prachtig gitaar en zingt vol passie, vooral als zijn stem de weg omhoog zoekt. Terwijl we over zijn werk spraken ontdekte ik iets dat ik niet echt had verwacht. We lijken veel meer op elkaar dan ik dacht. De vaardigheden die je je in het leven eigen maakt, staan allemaal in dienst van je behoefte om je uit te drukken en daarmee een verschil te maken. Of het nu op de gitaar is of bij het schrijven. Het houdt ook nooit op daarin de perfectie te zoeken. Dat zoeken naar het volmaakte in wat we doen houdt automatisch de erkenning in dat we nog veel moeten leren. Op de dag dat we denken dat we er zijn en verder leren overbodig geworden is, gaan we dood. Boeddhisten zijn we, allemaal. We worden geboren om te leren. Daardoor kan hij voor de duizendste keer in zijn leven de gitaarsolo in Radar Love spelen en na afloop tevreden zijn omdat het toch weer ietsje beter was dan de vorige keer.
De dood is onaanvaardbaar omdat hij ons hindert de perfectie te bereiken. Natuurlijk beseffen we tegelijkertijd dat de mens niet volmaakt is en het waarschijnlijk nooit zal halen. Het is als de puzzel die we op moesten lossen op de middelbare school. Onze leraar legde ons een oud Grieks raadsel voor. De pijl verlaat de boog en gaat op weg naar zijn doel. Je kunt die afstand in tweeën delen. Daarna de helft die nog gedaan moet worden weer opdelen en zo voort. Het is altijd mogelijk om de afstand die hij af moet leggen weer in tweeën te delen. Ook het allerlaatste korte kleine stukje dat de pijl nog van het doel verwijderd is, valt weer op te delen. Nog kleiner. Nog kleiner. Dus bereikt de pijl nooit zijn doel en is alleen de richting belangrijk. Het lijkt of er geen speld tussen de redenering valt te krijgen en dat is goed nieuws, want dan is de naar het volmaakte ijverende mens ook onsterfelijk. Hij haalt het nooit echt en er is altijd nog motivatie voor een volgende keer. Een volgende wandeling. Een volgend concert. Een volgend boek. Alleen is de grap bij het raadsel dat de argumentatie uitsluitend opgaat als er geen tijd bestaat. Zonder tijd kunnen we opdelen tot we een ons wegen, maar als tijd bestaat dan is het gevolg onherroepelijk dat de pijl zijn doel bereikt en dat we op een dag volmaakt zijn omdat we er gepassioneerd voor geijverd hebben. En dan?
De wijn was goed. Vast van een wijnmaker die elk jaar weer naar het allerbeste streeft. Terwijl we ons glas omhoog brachten om te toosten op de gezondheid van ons vieren en op de passie, wist ik dat ik nu, na twee jaar, pas echt in staat ben te doen of er niets aan de hand is. Dat is mogelijk omdat ik het perfecte boek nog wil schrijven en ik negeer de tijd tot ik daarmee klaar ben.



Terug