Week 19 -2006
Met luide stem, alsof ze iedereen in de directe omgeving er als getuige bij wil halen, zegt ze: "Nou de goede sfeer van de vakantie is alweer voorbij. Ik kan wel janken. Je hebt me alle koffers laten sjouwen. Je stak geen poot uit. Ik zeg het je maar even, dan heb je iets in het vliegtuig om over na te denken."
Tijdens de vlucht op weg naar huis zitten we vlak bij een echtpaar met twee kinderen dat net de voorjaarsvakantie in Turkije heeft doorgebracht.
"Ik zal er over nadenken," zegt hij zonder dat er iets in zijn stem doorklinkt dat aangeeft dat hij iets dergelijks werkelijk overweegt.
Waar zijn we terechtgekomen? Natuurlijk, een beetje huwelijkse twist van anderen is leuk omdat het er al snel op gaat lijken of je zelf een fantastische relatie hebt, maar om echt vijftig centimeter verwijderd te zijn van deze genante scène is geen pretje. Er volgt echter een dodelijk geladen stilte. Een zegen. Zo lukt het me om nog even in de prettige stemming van de wandeling die we deze week door de Turkse bergen hebben gemaakt te blijven.
Dagen lang hebben we gelopen zonder ooit iemand tegen te komen. Eén keer zagen we een vrouw met een kudde geiten. De nachten brachten we door op boerderijen in de dalen, waar we geen woord met onze Turkse gastheren konden wisselen. We waren al die tijd alleen met onze eigen gedachten. Geen telefoon, geen email. Uitsluitend de route naar een verre pas die we over moeten. Zuid Zuid Oost aanhouden zei de routebeschrijving. Op een gegeven moment glijdt Marion weg over een losliggende steen. Haar knie bloedt. De rest van de wandeling die dag moet ik steeds aan die bloedende knie denken. Op den duur is het of ik het zelf voel. Mijn eerster hechting. Ik zal een jaar of acht geweest zijn. Het was zondagmiddag en mijn vader zei: "Zullen we op het grasveldje naast de flat voetballen?" Op zondagen had ik niets aan mijn klasgenoten. Die waren gereformeerd en mochten op de zevende dag van de week geen heidense dingen ondernemen. Bezoek aan een zwembad en een partijtje sport behoorden daartoe. Dat mijn vader daar voor het oog van alle flatbewoners op de dag des here met mij wat tegen een bal trapte, was bijna een provocatie voor de ouders van mijn klasgenoten, vergelijkbaar met een cartoon van de profeet Mohammed. Mijn vader voetbalde overigens verder nooit met mij en beschouwde sport als iets om naar te kijken. Elke zondagmiddag als ze thuis speelden ging hij naar het stadion van HVC om de plaatselijke voetbalvereniging aan te moedigen. Maar zelf voetballen was er niet bij. Hij was ook al zo oud. Ik was door het dolle heen door zijn voorstel.
"Ga jij maar op doel staan," stelde hij voor. Hij wist dat ik graag keepte en dan met katachtige zweefduiken de sier probeerde te maken. Een kleine uitslover, dat was ik toen al. Al na een paar minuten moet mijn vader gescoord hebben of misschien net naast de trui die ik uitgetrokken had en als doelpaal fungeerde gemikt hebben. Ik moest naar achteren om de bal te halen. Daar waren wat struikjes en een hek van prikkeldraad, misschien dertig centimeter hoog. Als we door de week met de jongens uit de buurt op het veldje voetbalden dan zagen we het prikkeldraad niet eens. Je zette er een voet op, waardoor het omlaag boog en met je andere voet ging je erover heen. In mijn haast om de bal te halen en het paradijselijke geluk dat ik beleefde door met mijn vader te voetballen niet te lang onderbreken, zette ik mijn voet niet goed op het draad. Het veerde terug langs mijn scheenbeen en maakte een diepe vleeswond. Ik had nog nooit zulk donkerrood bloed gezien. Er moesten vier krammen in, die er pas tien dagen later weer uit mochten. Ik wilde verder met voetballen, maar mijn vader vond het geen goed idee. Dat maakte me verdrietiger dan de wond.
Ik was Marion dankbaar voor haar val waarmee ze me die herinnering zo levendig had teruggebracht. Gewoon thuis is er nooit meer tijd om lang ergens bij stil te staan. Hoe ouder je wordt des te meer je ook lijdt onder het verlies van de tijd, een ernstiger probleem dan het verlies van de jeugd. Ver weg in Turkije bij de beklimming van een berg komt het zo maar terug. Een geschenk.
Helemaal stil blijft de familie naast ons niet.
"Eén uur," zegt zij tegen haar dochtertje. "Zaten we gisteren nog lekker aan de lunch bij het zwembad. Weet je nog. Wat zal ik dat missen."
"Of jullie lagen je te vervelen op de kamer met de televisie aan," merkt de vader op.
"Hoor mijnheer weer eens," zegt zij weer veel te luid. "Iets positiefs, daar heeft hij nooit van gehoord."
Daarna kijkt het hele gezin naar een Amerikaanse comedy met Steve Martin en horen we ze niet. Tot we bijna landen.
"Weet je wat jongens," zegt hij. "Zodra we door de douane heen zijn trakteer ik op een lekkere Burger King. Wat heb ik dat gemist. Dan hoeft mama ook niet meteen weer te koken."
Zij laat een tevreden geluid horen. De vakantie gaat dus nog heel even door. De mooie herinneringen blijven nog even bij haar.



Terug