Week 17 -2006
Overal ter wereld beleven mannen meer lol aan seks dan vrouwen. Het is wetenschappelijk aangetoond. Dus we gaan daar niet over redetwisten omdat het misschien niet politiek correct is het hard op te zeggen. Dat ze onderdrukt worden en dat ze zich daardoor niet volledig uit kunnen leven. Of dat het komt omdat de partners er niets van bakken. Een onderzoek is een onderzoek is een onderzoek. Stelselmatig geven vrouwen in dit onderzoek van de Universiteit van Chicago aan dat seks zowel emotioneel als lichamelijk minder bevredigend voor ze is, ze beoordelen hun seksuele gezondheid als minder goed dan mannen en het speelt ook niet zo'n belangrijke rol in hun leven.
Heerlijk dat er onderzoekers zijn die overal hun neus in steken. Meer dan 27.000 mannen en vrouwen in 29 landen hebben ze geïnterviewd. In Europa deden ze het via de telefoon, maar in het Midden Oosten gingen ze van huis tot huis. Ik probeer me voor te stellen hoe een mijnheer met aktetas in een buitenwijk van Caïro aan belt.
"Dag mevrouw. Mag ik u iets vragen?"
"Jazeker mijnheer."
"Hoe emotioneel bevredigend vond u uw seksuele verhouding met uw partner de afgelopen twaalf maanden?"
Bij mannen is het ook niet allemaal even leuk. Er schijnt verschil te zijn tussen de interesse van mannen per land. Mannen in Europa, Canada, Australië of de Verenigde Staten hebben altijd wel zin. Maar in Brazilië, Italië, Israël, Marokko of Korea is dat al minder. Wel eens in Brazilië geweest? Het is nauwelijks voorstelbaar dat Brazilianen het minder belangrijk vinden dan Canadezen. En dan die arme Italianen. Tellen die niet meer mee? In China, Indonesië, Japan of Thailand vinden mannen seks het minst belangrijk. Wat moet ik me voorstellen wat er in Thailand met z'n tienduizenden provinciale bordelen gebeurt? Thaise mannen gaan er elk weekend naartoe om wat vertier te zoeken? Doen die mannen dat omdat ze denken dat het stoer is of omdat ze het zo graag willen, en bekennen ze aan die onderzoeker dat ze het toch niet zo belangrijk vinden?
In Azië zeggen mensen vaak niet wat ze denken. Het is nu eenmaal erg aanmatigend te denken dat je mening van enige waarde is en daarom zoek je een antwoord waarmee je eigenlijk niets zegt. Soms lijkt het of iemand een muur gezet heeft tussen de mond en de verlangens. De stadsbestuurders in Semarang waarmee ik moest praten over een project over geslachtsziekten hielden bij hoog en laag vol dat er geen prostitutie binnen hun gemeentegrenzen te vinden was. Maar 's avonds toen we samen ergens soto ayam en saté gingen eten, reden we door straten waar achter de bomen door het licht van de autolampen heel even af en toe een vrouw zichtbaar werd. "Nachtvlinders," zeiden de mannen alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. En de decaan van de medische faculteit van Ho Chi Minh stad die ervan overtuigd was dat in Vietnam de wetten met betrekking tot wat daar de sociale zonden genoemd worden, niet overtreden werden, wilde me met alle geweld meenemen naar een zonder handen café. Daar hoeven de gasten - uitsluitend mannen - hun handen nergens bij te gebruiken. Dames helpen met bier drinken, met hapjes eten, met alles.
Ik geloof de uitkomsten van zulke onderzoeken niet. Het enige dat je erdoor leert is hoe mensen in verschillende landen sociaal gewenste antwoorden geven. Wat mij veel interessanter lijkt is erachter te komen hoe het komt dat gedrag en de manier waarop mensen vragen beantwoorden zo verschillend zijn en wat ze precies te verbergen hebben. Want er is een reden om de waarheid voor jezelf en de nieuwsgierige onderzoeker verborgen te houden.
We leven in de tijd van de vragenlijst, de deur tot deur actie, de percentages die leuk staan in een krantenartikel en de werkelijkheid kan ons eigenlijk maar heel weinig schelen. We zijn gelukkig met de maskerende woorden en cijfers die over wat er echt gebeurd worden getrokken. Daarmee ordenen we de onrust en het onbegrijpelijke. Het vloerkleed over de rommel.
We zien dat het een vreselijk onrecht is om een meisje op een middelbare school weg te sturen vlak voor ze examen moet doen, maar de rechter zegt dat het mag en dan voelen we ons weer op ons gemak. Arme Taïda. Wat zij in Nederland geleerd heeft is hoe je onrecht verpakt als rechtvaardigheid.
Rechters die dienen om onrecht te verkopen. Onderzoekers die zorgen dat de werkelijkheid verstopt wordt achter zinloze percentages. Journalisten die naar Den Haag gaan om spektakel in beeld te brengen zodat niemand nog ziet wat er echt gebeurt. Dokters die hun best doen opdat gezonde mensen gaan denken dat ze een probleem hebben. Ik ben verdwaald. Terwijl ik ouder werd is alles veranderd en niets is meer zoals mijn onderwijzers zeiden dat de wereld in elkaar zit.



Terug